Beste Kiwi,
Vandaag word ik wakker met Johnny Cash. Ik kan het niet helpen maar in mijn hoofd blijft continu zijn Ring of fire draaien. Nieuw-Zeeland is deel van de Pacific ring of fire. Dat is een hoefijzervormig gebied rondom de Grote Oceaan dat gekenmerkt wordt door het veelvuldig optreden van aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Die gevoeligheid heeft alles te maken met tegen elkaar aanschuivende tektonische platen. Dat schuiven en botsen is niet alleen de oorzaak van grote en grootste natuurrampen, vaak vormt het schuiven en botsen ook de landschappen. Het schuiven en botsen legt landschappen in de juiste en/of voorlopige vorm. Dat is wat wij zullen doen. Wij gaan naar een plek waar het borrelt en gromt. Waar het kookt en spuwt. Wij gaan naar een plek waar het rommelt en grolt. Die plek is Waiotapu Scenic Reserve, vlak bij Rotorua. Toch is dat niet onze eerste halte. Eerst houden wij nog even halt bij de Huka Falls. Er wordt wel eens gezegd dat de rechte weg de kortste weg is. Dat kan wel zijn. Maar op vakantie geldt die regel niet. Op vakantie moeten we slingeren. Moeten we van de rechte weg af. Want op vakantie geldt die andere regel: haast en spoed is zelden goed.
We gaan dus even van de rechte weg af. Een zijbaantje brengt ons naar de Huka Falls. Die liggen net buiten Taupo. Ik heb al heel wat watervallen gezien maar toch weet deze waterval mij nog te verrassen. Niet door de hoogte. Niet door de breedte. Deze waterval weet mij te verrassen door zijn kracht. Wat wij zien, is best wel indrukwekkend te noemen. Een paar honderd meter stroomopwaarts van de Huka Falls versmalt de Waikato rivier van ongeveer honderd meter breed tot een kloof van vijftien meter breed. Het water dat eerst rustig vloeit wordt plots door een kloof geperst. Het water kolkt. Het water brult. Dat mag niet verbazen. Want per seconde stroomt er tot 200.000 liter water doorheen de kloof. Dat kan niet zachtjes gaan. Dat kan niet stilletjes gaan. Woeste kracht kan niet ingetoomd worden. Wel kan die woeste kracht bewonderd worden. Dat is wat wij doen.
Ik ben nu al een tijdje in Nieuw-Zeeland. Elke dag mag ik het ervaren. Elke dag wijken we wel één of meerdere keren uit. Gaan wij aan de kant van de weg staan. Om dan een eindje te wandelen. Tot op een uitzonderlijke plek. Een plek waar onze mond openvalt. Omdat wij geconfronteerd worden met schoonheid. Met de wonderlijke diversiteit van de Nieuw-Zeelandse natuur. Om dat te mogen ontdekken, hoeven wij niet dagenlang te stappen. Geen lange en vermoeiende trektochten. Vaak is het slechts een half uurtje wandelen. Nooit gaat het vervelen. Integendeel. We maken een vreugdesprongetje als wij de bus uit mogen. Omdat wij bij het uitstappen al weten dat wij opnieuw iets nieuws zullen aanschouwen. Iets unieks. Iets anders. Dat is vandaag zo bij de Huka Falls. Dat was alle vorige dagen zo. Uw natuur is uw sterkste troef. Uw landschappen zijn uw sterkste troef.
Onze volgende halte is, zoals ik eerder schreef, Waiotapu Scenic Reserve. Een plek dat bekendstaat om zijn geothermische activiteiten. Wij zullen kijken naar borrelende modderpoelen. Naar stomende kraters. Naar kleurrijke warmwaterbronnen. Dat kunnen wij niet vanuit onze luie zetel. Daarvoor moeten wij gaan stappen. Wij kunnen kiezen uit drie wandelingen. Wij beslissen de drie wandelingen te combineren. Want wij willen alles zien. Echt alles.
