Mijn reisverhaal Colombia: Medellin.

Gepubliceerd op 15 mei 2019 12:59

Medellin? Een levensgevaarlijke reisbestemming. Omwille van de drugs. Omwille van het Medellin-kartel. Omwille van Pablo Escobar. Medellin was te mijden. Te veel geweld. Te hoge criminaliteitscijfers. De stad had een reputatie. Een reputatie die blijft kleven. Die zelfs vandaag nog niet gemakkelijk af te schudden is. Nochtans, er is intussen heel wat gebeurd. Pablo Escobar is niet meer onder de levenden. Na de val van de meeste drugskartels heeft de stad een flinke stap vooruit gemaakt op het gebied van politiek, cultuur, educatie en sociale ontwikkeling. De tijd stond niet stil in Medellin. Er werd gehandeld. Geen woorden maar daden. Vaak blijkt het een holle slogan te zijn maar deze stad bewijst dat een slogan heel soms ook inhoud kan hebben. Ooit was Medellin de moordhoofdstad van de wereld. Met soms wel zesduizend doden per jaar. Die moordcijfers zijn drastisch gedaald. De laatste jaren was zelfs sprake van een daling met wel tachtig procent. Er is hoop voor Medellin. Die nieuwe hoop was niet enkel het gevolg van dalende criminaliteitscijfers. Er was meer. Veel meer. Daar had Sergio Fajardo de hand in. Hij was burgemeester van deze stad. Van 2004 tot 2008. In die periode gaf hij de stad een boost. Een reboost.

 

Burgemeester Fajardo maakte deel uit van een burgerbeweging van stedenbouwkundigen, architecten en intellectuelen die de stad uit de spiraal van ongelijkheid en geweld wilden halen. Zij stelden vast dat de bevolking angstig was. Bange mensen zijn slechts met één ding bezig: overleven. Dat wilden zij veranderen. Zij hebben nieuwe publieke ruimten geschapen met onderwijs, culturele centra, botanische tuinen, parken en roltrappen. Al die inspanningen werden in 2013 bekroond toen Medellin werd uitgeroepen tot de meest innovatieve stad ter wereld. Zachtjes aan groeide Medellin uit tot voorbeeld voor heel Zuid-Amerika. Buitenlandse journalisten, delegaties uit Zuid-Amerika en Afrika komen naar de stad om getuige te zijn van die geslaagde transformatie.

 

Eén van de meest zichtbare bewijzen van die transformatie is het metronet. Het lijkt vreemd maar de metro is in Medellin één van de toeristische bezienswaardigheden. Om de stad echt te voelen, kan hier niet aan voorbijgegaan worden. ’s Morgensvroeg stappen we naar de metrohalte in El Poblado. Het is er nog rustig. Dat het ook anders kan, zullen we ’s avonds merken. Dan is het uitermate druk. Tijdens het spitsuur. De werkende klasse spoedt zich naar huis. Met de metro. Deze morgen bewegen we ons buiten het spitsuur. Wij zijn toeristen. Voor ons gelden andere regels. Op vakantie leven wij niet onder dwang van prikklokken en van te presteren arbeidsuren. Op vakantie zijn wij vrij. Die vrijheid vertaalt zich ondermeer in bijna lege metro’s. Op het moment dat wij sporen, is de werkende klasse aan het wroeten en zweten. Jawel, vakantie kan best wel fijn zijn.

 

Wij kunnen het ons nauwelijks voorstellen maar de metro werd aanvankelijk niet goed ontvangen. Er was veel verzet tegen de plannen. Onteigeningen maken niet van iedereen een voorstander van het nieuwe, verlichte idee. De metro gaat dwars door de stad heen. Daarvoor dienden vele huizen te wijken. Niet iedereen wordt daar vrolijk van. Toch mag gesteld worden dat het metronetwerk vandaag algemeen aanvaard is. Meer nog, de bewoners van Medellin beschouwen de metro als van hen. Het is hun metro. Niet van de stad. Niet van het stadsbestuur. Neen, de metro is van de bewoners.

