Beste Sandro,
Van vreugde jubelt heel mijn hart. Het zal u misschien verbazen dat ik deze brief begin met een zinsnede uit een kerkelijk lied. Toch leken deze woorden mij het juiste begin. Omdat het exact omschrijft wat ik voel als ik begin aan een boek van u. Dat mocht ik ervaren bij Kalme chaos. Dat mocht ik ervaren bij Blaffende honden. Dat mocht ik ervaren bij De kolibrie. Dat mocht ik een vierde keer ervaren bij uw nieuwste boek, Zwarte september. Dat goede gevoel bij uw nieuwste boek wordt nog versterkt door wat ik lees op de achterflap van het boek. Op die achterflap lees ik dat Zwarte september Veronesi op de toppen van zijn kunnen is. Om meerdere redenen moet ik die enkele woorden op de achterflap bijtreden na het lezen van uw nieuwste boek. Want, jawel, u leverde opnieuw een topprestatie. Nu is het nog aan mij om die meerdere redenen te benoemen. Dat doe ik met graagte.
Vooreerst situeert u uw verhaal in Vinci en Viareggio. Twee steden waar ik eerder al op vakantie was. U moet weten, Italië is mijn favoriete reisbestemming binnen Europa. In uw boek lees ik al de redenen die mijn liefde voor Italië voeden. La dolce vita, dat is wat ik lees in uw boek. Dat is wat ik proef in uw boek. Bijna wil ik uw boek dichtklappen en het vliegtuig opstappen. Om mij naar uw land te laten brengen. Want met elk woord maakt u mijn goesting groter om af te reizen. Toch doe ik het niet. Want uw boek houdt mij in uw greep. Dat gebeurde bijna meteen. Meteen had ik het gevoel dat dit boek niet of toch zo weinig mogelijk mocht dichtgeklapt worden. Dit boek vraagt om in één ruk uitgelezen te worden.
Mijn liefde voor Italië is groot. Net zoals mijn liefde voor muziek. Ik kan mij geen leven voorstellen zonder muziek. Ik moet muziek om mij heen hebben. U zou kunnen opperen dat stilte mij afschrikt. Dat muziek die stilte moet uitgommen. Maar dat is het niet. Ik heb een echte passie voor muziek. Dat heeft voor gevolg dat muziek geen opvulling mag zijn. Muziek is een aanvulling. Het versterkt mij. Het maakt mij volledig. Het maakt mij tot wie ik ben. Die liefde en passie voel ik ook bij Gigio en Astel, de protagonisten in uw nieuwste boek. Wat zij voelen voor muziek, voel ik ook. Op eenzelfde manier. Die gedeelde passie zorgt ervoor dat ik beide personages onmiddellijk in mijn hart sluit. Het maakt mij betrokken partij.
U schrijft op een schitterende wijze over de kracht van muziek. Over de verbindende kracht. Terwijl ik lees, denk ik terug aan mijn jeugd. Dat is al een tijdje geleden. Maar uw boek voert mij terug naar die jaren. Naar de zomervakanties. Ik herinner mij hoe ik op warme dagen aan het raam van een buurmeisje luisterde naar muziek. Ik leerde aan dat raam Leonard Cohen kennen. Albert Hammond. Cat Stevens. Elton John. Heerlijke herinneringen. Fijne dagen.
Italië en muziek. U lijkt evenwel dat gezegde te kennen dat alle goede dingen uit drie bestaan. Daarom voegt u nog een derde element toe. De liefde. U vertelt het verhaal van Gigio en Astel. Hoe zij een koppeltje worden. Heel voorzichtig. Met schroom. Het is geen stormachtige liefde. Wel een liefde die zachtjes groeit. Dat te mogen lezen, raakt mij diep. Want het is zo mooi. Het is zo intens. Ik herinner mij mijn jeugdliefdes. Ik herinner mij die gevoelens van verliefdheid. Ik herinner mij hoe alles om mij heen wegviel. Hoe mijn geliefde het centrum van de wereld werd. Niks deed er nog toe. Enkel die liefde was van tel. Datzelfde voel ik bij de liefde tussen de twaalfjarige Gigio en de dertienjarige Astel. Alweer hebben wij een band. Alweer heb ik een reden om uw boek dicht bij mij te houden. Om uw boek niet los te laten.
U bent een schrijver. U weet dat u moet ingrijpen. Dat u het verhaal moet doen kantelen. Dat knagende gevoel krijg ik al vrij snel. Ik voel aan bijna alles dat er iets staat te gebeuren. Iets onherroepelijks. Dat alles op zijn kop zal zetten. U bouwt op. Naar een climax toe. Dat doet u heel zachtjes. Zoals ik al schreef, bijna van bij het begin van uw boek bereidt u de lezer voor. Om de klap te verzachten. Alsof u medelijden hebt met de lezer. Alsof u de lezer wil behoeden. De (be)dreiging sluipt zachtjes dichterbij. Om uiteindelijk Gigio en Astel in te sluiten. Vluchten kan niet meer. Hun wereld stort in. Mijn wereld stort in.
Beste Sandro. Ik las uw boek in bijna één ruk uit. Het kon niet anders. U dreef mij voort. U jaagde mij voort. Nooit werd ik zo gegrepen door een verhaal. Dat komt misschien omdat ik mij om al die aangehaalde redenen verwant voelde met de protagonisten. Ik supporterde voor hen. Ik steunde hen. Bijna ging ik in gesprek met hen. Om hen te behoeden. Om hen te beschermen. Om hen op te vangen. Dit is een verhaal dat niemand ongevoelig kan laten. Dat iedereen moet beroeren. Het boek heb ik intussen gelezen. Maar ik leg het niet weg. Ik laat het nog even liggen op het salontafeltje. Om heel voorzichtig afscheid te nemen van Gigio en Astel. Want op heel korte tijd hebben wij een sterke band opgebouwd. Die mag niet zomaar en bruusk verbroken worden. Dat boek hou ik nog eventjes dicht bij mij. Voor dat alles wil ik u graag van ganser harte bedanken. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
PS: Nog één ding wil ik hopen. Dat uw boek zal verfilmd worden. Dan weet ik wat mij te doen zal staan. Ik zal mij haasten naar de bioscoop. Ik zal mij een ticketje kopen. Ik zal mij in een zetel zetten. En, jawel, ik zal huilen bij het weerzien van Gigio en Astel.
Reactie plaatsen
Reacties