Uitgelezen: Onze verslaggever in de leegte. Brief aan Dimitri Verhulst.

Gepubliceerd op 10 maart 2021 om 13:20

Beste Dimitri,

 

Ik wil u danken. Heel waarschijnlijk zal u menen dat één van uw boeken mij inspireerde tot het schrijven van volgende dankbetuiging. Helaas, dat is het niet. Of toch niet helemaal. Deze dankbetuiging betreft de vele muzikale tips die u aan mij meegaf in één van uw laatste boeken, Onze verslaggever in de leegte. U bracht Alain Bashung onder mijn aandacht. De naam was mij bekend. Waarvoor die naam garant stond was mij dan weer onbekend. Totaal onbekend. U triggerde mij met die verwijzing in uw boek. U loopt hoog op met die Franse artiest. Ik wou begrijpen waarom. Ik ging op onderzoek. Ik grasduinde doorheen het oeuvre van de man. Met dank aan Spotify. Ik kwam uit bij schoonheid. Toch was het niet enkel die ene tip. Dat zou wat weinig geweest zijn als aanleiding voor deze brief. Er was meer. Veel meer. U bracht mij The Blue Nile opnieuw in herinnering. Dat deed u door u bijzonder lovend uit te laten over Paul Buchanan, de frontman van de band. Ergens had ik die ene plaat, A walk across the rooftops, liggen. Ik haalde ze vanonder het stof. Opnieuw ging ik luisteren. Ik ontdekte opnieuw die heerlijke uitzonderlijkheid. Via datzelfde boek liet u mij kennismaken met Erroll Garner. Met Archie Shepp. Met Keith Jarrett. Met Dexter Gordon. U liet mij binnentreden in een muzikale wereld, die voordien ontoegankelijk was voor mij. Omdat ik die wereld gewoonweg niet kende.

 

Ik zou de brief nu kunnen beëindigen. Mijn dankbetuiging is geschreven. Over en uit. Indien ik dat zou doen, zou ik het betreffende boek oneer aandoen. Want niet enkel de muzikale tips vragen om een dankwoordje. Net zozeer vraagt het boek om een uitgebreide blijk van appreciatie. Dat zou u niet mogen verbazen. Ik schreef u reeds eerder brieven. Dat deed ik na het lezen van Spoo Pee Doo. Dat deed ik na het lezen van De Pruimenpluk. Het lijkt een automatisme te zijn. Na het lezen van één van uw boeken moet ik gaan schrijven. Omdat u mij telkens weet te overtuigen. U beheerst het literaire ambacht in al zijn finesses. Dat blijkt ook bij dit boek.

 

Vrolijk wordt een mens niet van het boek. U noemt het een logboek van een ondergang. U bent geen fan van het genre. Maar er was een aanleiding. Er was die aanklacht voor verkrachting. U was bang. Voor de gevolgen. U was angstig. Voor het falen van de rechtspraak. Voor pek en veren. Klaar en duidelijk stelt u dat u naar de kloten bent gegaan door iets wat u niet hebt gedaan. Het naar de kloten gaan dient letterlijk genomen te worden. U zet u zelf op weg naar zelfdestructie. U vlucht in drank. In drugs. In seks. Van dat alles brengt u verslag uit. Waarbij u niks verhult. U gooit het de lezer in het gezicht. Samen met u zink ik naar de bodem van de put. Ik boemel met u mee. Van kroeg tot kroeg. Samen met u murw ik mij in te benauwde toiletten. Om lijntjes te snuiven. Samen zuipen wij ons een gat in ons memorie. Het is niet fraai. Het geschetste beeld is niet fraai. Dimitri Verhulst. Alleen op de wereld. In die eenzaamheid twijfelt u. Aan alles. Zelfs uw talent trekt u in twijfel. Alles is voorbij. Zo lijkt het wel. Zo voelt u het.

 

Maar ondanks die zware thematiek doet u mij geregeld glimlachen. Een monkellachje. Want doorheen het verslag van een ondergang ontwikkelt u een hele reeks aan gedachten. Over vele dingen denkt u na. Het resultaat van die denkoefeningen deelt u met de lezer. Zo reflecteert u over koopzondagen. Over solden. Over de Bende van Nijvel. Over de kunst van het ouder worden. Over de denker van Rodin. Over love locks. Over Dichter des Vaderlands. Over gedichtendag. Over sokken. Over de schoonheid van voetbal. Over Radio 2. Over de Camargue. Over pastis met cola. U bent scherp in uw oordeel. Bijzonder scherp. U maakt geen plaats voor nuance. Want dat zwakt af. Dat wilt u niet. U betracht in uw denken helder en consequent te zijn. Die heldere scherpheid weet u op een dergelijke wijze te verwoorden dat ik een lach niet kan onderdrukken. Een lach dat uiting moet zijn van mijn bewondering voor uw wijze van formuleren. Voor uw kracht van formuleren.

 

Maar in het denken komt u ook dichter bij u. U schrijft over het bos aan de Méhaigne. Over het gemis. U schrijft over uw vader. Over de geur van verval. U schrijft over uw dochter. Over het vader zijn. U schrijft over de liefde. Over de angst voor de barst.

 

Maar bovenal schrijft u over Tutut. Die vrouw doet het weinige licht schijnen in het boek. Die vrouw doet ons hopen dat het goed zal komen. Want dat is toch wat altijd beweerd wordt. Dat alles uiteindelijk goedkomt. Tutut doet ons hopen dat die al te gemakkelijke bewering ook voor u zou kunnen gelden. Haar aanwezigheid biedt tegenwicht aan zelfverachting en zelfdestructie. Deze vrouw doet u uw rug rechten. U noemt het boek een logboek van een ondergang. Dat had het kunnen zijn. Zonder Tutut was het dat zeker geweest. Nu is het anders. Haar aanwezigheid doet het boek kantelen naar een liefdesverklaring. Die liefdesverklaring maakt het boek dan toch iets minder zwaar. Maakt het boek dan toch iets minder donker. Via die liefdesverklaring sijpelt een zeker lichtheid in het boek. Een zekere warmte. Voor die krachttoer ben ik Tutut eeuwige dankbaarheid verschuldigd.

 

U zou het aan mijn vrouw moeten vragen. Zij zal u kunnen zeggen hoeveel maal ik gezegd heb dat u toch verdomd goed kan schrijven. Dat u een meester bent in het vak. Ik weet dat ik het ontelbare keren luidop gezegd heb. Mijn vrouw zal u het exacte aantal kunnen doorgeven. Zij is de boekhoudster van mijn gedachten. Het kan gek lijken dat ik ontelbare keren hetzelfde herhaal. Toch mag u het niet zien als een bewijs van gekte. Die herhaling mag u enkel beschouwen als een bewijs van mijn bewondering om wat u telkens weer presteert.

 

Beste Dimitri. Ik wil u danken. Niet enkel voor die muzikale tips. Daarmee was ik begonnen. Bovenal wil ik u danken voor uw boek. Daarmee wens ik te eindigen. Alweer wist u te overtuigen. U liet mij verloren lopen. In donkere zwaarheid. Maar tegelijk bood u mij een uitweg. Naar een hoopvolle liefde. U liet mij toe getuige te zijn van die twijfelende zoektocht. Van die vermoeiende reis. Voor dat alles wil ik u dus danken. Uitgebreid en van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.