Leef!, gezien op Play4. Brief aan James Cooke.

Gepubliceerd op 8 maart 2021 om 12:39

Beste James,

 

Laten we niet rond de pot draaien. Ik ben fan. Van u. Zonder enig voorbehoud. U maakte Nieuwe Buren. Ik keek. U maakte Camping Karen & James. Ik keek. U was de sidekick van Gert Verhulst in Gert Late Night. Ik keek. U naam deel aan Dancing with the Stars. Ik keek. U ging de gekste uitdagingen aan in The Battle. Ik keek. Telkens u op televisie kwam, keek ik. Zo simpel was het. Hierover bestond geen discussie. Uw aanwezigheid in die programma’s was telkens de reden waarom ik keek. Het was uw warme aanstekelijkheid die mij deed kijken. Uw oprechte enthousiasme. Het was de manier waarop u in het leven staat. Complexloos. Het was de manier waarop u dat uitstraalt. Bijna zou ik zeggen dat dit mijn redenen waren. Maar dat is het niet. Er is nog dat ene. Dat ene waardoor ik mij onvoorwaardelijk achter u schaar. U gebruikt dat aanstekelijke enthousiasme om dingen bespreekbaar te maken. Om thema’s op de agenda te plaatsen. In dat enthousiasme weet u een sociaal engagement te verweven. In dat engagement bent u oprecht. Bent u eerlijk. In dat engagement durft u ook al eens sentimenteel te zijn. Jawel, er durven al eens traantjes te vloeien. Maar dat is niet erg. Helemaal niet erg. Emoties horen bij het leven. Diezelfde emoties kruiden het leven.

 

Nu bent u de drager van het nieuwe programma Leef. In dat programma volgt u zes mensen. Die zes mensen hebben één ding gemeenschappelijk. Alle zes zijn ziek. Zwaar ziek. In die mate dat hun leven op deze aardbol aanzienlijk wordt ingekort. Van elk van die zes mensen maakt u een portret. Zodat zij nooit vergeten worden. Een testament als het ware aan degenen die achterblijven. Waarnaar ze kunnen teruggrijpen. Op momenten dat het nodig is. Van dat portretteren mogen wij getuige zijn. U bent onze gastheer. U leidt ons binnen bij elk van deze mensen. Drie dagen lang zijn wij te gast bij deze mensen.

 

Aanvankelijk was ik niet zeker of u wel de juiste man was voor dit programma. U weet wel, de juiste man op de juiste plek op het juiste moment. Ik twijfelde of die drie dingen wel perfect samenkwamen. Zoals ik reeds schreef, u durft al eens te huilen. Dit programma zou zonder enige twijfel een aanslag betekenen op uw traankanalen. Uw tranen zouden stromen. Een snotterende presentator zou het portret van de zes mensen danig kunnen verstoren. Dat is wat ik dacht. Maar ik dwaalde.

 

Ik keek. Uiteraard. Ik stelde vast dat mijn aanvankelijke twijfels ongegrond waren. Dat kan misschien toegeschreven worden aan de rol die u zich toemeet in het programma. U bent niet de presentator. Eerder bent u de facilitator. Vanop de achtergrond maakt u dingen mogelijk. Niet u staat centraal. Wel de zes mensen staan centraal. Dat betekent niet dat u toekijkt vanop de zijlijn. Dat u slechts randanimatie bent. Helemaal niet. U stelt de juiste vragen. Op de juiste momenten. U geeft die nodige kwinkslag. Op de momenten die daarom vragen. U laat die ontwapenende lach horen. Op de momenten dat de zwaarte even moet verlicht worden. Dat alles doet u op een evenwichtige manier. Op een manier waarop de lach de traan in evenwicht houdt. En andersom. U snottert niet. Jawel, u knippert al eens met de ogen. U kijkt al eens weg. U moet al eens dat kropje in de keel wegslikken. Maar dat stoort niet. Integendeel. In een juiste dosering maakt dat uw programma nog echter. Nog doorleefder.

 

U bent niet de enige die schittert. Uw zes gasten schitteren in gelijke mate. Wat zij ons tonen, is hartverwarmend. Zij brengen een ode aan het leven. Aan de vriendschap. Aan de liefde. Wat zij doen, is ons wakker schudden. Al te vaak laten we ons verleiden tot zagen en klagen. Over dingen die er nauwelijks toe doen. Over die stomme futiliteiten bekommeren uw zes gasten zich niet langer. Dat station zijn zij al lang gepasseerd. Bijna gedwongen door hun diagnose, hebben zij de focus verlegd. Zij richten zich op het leven. Het werkelijke leven. In wat zij zeggen moet ik terugdenken aan de Gentse Feesten van vele jaren terug. Ik zat op een terrasje. Op het Veerleplein. Achter mij zat een volronde man. In een marcelleken. In de mond slechts enkele tanden nog. Luid declameerde hij zijn levenswijsheden. In het sappige Gentse dialect. Aan zijn jongere gesprekspartner. Ik luisterde mee. Eén wijze raad uit zijn lange monoloog herinner ik mij nog steeds. Herhaal ik nog vaak. Onder vrienden. Lachend roepen we elkaar die intussen legendarisch geworden woorden toe: leven moet ge doen, u amuseren. In die eenvoud schuilt de essentie. De essentie waar wij al te vaak aan voorbij gaan. De essentie waaraan uw zes gasten zich vastklampen in dat laatste stadium. In de door u gemaakte portretten illustreren zij die woorden. Met verve. Met overtuiging.

 

Uw zes gasten houden ons een spiegel voor. Waarin wij zien hoe het zou moeten. Hoe het zou kunnen. Zij zeggen ons die bucketlist aan de kant te schuiven. Dergelijke wenslijsten staan enkel garant voor uitstel. Voor het eeuwig vooruitschuiven. Wat wij daarentegen moeten doen is elke dag omarmen. Onbegrensd. Met overtuiging. Carpe diem. Die woorden moeten we ons eigen maken. Moeten onze state of mind worden. We moeten die woorden niet ingekaderd aan de keukenmuur hangen. Wel moeten we die woorden incorporeren. Blijvend inhaleren. In ruil voor dat krachtige statement geeft u hen die ene verrassing. Een verrassing die ze kunnen delen met hun vrienden. Met hun familie. Die kleine wederdienst van uwentwege lijkt mij een faire deal.

 

Leef! Nog nooit was de titel van een televisieprogramma zo juist gekozen. Mijn vrienden weten het al. U nog niet. Via deze brief wil ik u deelgenoot maken. Ik word honderdtwintig. Dat denk ik niet alleen. Ik zeg het ook luidop. Niet omdat ik de dood vrees. Niet omdat ik zo hoop de dood voor mij uit te duwen. Ik zeg die woorden omdat ik van het leven hou. Omdat ik, net zoals uw gasten, het leven omarm. Daarom wil ik zo lang mogelijk op deze aardkloot verwijlen. Daarom ben ik zo gehecht aan uw programma. Daarom huil ik om uw programma. Omwille van die gehechtheid aan het leven. Omwille van die blijvende poging van uw gasten het leven in al zijn facetten innig te omhelzen. Zij doen wat ik tracht te doen. Alleen doen zij het nog met meer overgave terwijl ik mij soms te snel laat afleiden. Ik verlies soms de focus. Zij nooit. Daarvan getuige te mogen zijn, is overrompelend. Overweldigend.

 

Beste James. U bent de perfecte gastheer. Voor uw gasten. Voor uw kijkers. U overtuigt. Met een boodschap die wij met zijn allen misschien opnieuw wat centraler moeten stellen. In de titel van uw programma lees ik dus een opdracht. Vol van vuur. Vol van intensiteit. Een opdracht op overtuigende wijze gebracht door zes gasten. Om dat alles in goede banen te leiden was u de juiste man op de juiste plaats op het juiste moment. Voor dat alles wil ik u dus danken. Van ganser harte. Dank, dank, dank.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak een Gratis Website met JouwWeb