We gaan dus stappen. Drie kilometer stappen. Een infobord geeft aan dat wij hiervoor anderhalf uur moeten rekenen. Dat lijkt mij eerder te wijzen op een slentertempo. Dat is dan ook wat wij doen, wij slenteren. Wij nemen onze tijd. Wij vergapen ons aan het uitzonderlijke kleurenpallet van de natuur. Geel, groen, oranje. Alweer kijken wij naar iets wat wij eerder op Nieuw-Zeeland nog niet gezien hebben. Deze plek wordt omschreven als ‘one of the most surreal places on earth’. Als ‘a living breathing masterpiece’. Nu weet ik wel dat wij moeten uitkijken voor knap uitgedachte slogans door hippe marketingjongens en -meisjes. Die slogans kunnen neigen naar een zekere vorm van overdrijving. In dit geval evenwel benadert de slogan bijna de werkelijkheid. De slogan hinkt de werkelijkheid achterna. Bij het binnengaan van het park vreesde ik een themapark te betreden. Een soort van Disneyland. Maar dat is het niet. Zeer zeker niet. Ik stap een wonderland binnen. Een wonderland dat mij bijna meteen in zijn greep heeft. Een houdgreep die het enkel lost bij het buitengaan. Deze plek gaf mij een inkijk in de aarde. In wat onder onze voeten leeft. Ik keek en was behoorlijk onder de indruk.
Wij reizen om te leren. Die wijze raad neem ik graag ter harte. Terwijl ik langsheen de wonderen der natuur wandel, blijft één term, gelezen op een infobordje bij de krater Rua Pumahu, hangen in mijn hoofd: Foley-effecten. Ik trek mijn ogen wijd open. Ik frons mijn wenkbrauwen. Ik pijnig mijn hersenen. Toch komt het niet. Het daagt mij niet. Foley-effecten? Het is mij totaal onbekend. Als mij iets onbekend is, ga ik het opzoeken. Het wereldwijde web snelt mij ter hulp en laat mij weten dat Foley-effecten synchrone geluidseffecten zijn die tijdens de postproductie worden toegevoegd aan films, video’s en andere media om ze realistischer te maken. Deze effecten, zoals voetstappen, deuren die piepen of kleding die ritselt, worden door een foley-artiest gecreëerd in een studio of op locatie en voegen diepte toe aan het geluidslandschap. Het is een kunstvorm die het verschil maakt tussen een platte en een meeslepende audio-ervaring. Deze techniek werd door Jack Foley, een Amerikaans geluidsman en pionier in de filmindustrie, voor het eerst gebruikt bij de film Show Boat uit 1929. Als eerbetoon werden deze effecten naar hem vernoemd.
Vandaag wordt deze techniek nog altijd gebruikt. Zo werden geluiden in en aan de krater Rua Pumahu opgenomen om vervolgens gebruikt te worden in Lord of the Rings. De natuurlijke, borrelende en sissende geluiden uit de krater werden gebruikt om de vulkanische landschappen van Mordor geloofwaardiger te laten klinken. Terwijl ik al die info tot mij neem, besef ik dat ik die filmtrilogie nog altijd moet zien. Op de terugvlucht naar België zal ik hiervan werk maken. Maar dat is voor later. Momenteel zijn wij op weg naar Rotorua.
Over Rotorua zou ik heel wat kunnen schrijven. Ik zou het kunnen hebben over het groene en het blauwe meer. Ik zou het kunnen hebben over het Redwoods Forest ofte Whakarewarewa Forest. Over dat alles zou ik kunnen schrijven maar ik doe het niet. In het begin van mijn brievenreeks schreef ik al dat deze brieven geen poging zijn tot een volledig reisverslag. Ik tracht mij te ‘beperken’ tot indrukken. Dat is waartoe ik wil komen als ik het heb over het Te Puia New-Zealand Maori Arts & Crafts Institute. Want dat is waar wij heen gaan. Voor een Maori-avond.
Dit wordt de avond waarop wij zullen kennismaken met de haka. De haka is een performancekunst en wordt vaak uitgevoerd door een groep, met krachtige bewegingen en gestamp met de voeten, begeleid door ritmisch geschreeuw. De dansvorm werd wereldwijd bekend toen Nieuw-Zeelandse sportteams een haka gingen uitvoeren bij het begin van een internationale wedstrijd met de bedoeling de tegenstander uit te dagen en te intimideren. De uitvoeringen door de All-Blacks, het rugbyteam van Nieuw-Zeeland, zijn intussen legendarisch.
Save the best for last, dat moeten de Maori denken. De haka is het slotnummer. Eerst worden nog andere gezangen gebracht. In combinatie met traditionele dansen. Ik wist niet wat ik mocht verwachten. Bij aanvang was ik bevreesd voor een zogenaamde ‘tourist trap’. Ik zou mijn houding durven te omschrijven als argwanend. Maar dat verdwijnt als sneeuw voor de zon. Wanneer de mannen en vrouwen op het podium hun samenzang beginnen, ontdooi ik. Ik stel mij open. Ik neem het in mij op. Terwijl ik luister, herbeleef ik alles. In mijn hoofd wordt een film geprojecteerd met de hoogtepunten van mijn reis door Nieuw-Zeeland. Ik denk opnieuw aan de verhalen van de hemelvader. Van de aardemoeder. Van de god van de zee. Van de god van de vogels en het bos. Al die indrukken komen samen in een heerlijke cocktail. Die cocktail wordt dan overgoten met de muziek, die ik hoor en zie. Dat is niet alles. Er gebeurt nog meer in mijn hoofd. Ik denk aan onvergetelijke familiefeesten uit het verleden, waarop mijn ouders, nonkels en tantes beginnen te zingen. Ik realiseer mij hoe stil de familiefeesten vandaag geworden zijn. Mijn ouders zijn te oud. Nonkels en tantes zijn gestorven. Onze generatie kent die verwarmende charme van het samenzingen niet. Dat besef doet mij dan weer denken aan mijn reizen naar Ierland en Corsica. Waar ze die kunst van het samenzingen wel nog kennen. Net zoals de Maori dat nog kennen. Deze avond voel ik die verbindende kracht van het zingen. Die kracht ontroert mij. Ik wil omhelzen. Ik wil verbroederen. Dat alles wil ik maar ik beperk mij tot een applaus. Een enthousiast applaus. Verder kom ik niet. Een gemiste kans, denk ik.
U zal vaststellen dat ik bij de Maori avond geen kritische bemerkingen heb over de authenticiteit. Over het authentieke karakter. Maar die mogelijke bemerkingen werden door de performance zelf weggeveegd. Ik was al te zeer onder de indruk. Ik was al te diep ontroerd. De artiesten wekten andere bedenkingen op. Bedenkingen die mij nog dieper raakten. En dan moest de finale nog komen. De haka. Het enige wat ik nog kan zeggen, is dat ik een fantastisch fijne avond had. Ik ga heerlijk slapen.
De volgende dag rijden wij naar ons eindstation, Auckland. U kan het al raden, we spoeden ons niet naar Auckland. Uiteraard niet. Onderweg houden we halt aan Mount Maunganui, in Tauranga. Wij stappen uit de bus en, u kan het al raden, we gaan wandelen. Wij zouden naar de top van de berg kunnen wandelen. Dat lijkt ons de grootste uitdaging. Toch passen we hiervoor. We willen het vandaag rustig houden. Gewoon eventjes uitwaaien. Wij kiezen voor een wandeling rond de berg. Langs de zee en de haven. Het wordt omschreven als een makkelijke wandeling. Die belofte wordt waargemaakt. Wat mij bij deze wandeling opvalt, is dat ik bijzonder alert ben voor vogels. Tijdens deze en alle vorige wandelingen raak ik gefascineerd door die diertjes. Bij elke vogel sta ik stil. Soms heel even. Soms wat langer. Ik kan het niet verklaren. Thuis sta ik helemaal niet stil bij vogels. Ik merk ze nauwelijks op. Zij passeren, dat is alles. Hier geef ik ze aandacht. Meer nog, ik tracht te achterhalen welke vogels ik zie. Soms lees ik de infobordjes langs de wandeling. Soms ga ik zoeken op het internet. Ik lees dan over de Nieuw-Zeelandse zwarte scholekster. Over de grote mantelmeeuw. Over de zwarte meeuw. Over de zwartbekmeeuw. Een wereld gaat voor mij open. Het lijkt alsof mijn aandacht die vogels meer bestaansrecht geeft. Terwijl ik wandel, neem ik mij voor ook thuis meer alert te zijn voor vogels. Om hen ook thuis een beetje meer bestaansrecht te geven.
