Uitgelezen: Uit de shit. Brief aan Thomas Oudman.

Gepubliceerd op 22 oktober 2026 om 12:47

Beste Thomas,

 

Nederland zit in de shit.  België zit in de shit.  Om uit die shit te raken, ‘zoeken’ beide landen naar oplossingen.  Oplossingen die hun beleid vorm moeten geven.  Alleen wordt te veel naar de bestaande toestand gekeken zonder te kijken naar hoe die situatie in de toekomst vorm moet krijgen.  Er wordt nauwelijks gekeken naar wat de noden zijn en wat moet gedaan worden om een antwoord te geven op die noden.  Wat werkelijk moet gebeuren, is verandering.  Het moet anders.  Helemaal anders.  Alleen, dat lijken de politici niet te begrijpen.  Intussen blijven zij aanmodderen en blijven de landbouwers achter met twijfels.  Met onzekerheid.

 

Wat politici nalaten te doen, doet u wel.  Uw centrale stelling is dat we uit het ecosysteem voedsel willen halen op een manier die het ecosysteem in stand houdt.  Dat is wat landbouw kan doen.  Alleen, op dit moment slaagt de landbouw daar niet heel goed in.  U beseft dat hiermee degenen die opkomen voor het behoud van duizenden familiebedrijven die het hart vormen van de Nederlandse landbouwtraditie tegenover degenen komen te staan die de natuurlijke rijkdom van Nederland zien instorten en onze ecosystemen willen beschermen voor toekomstige generaties.  Nochtans hoeven beide partijen niet lijnrecht tegenover elkaar te staan.  Dat zal u duidelijk maken in het verdere verloop van uw boek.

 

In deze hele discussie denkt iedereen meteen aan stikstof.  Dat is evenwel niet het probleem.  Stikstofuitstoot is slechts het symptoom.  Het echte probleem is dat het landbouwbeleid de primaire taak van de landbouw, zijnde het verzorgen van het ecosysteem, veronachtzaamt.  In het herstellen van die primaire taak ligt de oplossing.  Dat is mogelijk want tijd heeft uitgewezen dat de Nederlandse landbouw voedsel uit een gezond ecosysteem kan halen, en daarnaast in economische voorspoed, werkgelegenheid én een rijk landschap kan voorzien.  Zonder dat we hoeven te verhongeren, laat dat duidelijk zijn.

 

U begint uw boek met een terugblik.  Om te begrijpen hoe we uit de shit kunnen geraken, moeten we weten hoe we in de shit geraakt zijn.  In die terugblik laat u zien hoe de landbouw verandert en hoe de scheiding tussen landbouw en natuur werd ingezet.  Door de industrialisering werden zo veel mogelijk natuurlijke processen verruild door kunstmatige alternatieven.  Terwijl in de tweede helft van de 20ste eeuw langzaam duidelijk werd hoe gigantisch het verlies van biodiversiteit was door de industrialisatie van de landbouw, bleef het doel van alle inspanningen van onderzoekers het verhogen van de productie.

 

Knipperlichten gingen aan.  Alarmen gingen af.  Toch blijven overheden stil.  In uw boek stelt u zich de vraag waarom overheden niet doortastender ingrepen.  Het antwoord dient volgens u gezocht te worden in het feit dat boeren een verdienmodel geworden zijn.  In Nederland is het aandeel van boerenbedrijven in de omzet van de gehele landbouwsector steeds kleiner geworden, ca. 20 procent.  Het overgrote deel gaat naar andere bedrijven: leveranciers, financiers, afnemers en handelsbedrijven.  Dit gezegd zijnde, stelt u zich de vraag voor wie politieke partijen en boerenbrancheorganisaties eigenlijk opkomen.  De boeren? Ik denk het niet.

 

U kijkt naar het verleden.  U kijkt naar het heden.  Maar hoe moet het in de toekomst? Anders, dat is uw antwoord.  Helemaal anders, om toch wat exacter te zijn.  Wij moeten terugkeren naar een beleid waarin landbouw en natuur niet naast elkaar bestaan maar in en met elkaar.  Landbouw en natuur moeten opnieuw samenkomen.  De primaire taak van de landbouw moet hersteld en geherwaardeerd worden.  U beseft dat in deze transitie veel landbouwbedrijven zullen moeten sluiten.  Maar u geeft mee dat sluitingen ook zullen gebeuren bij ongewijzigd beleid.

 

Om dat te kunnen realiseren, geeft u aan hoe dat moet gebeuren.  Hierbij zullen we onze manier om aan landbouw te doen moeten herdenken en in die oefening zullen wij oog moeten hebben voor innovatie.  U geeft aan hoe die transitie zal moeten betaald worden.  U denkt hierbij aan een stikstoffonds, een duurzaamheidsbijdrage, het wegnemen van obstakels om te boeren, nieuwe vormen van financiering, het belonen van boeren voor alle kosten, …

 

Ik ben misschien te summier in het benoemen van uw alternatief scenario.  In het benoemen van de transitie waarvoor u pleit.  Ik beperk mij tot de essentie omdat ik besef dat ik anders uw boek gewoonweg zou herkauwen.  Dat wil ik niet.  Dat doe ik niet.  Ik wil dat uw boek gelezen wordt.  Daartoe dient deze brief eigenlijk.  Want via u richt ik mij tot potentiële lezers.  Lezers die dan ook misschien zullen gaan begrijpen dat het tijd is dat we voedsel gaan halen uit ons ecosysteem met zo min mogelijk externe energie en grondstoffen, zo min mogelijk verlies van kostbare mineralen en zo veel mogelijk weerbaarheid tegen klimaatopwarming en geopolitieke instabiliteit.

 

Beste Thomas.  U zet helder uiteen wat ik niet maar niet benoemd krijg.  In mijn hoofd flitsen allerlei ideeën chaotisch door mijn hoofd.  U verbindt de lijnen en legt de noodzakelijke verbanden.  U houdt een helder pleidooi, waarin ik mijn ideeën terugvind.  U reikt mij een handleiding aan waarnaar ik kan teruggrijpen als nog maar eens een politicus schreeuwt dat onze voedselzekerheid in het gedrang zal komen.  Want dat zal niet gebeuren.  Ook dat hebt u weerlegd.  Voor uw heldere en overzichtelijke uiteenzetting wil ik u danken.  Van ganser harte.  Dank dus.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb