Matt Watts Group, gezien in de Handelsbeurs. Brief aan Matt Watts en bandleden.

Gepubliceerd op 16 maart 2020 om 13:00

Beste Matt,

 

Beste Eva, Beste Kapinga, Beste Bjorn, Beste Maarten, Beste Nicolas, Beste Stef Kamil, Beste Wim,

 

Het kan snel gaan. Anderhalve week terug waren het nog andere tijden. Toen werd er nog gekust. Toen werden er nog handen geschud. Jawel, toen gingen concerten gewoon door. Toen werden concerten nog niet geannuleerd. Toen leefden we nog in onschuldige tijden. Toen werd corona nog weggelachen. Nooit kwam het in mij op om die vrijdagavond niet naar de Handelsbeurs te gaan. Dat rampscenario rekende ik niet tot één van de mogelijke keuzes. Ik zou gaan. Ik ging. Achteraf bekeken kan ik mij enkel gelukkig prijzen dat ik er bij was. Want het was goed. Het was zeer goed. Maar nu maak ik een te grote sprong. Ik doe dingen die niet mogen bij het schrijven van een brief. Een brief heeft een vaste structuur. Een begin. Een midden. Een einde. Dat dien ik te respecteren. Ik ga dus terug naar het begin. Ik ga terug naar die vrijdagavond.

 

Wat ik mocht verwachten, wist ik niet. Wat ik wel wist, is dat u rondom u een begeleidingsband had verzameld van sterren. Begeleidingsband lijkt mij wat minnetjes. Het voelt alsof ik met die term de doorwinterde vakmannen oneer aandoe. Zo is het nochtans geenszins bedoeld. In de wereld van de muziek heeft elk van hen zijn of haar sporen verdiend. Elk van hen heeft onvergetelijke dingen nagelaten. Ik besef dat een dergelijk dreamteam een mogelijk gevaar in zich draagt. Het zou kunnen gebeuren dat op het podium een verzameling individuen staat. Dat het groepsgevoel pijnlijk uitblijft.

 

Over dat mogelijke gevaar kan ik kort zijn. Dat mogelijke gevaar werd die vrijdagavond geen realiteit. Op het podium stond een groep. Een groep van vrienden. Zo voelde het. Ik keek naar u. Ik keek naar jullie. Telkens moest ik glimlachen. Wat ik op het podium zag, maakte mij blij. Maakte mij oprecht blij. Jullie straalden een warmte uit, die ik graag in mij opnam. Voorgaande kan misschien vreemd klinken. Toch was het dat wat ik ervaarde. Ik volgde jullie blikken. Ik las jullie blikken. Daarin zag ik een intens plezier. Jullie vuurden elkaar aan. Jullie moedigden elkaar aan. Ik zag dat jullie er zin in hadden. Veel zin.

 

Toch is het niet enkel die warmte op het podium. Er is meer. Veel meer. Er is uw performance. U bent de sjamaan. De slangenbezweerder. De medicijnman. U gaat ons voor. U leidt ons. Met uw grappige, enthousiaste danspasjes toont u ons hoe het moet. Toont u ons wat u verlangt. U wenst een feestje. Samen met ons. Om dat doel te bereiken geeft u vrije ruimte aan uw muzikanten. U bent niet egoïstisch. U gunt elke muzikant zijn ‘moment de gloire’. U laat hen schitteren. Zij aanvaarden dat gebaar graag. Zij grijpen hun kans. U vuurt hen aan. Zij vuren u aan. Er is een wisselwerking. Die geestdriftige wisselwerking slaat over op mij. Op het publiek. Ik ga dansen. Het publiek gaat dansen. Ik amuseer mij. Ik geniet.

 

Er was de warmte. Er was de performance. En wat met de muziek? Ook daarover kan ik enkel lovend zijn. U begon zachtjes. Bijna akoestisch. Een gedurfd iets. Maar u had meteen onze aandacht. Het publiek zweeg. U had het woord. Wij luisterden. U lijkt het recept van een geslaagde avond te kennen. U wisselde af. Uptempo met intimiteit. Feest met overpeinzingen. U zweepte op. U bracht rust. Soms gingen uw songs rechtstreeks naar het hart.  Soms gingen ze onmiddellijk naar de voeten.  Soms gebeurde het zelfs dat hart en voeten tegelijk werden aangesproken.  In die afwisseling vond u de juiste balans.

 

Een sterke zet in dit alles was dat u Eva en Kapinga naast u had geplaatst op het podium. Als ik wou weten hoe engelen klinken, dan wist ik het die avond. Ik hoorde Eva en Kapinga. Dit was hemels. Zij aten geen rijstpap met gouden lepeltjes. Zij versterkten wel uw songs met hun gouden stem. Hiervan kon ik enkel genieten. Ik kon mij enkel overgeven. In uw handen. In hun handen.

 

Heel soms kan het gebeuren. Heel soms kan het gebeuren dat alles juist zit. Dat alles op zijn plaats valt. Van die zeldzame momenten waren wij vrijdagavond getuige. Ik wou dat het nooit zou stoppen. Dat is dan ook mijn ene punt van kritiek. Dat het stopte vond ik spijtig. U had moeten blijven doorgaan. Tot zaterdag. Tot zondag. Jawel, zelfs tot maandag mocht u doorgaan. Met plezier zou ik wegblijven van mijn werk. Doorgaan was echter geen optie. Aan alle mooie liedjes komt een einde. Dus ook aan uw concert. Dat einde maakte mij stil. Ik wou alles zo lang mogelijk bij mij houden. Ik wou alles in mij opnemen. Dit mocht niet weggaan. Dit moest blijven. Daarom zweeg ik. Voor eventjes. Zodat die net ervaren schoonheid kon zinken en zich nestelen.

 

Beste Matt. Beste Eva. Beste Kapinga. Beste Bjorn. Beste Maarten. Beste Nicolas. Beste Stef Kamil. Beste Wim. Ik schreef u deze brief omdat ik u wilde danken. Danken voor dat prachtige concert. Maar tegelijk schreef ik deze brief om anderen aan te sporen in de toekomst naar één van uw concerten te gaan. Zodat zij kunnen ervaren wat ik mocht ervaren. Zodat zij net als mij een onvergetelijke avond kunnen beleven. Het was fijn. Heel fijn. Daarom dus van harte bedankt.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.