Auckland. De stad die eigenlijk de hoofdstad zou moeten zijn. Veel indrukwekkender dan het provinciale Wellington. Misschien dat ik met voorgaande woorden opnieuw het nationale debat hieromtrent aanzwengel. Laat mij duidelijk zijn, dat is geenszins mijn bedoeling. Ik geef u enkel mee hoe deze stad op mij overkomt. Want deze stad bruist. Deze stad leeft. Deze stad inspireert. Dat mag ik bijna meteen ervaren op onze stadswandeling. Nauwelijks nog maar een kilometer gestapt of ik bots op een heldere en warme boodschap: My strength is not due to me alone but due to the strength of many. Succes in het leven is geen eigen verdienste, het is de verdienste van een samenleving. Dat is hoe ik die boodschap interpreteer. Een tegengewicht tegen het meritocratische idee, dat steeds meer aan belang wint in het huidige politieke debat. Het geloof in de meritocratie is vaak een poging om terechte vragen over ongelijkheid in de kiem te smoren. Ik sluit Auckland meteen in mijn hart.
The Robertson Gift in de Auckland Art Gallery zet het debat over ongelijkheid op scherp. De Amerikaanse verzamelaars Julian Robertson en Josie Robertson doneerden, als bezegeling van hun liefde voor uw land, vijftien werken van invloedrijke moderne Europese kunstenaars aan het museum. Ik kijk naar werken van Georges Braque, Paul Cézanne, Salvador Dali, Paul Gauguin, Henri Matisse, Pablo Picasso, … Het duizelt mij. Niet zozeer om de unieke samenstelling van de verzameling. Wel om de vermoedelijke waarde van de collectie. Een waarde die in de honderden miljoenen dollars loopt. Hallucinant. Vóór ik het museum binnenstapte zag ik langs de weg vele daklozen. Tegelijk moet ik denken aan een billboard dat ik zag bij het binnenrijden van de stad. Eén op de vier kinderen zouden nood hebben aan voedsel. Het stemt tot nadenken. Het versterkt mijn vermoeden dat het pleidooi tegen extreme rijkdom van Ingrid Robeyns misschien een groter bereik mag hebben.
In hetzelfde museum is er een zaal die om mijn aandacht vraagt. Of neen, die om mijn aandacht schreeuwt. Een interactieve installatie, ontworpen door de Zuid-Koreaanse artiest Do Ho Suh en zijn jonge dochters, trekt mij die zaal binnen. De installatie is een ode aan de verbeelding. Aan de kinderlijke fantasie. Deze zaal is een plek voor bouwers, dromers en verhalenvertellers. Een plek waarbij de bezoeker wordt uitgenodigd tot creëren. Tot een bijdrage aan een installatie in progress. Ik aarzel. Ik twijfel. Toch besluit ik geen bijdrage te leveren aan dat schitterende werk. Terwijl het mij nochtans gevraagd wordt. Zelfkennis fluister mij in dat mijn artistieke kwaliteiten misschien te beperkt zijn om op die uitnodiging in te gaan. Maar dat doet geen afbreuk aan mijn enthousiasme over dit werk. Integendeel, ik vind het ‘crimineel wijs’.
Wij gaan verder. Het Auckland War Memorial Museum staat op het programma. De naam van het museum dekt niet de volledige lading. Het doet een museum vermoeden dat gewijd is aan de militaire geschiedenis. Dat is slechts een deel van het museum. Het museum spitst zich ook toe op de Maori en Pacifische cultuur. Op de natuurlijke geschiedenis. Die laatste twee krijgen onze meeste aandacht. Daarvoor komen wij. Jammer genoeg dienen wij ter plaatse vast te stellen dat de Maori zaal onder constructie is en daarom niet toegankelijk. Jammer. Wel krijgen wij hier, eindelijk, de kiwi te zien. Dit nachtdier wordt zelden of nooit gespot. Hier in het museum krijgen wij de gelegenheid de loopvogel uitgebreid te bestuderen. Zonder ons druk te hoeven maken dat de vogel zou wegvluchten. Dat de vogel zich zou verschuilen. Het opgezette exemplaar kan geen kant op. Veroordeeld tot het eeuwig ter plaatse blijven trappelen.
