Beste Klaske,
Ik ga op reis en ik neem mee … Aan dat spelletje moet ik denken als ik uw nieuwste gedichtenbundel lees. Dat spelletje speelden wij altijd als wij met ons gezinnetje op weg waren naar onze vakantiebestemming in Zwitserland. Toen was ik nog een broekventje. Nu ben ik groter, en jawel, ook ouder. Als ik dat spelletje nu zou spelen, zou ik het volgende zeggen: ik ga op reis en ik neem de gedichtenbundel mee van Klaske Havik. Mijn reisgenoten zouden vreemd opkijken. Zij zouden hun wenkbrauwen fronsen. Waardoor ik mij genoodzaakt zou voelen mijn keuze toe te lichten. De bundel herinnert mij eraan te kijken, zou ik zeggen. Te kijken en wat ik zie in mij op te nemen, zou ik verder nog zeggen. Aarzelend zouden mijn reisgenoten knikken. In die korte hoofdknik zou ik goedkeuring lezen.
Uw bundel is een uitnodiging om dichter bij de dingen te komen. De dingen te benaderen. Niet alleen dienen we dichterbij te komen. We dienen ook te luisteren. Zodat we de verhalen horen. Want elk ding heeft een verhaal. Door die nieuwe manier van kijken en luisteren worden dingen die voorheen onzichtbaar waren, zichtbaar. Het grote geheel vervalt in verbluffende details. Benaderen is niet zomaar een handeling. Het is geen automatisme. Het is een bewuste keuze om dichterbij te komen. Telkens weer. Opnieuw en opnieuw. Dicht bij een gebouw. Dicht bij een landschap. Dicht bij herinneringen. Dicht bij een ander mens en, heel misschien, dicht bij jezelf.
U vraagt de tijd stil te zetten of te vertragen. Wij zelf lijken het niet te beseffen, u maakt ons er attent op. Wij hollen. Wij rennen van hier naar daar. Constant. Stilstaan is geen optie. Iemand zei ooit dat stilstaan achteruitgaan is. Ik vond dat altijd onzin. Quatsch. Uw bundel bevestigt mij hierin. U vraagt de lezer in het moment te zijn. U vraagt de lezer rond te kijken en de dingen in zich op te nemen.
Uw bundel doet mij nadenken over een thuis. Al te vaak wordt ervan uitgegaan dat een thuis slechts één plek kan zijn. Op slechts één plek kan men slechts werkelijk thuiskomen. U doet mij twijfelen. Een thuis kan op meerdere plekken zijn. Het kan zelfs een plek zijn waar ik slechts één keer zal zijn. Slechts één keer en daarna nooit meer. Zelfs een dergelijke plek kan als een thuis aanvoelen. Als we ons openstellen. Als we ons ontvankelijk verklaren. De exclusiviteit van het thuisgevoel moeten we opheffen. Het zou ons rijker maken om op meerdere plekken te kunnen thuiskomen.
Als mijn vrouw en ik op reis zijn, durf ik wel eens te zeggen dat ik graag in die stad of op die plek zou willen wonen. Zou kunnen wonen. Mijn vrouw moet dan telkens lachen. Omdat ik die woorden wel vaak zeg. Maar dat ene zinnetje verwoordt mijn gevoel. Een gevoel dat kan omschreven worden als een thuisgevoel. Het gevoel ergens thuis te komen. Het gevoel dat een stad of plek mij toefluistert dat ik welkom ben. In één van uw gedichten, Poreus, beschrijft u dat gevoel. In dat gedicht geeft u weer wat Venetië is. Wat Venetië doet. Echt veel woorden hebt u daarvoor niet nodig. Slechts honderdzevenendertig woorden. Ik heb ze geteld. In dat gedicht voel ik u thuiskomen. Net zoals bij alle andere gedichten. U vindt uw plek.
Beste Klaske. Uw bundel hou ik dicht bij mij. Niet enkel op reis. Ook thuis. Om ernaar te kunnen grijpen als ik nog maar eens naar her en der raas. Als ik hol. Als ik ren. Om mij eraan te herinneren dat het rustiger moet. Dat ik de tijd moet nemen. Dat ik in het moment moet zijn. Dat ik moet kijken en luisteren. Omdat de dingen dan mooier worden. Voller. Voor die wijsheid en kleine reminder wil ik u graag bedanken. Van ganser harte. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties