Mijn reisverhaal Colombia: Armenia.

Gepubliceerd op 22 mei 2019 12:11

Onze reis viel samen met het begin van het regenseizoen. Dat wisten wij. Dat hadden we gelezen. Daarvoor hadden ze ons gewaarschuwd. We wisten dat de kans op regen reëel was. Die kennis weerhield ons niet om toch af te reizen naar Colombia. Wij zijn Belgen. We weten heus wel wat regen is. De weergoden lijken hierover een andere mening te hebben. Zij wensen onze zelfgenoegzaamheid af te straffen. Daartoe ontbinden ze hun duivels. De helderheid wordt uit de lucht weg gefilterd. Het wordt donker. Het wordt grimmig. Dan komt de regen. Geen oude wijven. Oude wijven regent het enkel bij ons. In België. Geen pijpenstelen. Ook dat is een louter Belgisch fenomeen. Hier regent het echt. Zoals regen echt moet regenen. Het giet. Het stroomt. Als statement, gemaakt door de weergoden, zou het kunnen volstaan. Wij begrijpen het. Stilaan lijken wij te beseffen wat regen echt hoort te zijn. Toch lijken de weergoden nog niet te rusten. Aan die felle regen voegen ze een net zo felle wind toe. Doorheen die storm moeten wij. Niet te voet. Wel met de bus. Die bus wordt gegeseld. Wordt zwaar op de proef gesteld. Op het dak vallen afgewaaide takken. Soms een lichte tik. Soms een zwaardere bonk. Vaak moet de bus uitwijken voor takken op de baan. Soms moeten we de bus uit. Om bomen, die de baan versperren, aan de kant te duwen. Het regenseizoen? Jawel, we kregen een mooie indruk wat die term precies inhoudt.

 

Die storm was gisteren. Bij onze verplaatsing. Van Medellín naar Armenia. Het maakte niet veel uit. We zaten op de bus. We bleven droog. Op die enkele keren dat wij de bus uit moesten. Vandaag is het anders. De weergoden lijken toe aan rust. Het is kalm. Het is droog. Ideaal weertje om te stappen. Dat zullen we doen. Valle de Cocora. Daar gaan we heen. Dat is onze bestemming voor vandaag. Maar dan moeten we eerst naar Salento. Als tussenstop. Daar moeten we de Willy op. Die zal ons brengen tot aan Valle de Cocora.

 

Terwijl wij op de markt van Salento onze beurt afwachten om in de Willy’s te stappen, lijken de natuurgoden ons even te willen herinneren aan hun bestaan. De weergoden hadden we gisteren. De natuurgoden zijn voor vandaag. Uit hun arsenaal halen zij de aardbeving naar boven. Zij laten de aarde schudden. Beven. Mensen komen de huizen uit gelopen. In een mum van tijd zijn de restaurants en de winkeltjes leeg. Iedereen staat op het plein. Wij lijken te wachten op een vervolg. Dat vervolg moet er komen. Groter onheil lijkt een zekerheid. Daarvan zijn wij overtuigd. Rampenfilms lijken dan toch een grotere impact te hebben dan wij dachten. In mijn gedachten zie ik de aarde openscheuren. Zie ik huizen instorten. Maar dat alles gebeurt niet. Het blijft bij die ene, kleine waarschuwing. Voor heel even heeft de aarde gesproken. Als om aan te geven dat er met haar rekening dient gehouden te worden. Dat wij zorg dienen te dragen voor haar. In deze tijden van klimaatontkenners is het goed dat degene, waarrond het hele klimaatdebat draait, af en toe eens op de voorgrond treedt.

 

De zondvloed. Een aardbeving. U weet waar wij het over hebben. Natuurfenomenen, dat zijn het. Ik hoef het u niet verder te verklaren. Een woordje uitleg kan dan weer wel nodig zijn bij de Willy’s. Want wat zijn Willy’s? Een Willy is in deze streek het transportmiddel bij uitstek. Na de Tweede Wereldoorlog werd door Colombia een hele reeks jeeps, afkomstig uit de VS, aangekocht. In de oorlog hadden zij hun nut bewezen. Na de oorlog dreigde oppensioenstelling. Maar Colombia gaf aan deze jeeps een tweede leven. Een tweede carrière. Die jeeps vervingen de paarden en de muilezels. Eeuwenlang waren zij de belangrijkste transportmiddelen. Eeuwenlang verzorgden zij het transport. Met de intrede van de Willy’s werden de arrieros plots werkloos. Zij waren de begeleiders van de transporten met paarden en muilezels. Mannen van eer, zo werden zij genoemd. Op deze mannen moest in vroegere tijden vertrouwd worden. Want aan hen werden vele goederen toevertrouwd. Over honderden kilometers. Een zekere vertrouwensband tussen beide partijen was dan wel het minste wat kon verlangd worden. Of de Willy’s om eenzelfde vertrouwensband vragen, heb ik niet kunnen achterhalen. Tijden zijn veranderd. Alles gaat vlugger. Normen en waarden fluctueren. Vertrouwen of niet, één ding is zeker. Zij brengen ons veilig op de plaats waar we moeten zijn. Bij het begin van Valle de Cocora.

 

Wij zijn klaar voor de wandeling. Er kan gekozen worden tussen een korte en een lange route. Wij zijn bescheiden. Die bescheidenheid doet ons kiezen voor de korte route. Maar ook de korte route is best wel pittig. Toch als de conditie een tijdje verwaarloosd werd of als men van het bestaan van een conditiepeil helemaal geen weet heeft. Dan kan deze route best wel als een kuitenbijter omschreven worden. Maar wij zijn jong. Wij hebben conditie. Een echte uitdaging wordt het niet. Wij kunnen bij het klimmen nog genieten van de omgeving.

 

Wij stappen. Wij klimmen. Wij verbazen ons. Wij kijken omhoog. Naar die metershoge waxpalmen, de hoogste palm ter wereld. Zij lijken naar de wolken te graaien. Zij lijken met hun toppen in die wolken te verdwijnen. Beschrijven wat wij zien, is bijna onmogelijk. Omdat de hemel nu eenmaal moeilijk te beschrijven valt. Er wordt zelfs getwijfeld over het bestaan van diezelfde hemel. Ik sta hier met mijn beide voeten in Valle de Cocora en nu weet ik het. Nu besef ik het. Zo moet de hemel er uit zien. This must be heaven. Freddy Mercury wist het reeds. Wij weten het nu. Wat wij hier zien, is poëzie. Niet vervat in woorden, wel in beelden.

 

Bij de eerste aanblik lijkt alles peis en vree. De Cocoravallei is een beschermd natuurpark. Maakt deel uit van het Nationaal Park Los Nevados. Bedoeling is de uitstervende waxpalm en de overige biodiversiteit te beschermen. Sinds 1985 is de waxpalm, de nationale boom van Colombia, een beschermde soort. Dat alles lijkt fraai. Mooie bedoelingen, die enkel te verdedigen vallen. En toch. Schijn bedriegt. Want waar wij naar kijken, is niks meer dan een kerkhof. Een kerkhof van waxpalmen, die trachten te overleven. Jawel, dit gebied wordt beschermd. Evenwel is er een klein foutje binnengeslopen in het concept. Bestaande finca’s worden getolereerd in het gebied. Het was te moeilijk en te ingrijpend om de bestaande bewoners te verhuizen. Die bewoners moeten leven. Moeten overleven. Daarom wordt er gekapt. Wordt er aangeplant. Hierbij wordt niet altijd (of nooit) gekozen voor de natuurlijke vegetatie. Avocadoplanten en eucalyptusbomen, dat zijn de nieuwkomers. De natuurlijke bescherming van de waxpalmen verdwijnt. Wordt aangevreten. Het gerinkel van geld doet het respect voor de natuur verdwijnen. Money talks. Wat geld in het laatje brengt, krijgt voorrang. Zo is het altijd geweest. Zo zal het altijd zijn.

 

Tijdens onze wandeling doorheen de vallei valt mij nog iets op. Het besef groeit bij elke stap. Met dank aan onze gids. Hij maakt ons hierop attent. Wij verliezen het contact met de natuur. Bloemen en platen worden reeds eeuwen gebruikt als medicijn. De lever. De maag. Het hart. Elke plant heeft zijn specifieke werkgebied. Die kennis wordt overgeleverd. Van generatie op generatie. Maar er komt sleet op die overlevering. Zelfs hier in Colombia. Zachtjes aan ontglipt ons die kennis. Om dat enigszins te compenseren, hebben we een tussenpersoon ingeschakeld. De industrie. Zij verpakken die kennis in doosjes. In tubes. Kennis vervelt tot pilletjes.

 

Onze gids lijkt die kennis nog in zich te dragen. Hij praat over die vele planten. Met kennis van zaken. Luisteren naar die verdwijnende kennis is hartverwarmend. De gids leidt ons niet enkel rond in deze ‘hemel’. Er lijkt meer aan de hand. Onze gids is op missie. Heeft een missie. Tussen de uitleg over de vallei en de planten houdt hij een pleidooi. Hij laat het binnensluipen in zijn woorden. Niet bruusk. Wel zachtjes aan. Hij pleit voor een betere wereld. Een mooiere wereld. Mijn water is uw water. Mijn lucht is uw lucht. Zijn woorden zouden als naïef kunnen weggezet worden. Dat wordt vaak beweerd van nieuwe, vernieuwende ideeën. Om zo alles toch maar bij het oude te laten. Ik luister naar zijn woorden. Ik besef dat die woorden respect vragen. Geen naïviteit. Wel oprechte bezorgdheid. In Colombia moet ik plots aan Anuna De Wever denken. Het kan. Alles kan.

 

Alvorens terug naar onze finca te rijden, houden wij nog halt in Salento. Unesco werelderfgoed. Stad van backpackers. Bars, restaurants, winkeltjes. Het zou als onecht kunnen lijken. Té gemaakt. Té gekunsteld. Maar dat is het niet. Echt niet. Dit stadje is charmant. Dit stadje leeft. Bruist. De lokale bevolking wordt niet weggedrukt door hordes toeristen. Zo is het niet. Een gezonde mix, zo voelt het aan. In die mengelmoes dompelen wij ons onder. Om heel af en toe even aan de kant te gaan staan. Om rond te kijken. Om te observeren. Dan zien wij het leven. Het echte leven. Wij kijken binnen in de bars. In de winkels. Er wordt gezongen. Er wordt gedanst. Er wordt gepraat. Vrienden onder elkaar. Bij een kopje koffie (of wat had u gedacht?). Het is fantastisch hier. Wij kijken om ons heen. In al die drukte kan ik toch een zekere rust vinden. Tranquilo, dat denk ik. Alweer. Dit is een levensstijl. Dit is een levenskunst. Een kunst, die misschien broodnodig moet gekopieerd worden in het westen. Bij ons. Dat zou pas heerlijk zijn. Dat zou pas fantastisch zijn. Ik droom. Dat besef ik. Maar niet alle dromen zijn bedrog. Het zou dus kunnen. Alleen … Als …

 

Op weg terug naar onze finca. We hebben alles gezien. Dat denken we toch. Toch stopt ons busje nog één keer. We kijken door het raam. Kijken uit op enkele bouwvallige huisjes. Een ruïne, zo ,lijkt het wel. We stappen uit. Een beetje onwennig. Wat heeft dit te betekenen? Waarom houden we hier halt? Niemand lijkt het echt te begrijpen. Toch blijkt deze ruïne deel uit te maken van de geschiedenis van Colombia. Op deze plek werd een hoofdstuk geschreven in de recente geschiedenis. Een hoofdstuk, dat velen wensen te vergeten. Ooit was deze plek glamoureus. Ooit was deze plek luxueus. Met een beetje goede wil kunnen we de grootsheid van deze plek vermoeden. Hier, op deze plek, woonde ooit Carlos Lehder, medeoprichter van Medellinkartel. De grote man na Pablo Escobar. Lange tijd was hij succesvol maar zelfs in Colombia komt aan alle mooie liedjes een einde. Hij werd gearresteerd en uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Daar verscheen hij voor de rechtbank en werd hij veroordeeld tot een levenslange celstraf, vermeerderd met 135 jaar. Een mogelijkheid om op borgtocht vrij te komen werd hem niet gegund.

 

Wij kijken rond op deze plek. Naar wat het ooit moet geweest zijn. Wij kijken naar de feestzaal. De dancing. De eigenlijke villa. De logeerhuisjes in Zwitserse stijl. We kijken naar wat ooit decadente tijden moeten geweest zijn. Wij kijken naar de restanten van wat ooit een immens drugsimperium was. Van dat alles blijft nu niks meer over. Enkel verval. Deze site wordt niet opgeruimd. Wordt bewust zo gehouden. De overheid wenst de tijd zijn werk te laten doen. De tijd moet deze plek aanvreten. Opvreten. Intussen blijft deze plek zijn rol vervullen. Als een herinnering aan vervlogen, criminele tijden. Deze plek houdt in zich die luide schreeuw: nooit meer! We kunnen enkel hopen dat die schreeuw blijvend gehoord wordt.

 

Volgende aflevering op donderdag 30/05/2019: Villavieja – San Agustin.

Dagschema:

Dag 1: Brussel - Amsterdam - Bogotá.

Dag 2: Bogotá.

Dag 3: Bogotá - Zipaquira - Villa de Leyva.

Dag 4: Villa de Leyva.

Dag 5: Villa de Leyva - Bogotá - Medellin.

Dag 6: Medellin.

Dag 7: Medellin - Armenia.

Dag 8: Armenia.

Studio Bogotá:


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.