Beste Joost,
Tot voor kort beperkte ik mij enkel tot romans. Poëzie liet ik links liggen. Sinds kort betrap ik mij er op dat ik wel eens durf te grijpen naar een gedichtenbundel. Hoe ik mij vandaag verhoud tot poëzie kan ik nog niet duidelijk benoemen. Ik ben nog zoekende. De zoektocht beperkt zich tot een aftasten. Een aftasten waarin ik de taal van de poëzie tracht te doorgronden. Dat kan op zich leiden naar begrijpen. Ik merk dat die zoektocht in kleine stapjes gaat. Met vallen en opstaan. Soms ben ik meteen laaiend enthousiast over een bundel. Soms knipper ik bij het lezen met de ogen. Dat knipperen gebeurt wanneer ik bij het lezen geen houvast vind. Wanneer ik bij het lezen geen plek om te landen vind. De woorden blijven hangen, de betekenis van de woorden wordt niet ingevuld.
Bij uw bundel knipperde ik met de ogen. Heel waarschijnlijk zal u nu denken dat ik weinig of niet enthousiast ben over uw nieuwste bundel. Dat is het niet. Ik raakte uw woorden niet kwijt. Zij bleven hangen in mijn hoofd. Alsof zij leken te vragen om begrepen te worden. Ik kwam niet verder dan het schipperen tussen begrijpen en niet begrijpen. Dat schipperen dwong mij tot een bijna constant heroverwegen.
Het centrale thema van uw bundel meen ik begrepen te hebben. Het draait om rouw. In al zijn vormen. Verliezen. Kwijtraken. In het verwoorden van dat gevoel meen ik in uw gedichten een zekere chaos te ontwaren. Die chaos maakt alles nogal verwarrend. Waardoor uw woorden niet onmiddellijk tot begrip leiden. Dat wekt een zekere onrust in mij op. Maar misschien, denk ik dan, is net dat waar rouw en verlies om draaien.
In mijn persoonlijke leven word ik momenteel geconfronteerd met verlies. Met toekomstig verlies. Mijn moeder is tweeënnegentig. Mijn vader is negentig. Omdat ik begrijp dat het eeuwige leven voor niemand is weggelegd, doen die leeftijden mij nadenken over verlies. Terwijl ik vroeger dacht mijn ouders voor eeuwig en altijd naast mij te hebben, word ik mij nu bewust van het feit dat die gedachte weinig realistisch was en is. Die irrealistische gedachte was een te gemakkelijke oplossing om een leven zonder ouders niet te moeten verbeelden. Nu besef ik dat die oplossing zijn kracht verloren heeft. De realiteit daalt over mij heen. Dat besef komt hard binnen. Te moeten nadenken over toekomstig verlies maakt mij onrustig. Maakt mij onzeker.
Tegelijk leven we in een wereld die in een razend snel tempo verandert. Een wereld waarin zekerheden niet langer van tel zijn. Alles wordt op zijn kop gezet. Onze wereld staat letterlijk en figuurlijk in brand. Terwijl een klimaatcrisis in volle gang is, lijken regeringsleiders zich te verliezen in banaliteiten. Tegelijk woeden op vele plekken oorlogen, waarbij regeringsleiders zich niet langer houden aan internationale rechtsregels. Wereldleiders lijken plots schertsfiguren. Dat internationale gegeven maakt mij niet blij. Stemt mij moedeloos. Ik ben en blijf een vrolijke jongen maar de huidige toestand van de wereld drijft mij soms tot wanhoop. Ook in deze voel ik een zekere onrust. Een grote onzekerheid.
Plots wordt alles duidelijk. Het licht gaat aan. De onrust, die ik in mijn persoonlijke leven ervaar, en de chaos, die ik in de wereld ervaar, komen in uw gedichten samen. Ik voel mij gehoord door het samenspel van uw woorden. Een samenspel dat mij een zekere troost biedt. Daarmee kom ik misschien tot de kern. Misschien moet ik in uw gedichten minder naar de betekenis van woorden zoeken en moet ik mij eerder verlaten op de gevoelens die uw woorden bij mij teweegbrengen. Gevoelens van begrip. Gehoord en begrepen worden, dat is misschien de grootste kracht van uw gedichten.
Beste Joost. Ik weet niet of wat ik in deze brief schreef, helder is. Of ik alles juist heb kunnen verwoorden. Het was een moeilijke zoektocht. Een moeilijke ontdekkingstocht. Maar aan het eind van de tocht vind ik schoonheid. Begrijpende schoonheid. In uw gedichten ontmoetten wij elkaar. Vonden wij elkaar. Ik begreep u waardoor ik ook mijzelf ging begrijpen. Op de momenten dat ik in uw bundel las, voelde het alsof ik niet alleen stond. Leek het alsof u naast mij stond. Daarvoor wil ik u bedanken. Van ganser harte. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties