Mijn reisverhaal Colombia: Cartagena.

Gepubliceerd op 10 juli 2019 12:12

Gisteren reden we van Santa Marta naar Cartagena. Dat deden we niet in één lange rit. Nog maar net buiten Santa Marta hielden wij een eerste keer halt. Een verplichte stop. Hier konden wij niet zomaar voorbij rijden. Dat zou ons al te zwaar aangerekend worden. Door de Colombianen. Omwille van het historische belang van die ene site. Wij stopten bij het landgoed Quinta Florida San Pedro de Alejandrino. Hier beleefde Simón Bolívar in december 1830 zijn laatste dagen. Hij was gevlucht uit Bogotá. Hij was nog slechts een schim van zichzelf. Uitgekotst door zijn politieke opponenten. Uitgekotst door de bevolking in de hoofdstad. Slechts één uitweg stond nog open voor deze gebroken man. Een man die ooit nog president was van de onafhankelijke natie Gran Colombia. Deze man kon enkel nog weg uit Bogotá. Deze man moest weg uit Bogotá. Langer blijven was geen optie. Vanwege tuberculose diende hij zijn vlucht te onderbreken. In Santa Marta. In het landgoed, dat wij zullen bezoeken.

 

Op dit landgoed wordt slechts één man geëerd. Het kan wreed klinken maar soms krijgen mensen pas na hun dood de eer die zij verdienen. Colombia lijkt dat te beseffen. Het lijkt wel alsof zij via dit landgoed hun uitstaande schuld willen aflossen. Dit landgoed is één groot eerbetoon aan Simón Bolívar. Centraal in dat eerbetoon staat het Altar de la Patria. Dit kan en mag beschouwd worden als een ode van het land aan El Libertador. De monumentale entree in de façade van het hagelwitte bouwwerk verbeeldt Colombia als toegangspoort van Zuid-Amerika. Het lijkt alsof Colombia eindelijk zijn plaats gevonden heeft. Eindelijk zijn belang in de regio onderkend heeft.

 

Op die plek lijkt het alsof wij in de voetstappen treden van Simón Bolívar. De vertrekken van het originele gebouw zijn ingericht ter nagedachtenis aan hem. Wij staan in zijn bureau. In zijn keuken. In zijn living. In zijn binnentuin. Wij staan zelfs aan zijn sterfbed. Met een beetje fantasie kunnen wij zijn laatste vertrouwelingen horen huilen. Horen weeklagen. Op deze plek voelen we de geschiedenis. Op deze plek inhaleren we die geschiedenis. Het laat ons niet onverschillig. Hier stierf een groot man. Een man met een droom. Een man met een overtuiging.

 

Stilstaan bij de geschiedenis is goed. Blijven stilstaan is dan weer niet goed. We moeten verder. We moeten naar Cartagena. We stappen de bus op. Voor een veilige en behouden rit. Dat dachten we. Alleen draaide het anders uit. We raken betrokken in een ongeval. Een wagen voor ons gaat op de rem staan. Onze buschauffeur reageert adequaat en snel. Een aanrijding kan net vermeden worden. Wij halen opgelucht adem. Maar net op dat moment voelen we een klap. Een forse klap. Een achteropkomende vrachtwagen botst tegen ons aan. Een uitwijkingsmaneuver komt te laat. Wij worden door elkaar geschud. Voor een klein moment zijn wij wat verdwaasd. Maar als wij vaststellen dat de schade al bij al beperkt is, herpakken wij ons. Wij reizen verder. Niks kan ons weghouden van Cartagena.

 

Dat alles was gisteren. Vandaag is vandaag. Vandaag worden we wakker in de stad van de eeuwige liefde. De stad, die als decor diende voor Liefde in tijden van cholera. Eén van de meesterwerken van Gabriel García Márquez. Eén van mijn favoriete romans. In de stad van dit prachtige boek gaan we vandaag rondwandelen. Misschien dwalen de protagonisten uit deze roman nog door de stad. Misschien zal ik opbotsen tegen Fermina Daza. Of tegen Florentino Ariza. Ik mag het hopen. Ik zou hen zeggen dat zij mij dagenlang in de ban gehouden hebben. Dat het boek en ik dagenlang onafscheidelijk waren. Helaas, een ontmoeting is onmogelijk. Fictie staat buiten de realiteit. Om die vaststelling kunnen we enkel treuren. Soms. Niet altijd.

 

Kennismaken met een stad, steeds weer moeilijk. Want waar moet een mens beginnen? Zullen we starten bij de omwalling? In het historisch centrum? Of gaan we toch eerst buiten de stadswallen? We besluiten te beginnen met het fort. Het Fuerte de San Felipe. Ooit deel van een indrukwekkende verdedigingslinie rond de stad. Koning Philips II leek te beseffen dat grootheid voldoende afschrikwekkend kan zijn voor mogelijke belagers. Nooit hebben de Spanjaarden buiten Spanje een groter fort gebouwd. Dit fort moest overtuigen. Dit fort moest afweren. Dat deed het ook. Tot twee maal toe. In de achttiende eeuw tegen de Engelse troepen. In de negentiende eeuw tegen het Spaanse leger. Niet in te nemen. Telkens bleven de belagers buiten de muren. Nooit kwamen ze binnen.

 

Vandaag gooit het fort zijn deuren open. Belagers zijn er niet meer. Enkel nog toeristen. Die mogen binnen. Na voorlegging van een toegangsticket. Wij gaan niet in de rij staan voor een ticketje. We blijven buiten. Vanop een pleintje aan het fort kijken we naar dat machtige bouwwerk. Dat krachtige bouwwerk. Ooit gebouwd volgens de nieuwste bouwkundige en militaire inzichten. Terwijl wij onze voeten laten masseren door een straatmasseur raken we onder de indruk. Dit fort imponeert.

 

Eeuwig kunnen we hier niet blijven zitten. Hoe deugddoend die voetmassage ook is. We moeten voort. Naar Getsemaní. Niet te verwarren met Getsemane. Die laatste is een tuin aan de Olijfberg. In die tuin bad Jezus de avond voor zijn kruisiging. Dat is een ander verhaal. Een verhaal buiten Colombia. Daarover zal ik het niet hebben. Ik keer terug naar Cartagena. Naar Getsemaní dus. Met een i achteraan. Niet met een e. Dit is de volkswijk rond de haven. De wijk van havenwerkers, kunstenaars en hoeren. Ooit was deze wijk verwaarloosd. Nauwelijks te betreden door buitenstaanders. Nu is het anders. De heropleving begint. De wijk vindt zijn tweede adem. Met succes. Bij de heropleving waakt men over de authenticiteit. Die mag niet aangetast worden. Voorlopig hebben de cruiseschepen deze wijk nog niet in het vizier. Voorlopig droppen zij hun ladingen in het historische centrum van Cartagena. Met koetsen worden zij gedumpt aan winkeltjes en galerijen. In Getsemaní is het anders. Voorlopig wordt deze wijk niet aangevreten door het massatoerisme. Deze wijk is onbezoedeld. We lopen rond. Zonder de noodzaak te voelen dingen te moeten zien. Hier voelen we ons vrij. Verrassing bepaalt het tempo.

 

Anders wordt het als wij terugkeren naar het historische centrum. Het centrum binnen de muren. Terwijl in Getsemaní verdwalen deel was van de zoek- en ontdekkingstocht, moeten we hier bij de les blijven. Hier moeten dingen gezien worden. Binnen dit centrum zijn toeristische bezienswaardigheden. Er is het Paleis van de Inquisitie. Het Museo del Oro Zenú. Er is de Catedral Santa Catalina de Alejandria. De Gran Puerta del Roloj. Er is Plaza Santo Domingo. Het Monumento a La Gorda. Dat alles willen we zien. Op deze ene dag. Om dat te realiseren, hebben we een plan nodig. Een map. Weg is die eerdere vrijheid. Weg is de improvisatie. Nu wordt er gewandeld met een kaart in de hand. Om toch niet de weg te verliezen. Om toch maar de kortst mogelijke weg te volgen.

 

We lopen doorheen de straatjes. Kleine en minder kleine. We lopen doorheen de calles. We lopen doorheen de carreras. We lopen langsheen kerken en winkels. Langsheen bars en pleintjes. Onder de dwingelandij van een kaart weten we toch nog te genieten. We nemen onze tijd. De kaart krijgt niet de macht over ons. De kaart leidt ons enkel. Stuurt ons doorheen de wijk. Wij bepalen wat gebeurt. Wij gaan zitten wanneer we willen zitten. Wij verpozen wanneer wij willen verpozen. Wij worden geen slaaf van de kaart. Wij zijn nog altijd heer en meester. Wijken lijken hun eigen spelregels te hebben. Ongeschreven spelregels. Wij volgen die. Gehoorzaam als wij zijn. Dit slenterend wandelen doorheen de wijken vinden we heerlijk. Met of zonder kaart. Het maakt niet uit. Wij kijken. Wij registreren. Wij slaan op. Om te herinneren. Om later terug te spoelen en te herbeleven.

 

Wij eindigen de dag op ons balkon. Het balkon van onze hotelkamer. Wij kijken uit op de smalle straatjes. We luisteren naar de ambiance. Het leven is niet stil. Hier bruist het. Hier broeit het. Wij luisteren naar de schooiende rappers. Wij luisteren naar de fruitverkoopsters. Wij kijken naar de weelde. Naar de toeristen die met zakken vol de winkels buitenstappen. Dit lijkt ons de perfecte afsluiter. Het perfecte afscheid. Afscheid van een stad. Afscheid van een land. Want morgen stappen we het vliegtuig. Dan vliegen we terug.

 

Of toch niet. We kiezen voor een ander afscheid. We verlaten ons balkonnetje. Trekken opnieuw de stad in. Om nog een laatste keer van de Colombiaanse avond te proeven. Dat achten wij pas een waardig afscheid. Lekker eten. Een pintje. Zo kan in optimale omstandigheden teruggeblikt worden. Pas zo kan ten volle beseft worden dat het voorbij is. Dat het over is. We drinken nog een pintje en denken met een warm gevoel dat het goed geweest is. Dat het heel goed geweest is. Bij dat pintje menen wij oprecht dat Cartagena het gepaste afscheid was van een fantastisch land. Dat Cartagena gelijkstaat met Caraïbische schoonheid. Amen en uit. Over en uit.

 

Volgende aflevering op donderdag 18/07/2019: Einde – besluit.

Dagschema:

Dag 1: Brussel - Amsterdam - Bogotá.

Dag 2: Bogotá.

Dag 3: Bogotá - Zipaquira - Villa de Leyva.

Dag 4: Villa de Leyva.

Dag 5: Villa de Leyva - Bogotá - Medellin.

Dag 6: Medellin.

Dag 7: Medellin - Armenia.

Dag 8: Armenia.

Dag 9: Armenia.

Dag 10: Armenia - Villavieja.

Dag 11: Villavieja - San Agustin.

Dag 12: San Agustin.

Dag 13: San Agustin.

Dag 14: San Agustin.

Dag 15: San Agustin - Neiva.

Dag 16: Neiva - - Bogotá - Santa Marta.

Dag 17: Santa Marta.

Dag 18: Santa Marta - Cartagena.

Dag 19: Cartagena.

Studio Bogotá:


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.