In gidsen over uw land had ik een grappig iets gelezen. Voldoende grappig om mijn aandacht te trekken. Ik had gelezen dat het water in het toilet bij het doorspoelen tegen de wijzers van de klok wegspoelt. Bij aankomst in uw land werd dit mijn opdracht. Ik zou nagaan hoe sterk het ‘broodje aap’ karakter van dit verhaal is. Telkens ik doorspoelde richtte ik mijn aandacht op het wegspoelende water. Telkens spoelde het met de wijzers mee. Ik begon te wanhopen. Tot ik naar het toilet ging in het Auckland War Memorial Museum. Daar gebeurde het wonder. Halleluia. Bim bam beieren. Ik saste en ik zag het. Mijn geloof had mij gered. Het water spoelde tegen de wijzers in weg. Ik kon het niet geloven. Ik bleef even wachten om nog even door te spoelen. Jawel, ik had het goed gezien. Dit was geen ‘broodje aap’. Dit was werkelijkheid.
Op onze laatste avond besluiten wij neer te kijken op Auckland. Niet figuurlijk. Wel letterlijk. Een mogelijkheid was de Skytower geweest. Dit hoogste bouwwerk van Nieuw-Zeeland (328 meter hoog) zal ongetwijfeld een schitterend uitzicht bieden over de stad. Wij besluiten het bescheidener én goedkoper te houden. Wij stappen de lift van het Voco Hotel en laten ons naar de achtendertigste verdieping brengen. Naar de Albert Bar. Daar kan je een cocktail bestellen. Of een pintje bier. Of gewoon een frisdrank. Met een drankje in de hand kan ik uitkijken over een stad die mij fascineert. Deze stad heeft mij aangenaam verrast.
Nog vóór ik afscheid neem van de stad, reikt de stad mij nog twee waarheden aan. De eerste betreft een zeer heldere en nauwkeurige definitie van koffie. Velen drinken het maar slechts weinigen weten het drankje precies te omschrijven. Ik zelf heb ook al meerdere pogingen ondernomen maar kom enkel tot weinig spitsvondige dooddoeners. Auckland reikt mij de hand in die zoektocht. Aan een koffiebar lees ik wat koffie werkelijk is: comfort in a cup that has te power to turn you into a functioning member of society. Ik mag mijn zoektocht staken. Ik heb gezocht en gevonden.
Een tweede waarheid vind ik op een T-shirt. In een souvenirwinkel. Everything is within walking distance if you have the time. Op onze vele wandelingen in uw land hebben we dit mogen ervaren. In grote afstanden. In kleine afstanden. Altijd komen we ergens aan. Een ergens dat baadt in schoonheid. Een ergens dat telkens weer verrast. Met die laatste frase stap ik het vliegtuig op. Ik keer terug. Naar mijn land.
Beste Kiwi. Heel waarschijnlijk zal u het niet beseffen. Toch is het zo. U hebt wat gedaan met mij. U hebt mij beroerd. U hebt mij ontroerd. Intussen heb ik al wat van de wereld mogen zien. Ik kan vergelijken. Want dat is wat een mens doet. Het ene vergelijkt hij met het andere. In die vergelijking scoort uw land hoog. Bijzonder hoog. Ik zou uw land in mijn persoonlijke top drie durven te plaatsen. Waarbij ik besef dat de neiging om een land te vatten in een persoonlijke top afbreuk doet aan een land. Toch wou ik het u meegeven. Om duidelijk te maken in hoeverre uw land mij heeft (aan)geraakt. Het was een combinatie van dingen. Van vele dingen. Vele dingen die maakten dat ik alleen maar enthousiast kan zijn als ik aan uw land denk. Als ik over uw land praat. Als ik over uw land schrijf. Daarvoor wil ik u danken. Van ganser harte. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties
Een heel mooie afsluiting van deze vakantie met vele indrukken en onvergetelijke herinneringen
Dank Wim dat jullie hier aan hebben bijgedragen. Groetjes Wilma en Everhard