 

Die fierheid is geen leeg begrip. Die fierheid wordt concreet ingevuld. In Medellin wordt gesproken van een ‘Cultura Metro’. Die cultuur staat voor netheid, discipline en burgerzin. Een kaartje kopen wordt als een evidentie beschouwd. Zwartrijden wordt gezien als een doodzonde. Een zitje afstaan aan ouderen of zwangere vrouwen gebeurt bijna automatisch. Een propje papier wordt niet weggegooid op het perron. Neen, daarvoor worden de vuilnisbakken gebruikt. Wij rijden mee op de metro en zien hoe die normen gerespecteerd worden. Het lijkt alsof de hectiek van een grootstad op de metro wordt buitengesloten. De stedelijke chaos wordt de toegang geweigerd. Hier heerst rust. Zelfs op een overvolle metro in het spitsuur.

 

We willen naar Santo Domingo. Eén van de beruchte sloppenwijken van de stad. Daarvoor moeten we even overstappen. Van de metro naar de kabelbaan. Die kabelbaan is niet de enige in de stad. De stad telt er drie. Die kabelbanen waren en zijn bedoeld om de verbinding te verzorgen tussen de sloppenwijken in de heuvels en de benedenstad. Bedoeling was de die donkerste delen van de stad uit hun isolement te halen. De kabelbaan verbindt de sloppenwijk met de wereld. Met de kabelbaan reist hoop mee.

 

Wij wandelen doorheen Santo Domingo. Meer nog, wij flaneren. Wij hoeven niet constant om ons heen te kijken. Wij voelen ons niet bedreigd. Ik durf mij hier veilig te noemen. Angst voel ik helemaal niet. Nochtans was het ooit anders. Ooit was dit een no-go zone. Dat is veranderd. Overdag heerst hier rust. ’s Avonds kan het nog heel anders zijn. Dan wordt aangeraden die wijk links te laten liggen. In Colombia kunnen wijken twee gezichten hebben. Twee gezichten, die elk een eigen publiek trekken. Wij zijn hier op het juiste moment. Wij zien het juiste gezicht van Santo Domingo. Een bruisende wijk waarin iedereen tracht te (over)leven.

 

Toch verandert niet alles in goud. Dat merken we bij de reusachtige avant-gardistische bibliotheek. Drie reusachtige basaltblokken torenen hoog uit boven de huisjes van de wijk. Bedoeling was dat de buurtbewoners hier boeken zouden kunnen lenen. Dat zij hier cursussen zouden kunnen volgen. Dat zij hier met computers zouden kunnen werken. Dat was het plan. De bibliotheek werd feestelijk geopend. In aanwezigheid van de Spaanse koning. Dat ligt ver in het verleden. Nu is de bibliotheek gesloten. Omwille van bouwtechnische redenen. Verzakkingen waardoor de veiligheid niet meer kan gegarandeerd worden. Een droom werd een nachtmerrie. De Colombiaanse impulsiviteit en de hang naar prestige winnen het soms van nuchterheid en planning. Een jammere zaak, die wij enkel kunnen betreuren. Want het zou mooi geweest zijn. Een initiatief, waarbij de strijd wordt aangegaan met de onwetendheid en de sociale achterstand in de volkswijken, verdient beter.

 

In Medellin hebben we in de namiddag nog een afspraak. Een graffititour in een andere sloppenwijk, Comuna 13, staat op het programma. Maar eerst blijven we nog even in de benedenstad. We gaan naar Plaza Botero. Om kennis te maken met de Colombiaanse schilder/beeldhouwer hoeven we het museum niet in. Op dit plein kunnen we ons bewonderend vergapen aan de werken van deze Colombiaan. Op het plein, dat door de kunstenaar zelf werd ontworpen, staan bronzen replica’s van zijn beroemde wulpse figuren. In een museum worden we door zaalwachters terechtgewezen als wij net iets te dicht bij het tentoongestelde kunstwerk komen. Op dit plein is het anders. De werken maken deel uit van het leven. Het lijkt wel alsof die gekke figuren even komen verpozen op het plein en gezelschap zoeken bij het talrijk aanwezige publiek. De liefde lijkt wederzijds. Het publiek gaat graag met de kunstwerken op de foto. In gewone of vreemde poses, het maakt niet uit. Soms moet die liefde toch enigszins getemperd worden. Te innige omhelzingen, het kan bedreigend zijn voor een kunstwerk. Net zoals kinderen met alpinistische neigingen die tot boven in een kunstwerk wensen te klimmen. Dat wordt afgeraden. Dan wordt ingegrepen. Botero moet aanwezig blijven. Graag in ongeschonden staat.

 

Nog één halte in de benedenstad. Het kerkhof San Pedro. In geen enkele reisgids wordt deze plek genoemd. Dan zou het kunnen lijken dat het kerkhof zomaar kan voorbij gestapt worden. Toch doen we het niet. Omdat een kerkhof vaak de perfecte illustratie is van de diversiteit van een stad. Een kerkhof vertelt in graven de geschiedenis van een stad. Die geschiedenis valt ook hier te lezen. Een geschiedenis geschreven in praalgraven of graven van meer bescheiden omvang. Notabelen en criminelen liggen hier samen. Op die ene plek. Net als artiesten en charlatans. Presidenten en huurmoordenaars. Rijken en armen. Jongeren en ouderen. Wat in het leven vaak gescheiden leefde, komt in de dood dan toch nog samen. In de dood schuilt blijkbaar enig communisme.

 

We hebben even stilgestaan bij de doden. Om bij die doden heel even stil te staan bij het leven. Om het leven heel even te overpeinzen. Om het leven te vieren. Om te beseffen dat elke dag moet geplukt worden. Zonder enige uitzondering. Met volle energie. Met volle enthousiasme. Dat opnieuw te kunnen beseffen is mooi. U ziet, een bezoek aan een kerkhof kan best heilzaam werken.

 

De benedenstad kan ons niet langer beneden houden. We willen verder. We gaan hoger. Comuna 13, daar gaan we heen. Ooit een beruchte wijk waar zelfs de politie zich niet vertoonde. Wat zich op nationaal vlak afspeelde, speelde zich hier af op lokaal vlak. Op een veel beperktere ruimte. In deze wijk kwamen leger, guerrilla, drugsbendes en paramilitairen samen. Dit was een wijk bepaald door onzichtbare grenzen. Het overschrijden van die grenzen kon de dood tot gevolg hebben. Eerst schieten. Dan pas vragen stellen. De wet van de sterkste was in vroegere jaren de enige wet die in deze wijk gold. Overleven, dat was de voornaamste taak van de bewoners.

 

Vandaag is het beeld anders. De rust lijkt teruggekeerd. Alweer via enkele kleinere ingrepen. Zo hebben zes roltrappen voor een metamorfose gezorgd. Ze vervangen de steile trappen. Bewoners kunnen zo op een comfortabele manier naar de stad en weer naar huis. De omgeving is met de hulp van de bewoners zelf opgeknapt. Huizen hebben frisse kleurtjes gekregen en wandschilderingen zorgen voor kunst in het straatbeeld. Het lijkt bijna niet te geloven. Toch is het zo. In deze straten lijkt hoop een vaste ankerplaats gevonden te hebben.

 

Van die hoop zijn wij getuige. Niet enkel wij. Vele toeristen trekken naar deze wijk om de geslaagde metamorfose te aanschouwen. Zij worden aan het metrostation San Javier opgevangen door lokale gidsen. Gidsen die in de wijk wonen en aan iedereen willen verklaren wat er hier precies gebeurd is. Wat er hier precies gedaan is. Fierheid op hun wijk is de drijfveer. Zij vertellen hoe het vroeger was. Zij vertellen over massagraven. Over standrechtelijke executies. Over ontvoeringen. Over afrekeningen. Over malteringen. Zij brengen hun eigen getuigenis. Een leven vol drugs. Een leven vol grote en kleine criminaliteit. Het plaatje is niet fraai. Maar Bredero blijkt ook in Colombia gekend te zijn. Ook in Colombia kan het verkeren. Dat deed het ook. Via militair ingrijpen. Via urbanistisch ingrijpen. Het een kan niet zonder het ander. Het militaire moet gevolgd worden door een sociaal programma. Dat gebeurde. De wijk bloeide herop. De wijk floreerde. Het succesverhaal houdt aan. Tot op vandaag. Onze gids liet zijn criminele verleden achter zich. Liet de drugs achter zich. Nu vertelt hij. Grapt hij. Dolt hij. Geen wapens meer. Enkel woorden. Woorden, die willen overtuigen. Woorden, die het andere gezicht zichtbaar maken.

 

Het regent. Jammer. Toch kan ons dat niet tegenhouden. We trekken de wijk in. We lopen van de ene muurschildering naar de andere. Van grote naar kleine. Van mooie naar minder mooie. Dit is heerlijk. Dit is genieten. Wij zijn enthousiast. Lopen rond. Als kleine kinderen. En toch. En toch. Dat kinderlijke enthousiasme veegt mijn volwassen nuchterheid niet weg. Ik ben alert. Ik blijf alert. Ik maak kanttekeningen. Kanttekeningen, die door een uitgekiende citymarketing misschien onder de oppervlakte blijven.

 

Ik wandel doorheen Comuna 13 en ik denk vele dingen. Zo denk ik dat al snel de neiging zou kunnen bestaan deze wijken als pure tristesse te beschouwen. Ik weet niet of dat ook zo is. Ik twijfel. Ik kijk om mij heen en meen dat men het ook als een bewijs zou kunnen zien voor de veerkracht van de mens. Als bewijs voor die altijd aanwezige wil om toch iets van het leven te maken. Velen zijn naar deze wijken getrokken. Vanuit het platteland zijn zij naar hier gekomen. Sommige van hen lukken. Anderen falen. Maar het zijn de succesverhalen die worden verteld. Die worden doorverteld. Die verhalen trekken dan weer anderen aan. Dat kan misschien verklaren waarom driekwart van de Colombianen in de steden wonen. In deze verhalen moet geen tristesse gelezen worden. Eerder hoop. Alleen ben ik er nog niet uit of die hoop eerder naïef dan wel realistisch is.

 

Maar het is niet enkel dat wat mij bezighoudt. Ik plaats vraagtekens bij die uitgekiende citymarketing. Waarbij alle problemen lijken weggedrukt te worden. Die zijn er echter nog. Die zijn niet verdwenen als sneeuw voor de zon. Dat erkent ook ex-burgemeester Fajardo. Hij geeft toe dat de metro niet de oplossing is voor de problemen van Medellín. Mobiliteit is niet het probleem. Het eigenlijke urgente probleem is de enorm ongelijke samenleving. Zo zijn er kinderen, die niet studeren omdat ze geen schooluniform kunnen betalen. Het aanpakken van die ongelijkheid lijkt mij prioritair.

 

Ook de bewering dat het geweld tot het verleden behoort, dient enigszins genuanceerd te worden. Akkoord, Pablo Escobar is verdwenen. Zijn kartel is versplinterd. In de plaats van het kartel kwamen evenwel andere bendes. Bendes, die opereren in en rond Medellín. Zo zouden er zeventig gewone bendes en tien grote actief zijn. Het gat, dat Escobar achterliet, werd ingevuld. Allen werd het actieterrein enigszins verschoven. Roof en afpersing vormen nu de grootste bedreigingen en uitdagingen. Terwijl ook het drugsprobleem actueel blijft.

 

Wij kunnen veilig doorheen Comuna 13 wandelen. Nooit voelde ik mij onveilig. Maar een rustige wijk is het niet. Nog niet. Jeison Alexander Castaño, het gezicht van de hiphop-scene in Medellín, is hierover bijzonder realistisch. Bijzonder nuchter. In een recent interview erkent hij dat de stad geen paradijs is in oorlogsgebied. Hij stelt dat de stad en zijn bewoners nog lang niet aan het einde van de tunnel zijn. De stad beleeft op dit moment kalmte. Al vanaf 2013 is het rustig. Maar dat is, volgens Castaño, typisch voor de cyclus van de stad. Het geweld kan zo weer opvlammen. Als een vulkaan, wachtend op de volgende uitbarsting.

 

Toch nog dit.  Medellin is top.  Medellin is de moeite.  U hoeft er niet omheen te rijden.  U hoeft de stad binnen te rijden.  Te kijken en te genieten.

 

Volgende aflevering op donderdag 23/05/2019: Armenia.

Dagschema:

Dag 1: Brussel - Amsterdam - Bogotá.

Dag 2: Bogotá.

Dag 3: Bogotá - Zipaquira - Villa de Leyva.

Dag 4: Villa de Leyva.

Dag 5: Villa de Leyva - Bogotá - Medellin.

Dag 6: Medellin.

Studio Bogotá:


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.