Uitgelezen: De strijd om tijd. Brief aan Olivier Pintelon.

Gepubliceerd op 16 juli 2019 07:35

Beste Olivier,

 

Ik heb het al enkele malen aan den lijve mogen ondervinden. Telkens ik durf te pleiten voor een collectieve arbeidsduurverkorting met loonsbehoud word ik weggezet als naïeveling. Het zou onhaalbaar zijn. Het zou onbetaalbaar zijn. Sterkere argumenten worden niet uit de kast gehaald. Onhaalbaar en onbetaalbaar moeten als argumentatie volstaan om dit debat af te blokken. Om dit debat af te sluiten. Ik zwijg. Kruip in mijn schulp. Uitgemaakt worden voor naïeveling, het komt hard binnen.

 

U botste in het verleden op dezelfde, weinig inhoudsvolle argumenten. U kroop evenwel niet in uw schulp. Integendeel. In die inhoudsloze argumenten tegen arbeidsduurverkorting vond u uw motivatie. Uw motivatie tot het schrijven van een boek. Dat boek werd uw pleidooi voor een 30 urenweek. Want dat was waarvoor u pleitte. Een collectieve arbeidsduurverkorting met loonsbehoud waarbij de reële arbeidstijd afneemt per week. Tot dertig uren per week. Niet meer. Niet minder. Een dergelijke arbeidstoekomst moet haalbaar zijn. Moet betaalbaar zijn. Neen, dit is geen naïef gewauwel. Dit is een realistisch pleidooi.

 

U begint uw pleidooi met een terugblik. U geeft een overzicht van acties. Van stakingen. Allemaal met de bedoeling de arbeidsduur in te korten. Ik lees over Robert Blincoe. Over Robert Owens. Ik lees over de Haymarketaffaire. Over de Dag van de Arbeid. Ik lees over Joseph Wauters. Over het Volksfront. Ik lees over Albert Pot en Theo Grijp. Over Rosie the Riveter. De geschiedenis toont ons dat een kortere werkweek allerminst dagdromerij is. Doorheen de geschiedenis werd de arbeidsduur verminderd. Doorheen de geschiedenis steeg het aantal verlofdagen. Een mens zou kunnen denken dat het genoeg is geweest. Dat het ooit eens moet stoppen. U niet. U toont aan dat de strijd verder moet gaan. De strijd om een kortere werkweek moet blijvend gevoerd worden.

 

U stelt terecht dat onze samenleving niet in evenwicht is. Dat voelt iedereen. Niemand zal het ontkennen. Individuele arbeidsduurverkorting zou een oplossing kunnen bieden. Alleen, het is niet zaligmakend. Het versterkt de genderkloof. Het is niet voor iedereen weggelegd. Het staat op gespannen voet met een carrière. Het leidt tot een hogere werkdruk en het is slechts beperkt in tijd. Het moet dus anders. Om arbeid en gezin structureel in evenwicht te brengen, werkt u een drieledige strategie uit. Het aanbod in formele opvang moet uitgebreid worden, de voltijdse werkweek moet ingekort worden en eindelijk moet erkend worden dat het debat over langer werken is doorgeslagen.

 

Door de arbeidstijd niet aan te passen aan de tweeverdienersrealiteit duwen we beide geslachten in een keurslijf. De man maakt carrière. De vrouw focust op huishoudelijk werk en zorg. De collectieve werktijdverkorting is dus een ultiem middel in de strijd voor man-vrouw gelijkheid. Via een kortere werkweek zou de vrouw een volwaardige kans op de arbeidsmarkt krijgen. Een kortere werkweek zou dus niet enkel ten goede komen aan de gezondheid van het personeel. Een kortere werkweek zou dus niet enkel leiden tot minder ziekteverzuim. Een kortere werkweek zou dus niet enkel leiden tot productiviteitswinst. Bovenal zouden man en vrouw als gelijkwaardige partners behandeld worden op de arbeidsmarkt. Alleen al daarom zou arbeidsduurverkorting ernstig in overweging moeten genomen worden.

 

Een kortere werkweek zou niet als onhaalbaar mogen beschouwd worden. Eerder zou het moeten gezien worden als een maatschappelijke investering. Het zou de werkuren herverdelen onder de werkzoekenden en deeltijders. Het zou de individuele onderbrekingsstelsels de wind uit de zeilen nemen. Het zou de stijging van het aantal arbeidsongeschikten counteren. Het zou, zoals ik reeds schreef, de vrouwen een volwaardige kans op de arbeidsmarkt gunnen. De kostprijs mag omwille van die maatschappelijke winst niet als een onoverkomelijk euvel beschouwd worden. De overheid zal moeten bijspringen door gericht te subsidiëren. In uw boek schrijft u dat veel bedrijfssteun momenteel niet gelinkt is aan jobcreatie. Die steun kan beschouwd worden als een blanco cheque. Daarom stelt u voor om de steun, die niet bijdraagt aan de creatie van jobs, te heroriënteren richting werktijdverkorting gekoppeld aan bijkomende tewerkstelling. U beseft evenwel dat enkel dit niet zal volstaan. Er zal moeten gekeken worden naar andere financieringsvormen. Ook die andere vormen benoemt u.

 

Vele landen hebben geëxperimenteerd met vormen van werktijdsverkorting. In Frankrijk deden ze het. In Zweden deden ze het. In Denemarken deden ze het. Zelfs in de Verenigde Staten deden ze het. Uit al die experimenten bleek een positieve impact op het personeel. Uit al die experimenten bleek een positieve impact op de productiviteit. Momenteel loopt bij Femma een experiment. Dit jaar zullen onderzoekers de impact van het experiment nauwgezet opvolgen.

 

Uit wat ik gelezen heb, kan ik besluiten dat het debat over arbeidsduurverkorting niet enkel een economisch debat is. Bovenal is het een maatschappelijk debat. Als de overheid werkelijk bekommerd is om een juiste balans tussen arbeid en gezin zal zij dit debat niet uit de weg kunnen gaan. De overheid zal dit debat moeten voeren. Ten gronde. U zelf bent realistisch. Het zal niet onmiddellijk gerealiseerd worden. U stelt voor die kortere werkweek uit te rollen over een periode van twintig jaar. Met telkens kleine tussenstapjes. Zodat niemand van de belanghebbenden achterop blijft. Zodat iedereen gelijktijdig opschuift naar dat uiteindelijke streefdoel.

 

Beste Olivier. Ik wil u danken voor dit boek. Ik las het met plezier. Bij een volgende discussie zal ik niet meer in mijn schulp kruipen. U gaf mij munitie in de vorm van overtuigende argumenten. In de vorm van succesvolle experimenten. Vol overtuiging zal ik tegen mijn ‘tegenstanders’ zeggen dat het niet naïef is te dromen van een betere toekomst. U hebt mij het bewijs geleverd. U hebt mij weten te overtuigen. Een 30 urenweek? Het zal er komen. Ooit. U hebt alleszins een aanzet gegeven tot dit noodzakelijke debat. Helder en onderbouwd. Daarom dus van ganser harte bedankt.

 

Met vriendelijke groeten.

Foto: Jan Breydelstraat, Gent (@wimleest)


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.