Beste Vincent,
Ik ben moe. Misschien een vreemd begin voor een brief waarin ik het wil hebben over uw boek. Enige verduidelijking omtrent dat vreemde begin is dan misschien wel aangewezen. Laat mij beginnen met te zeggen dat het een fysieke moeheid betreft. Geen mentale moeheid. Het is de hitte die mij parten speelt. Mijn nachtrust is verstoord. Een tekort aan slaap weegt op een mens. Het kan een mens humeurig maken. Het kan een mens minder alert maken. Het zou jammer zijn moest deze moeheid een invloed hebben op mijn brief. Want ik wil het goed doen. Ik wil wakker zijn als ik schrijf over een boek dat op de longlist stond van de Prix Goncourt 2023 en waarvan de Engelse vertaling de shortlist haalde van de International Booker Prize 2025 en de Engelse PEN Award won. Ik wil alert zijn als ik schrijf over een boek waarvan Dua Lipa zegt dat het een essentieel verhaal is dat moet verteld worden. Als ik hierin zou falen, wil ik u vragen mij dit te willen vergeven. Zoals ik al zei, moeheid kan kwalijke gevolgen heb.
Uw boek is gebaseerd op een waargebeurd incident in het Kanaal in 2021 waarbij zevenentwintig migranten de dood vonden. Uw boek is geen chronologisch verslag van wat er toen gebeurde. U pakt het net iets anders aan. U laat een Franse telecomoperator van de kustwacht aan het woord die dienst had op die bewuste avond. Zij had die avond één van de migranten aan de lijn. Ondanks herhaalde oproepen komt er geen reddingsoperatie. Zevenentwintig vluchtelingen spoelen aan op de kust. Dood.
Die telecomoperator speelt een hoofdrol in het Migrantendrama. De Migrantentragedie. Het Drama in het Kanaal. Het Drama op de Middellandse Zee. In die hoedanigheid wordt zij gehoord in een gerechtelijk onderzoek. Dat onderzoek wil nagaan of er sprake is van nalatigheid. Tegenover een gendarmeriecommandante brengt zij haar versie van de feiten.
Hier wordt het interessant. Het lijkt alsof de telecomoperator spreekt in naam van de maatschappij. Het lijkt alsof zij de verpersoonlijking is van de maatschappij. Via haar dwingt u de maatschappij tot een kritische reflectie. De persoonlijke verantwoordelijkheid wordt zo een collectieve verantwoordelijkheid. Het is al te gemakkelijk één iemand in de beklaagdenbank te plaatsen terwijl de hele maatschappij in die beklaagdenbank zou moeten zitten. Want, jawel, wij kijken met zijn allen weg van het probleem. Heel soms menen we te moeten reageren als er ergens op een strand een fotogeniek kinderlijkje aanspoelt. We delen het op sociale media om het na de vele (of weinige) likes opnieuw te vergeten. De gewone gang van zaken, daarin vervallen wij bijna meteen.
Wat ik in haar versie van de feiten hoor, zijn gedachten die wel vaker te horen zijn in het migratiedebat. Wij hebben hen niet gevraagd te vertrekken, dat is een zinnetje dat vaak terugkeert. In dat ene zinnetje schuilt ons onvermogen om hun keuzes te begrijpen. In die zoektocht zouden wij ons kunnen afvragen wie die vluchtelingen gevraagd heeft te vertrekken. Welke omstandigheden hen genoopt hebben te vertrekken. Dus neen, geen zoeken naar begrip. Alsof wij lijken te beseffen dat een begin van begrip gevolgen zou kunnen hebben. Wij zouden ons kunnen afvragen of zij dood zijn omdat ze vertrokken zijn. Omdat ze zich blootgesteld hebben aan levensgevaar. Wij zouden ons kunnen afvragen of zij dood zijn ten gevolge van het gevoerde beleid aan de grenzen. Wij zouden ons kunnen afvragen of zij dood zijn als gevolg van onze passiviteit. Van ons stilzwijgen. Al die vragen zouden best confronterend kunnen zijn. Daarom houden wij ze ver weg van bij ons. Om ons gemakkelijk leventje niet te verstoren.
U lijkt te beseffen dat de woorden van de telecomoperator nog niet voldoende zijn om ons wakker te schudden. U acht het noodzakelijk om ook onze verbeelding aan te spreken. Omdat u meent dat verbeelding tot begrip kan leiden. Daarom laat u de vluchtelingen aan het woord. U schrijft hoe de motor van het bootje het laat afweten. Hoe het bootje op drift slaat. Midden in zee. U schrijft hoe zij wachten op redding. Op een oplossing. U beschrijft het vechten. De strijd. Die op voorhand al verloren was. U beschrijft het proces van verdrinking. Dat begint bij het in het water ‘glijden’. Dat eindigt bij het opgeslokt worden door datzelfde water. Alles wat daartussen zit, beschrijft u. U beschrijft hoe het roepen en schreeuwen verstomt. Hoe de stilte intreedt.
Beste Vincent. Uw boek is een mokerslag. Uw boek sloeg mij knock-out. Vooral uw eindconclusie incasseer ik als een goed geplaatste uppercut. U erkent dat wij wel spreken maar dat wij dat niet doen om de vluchtelingen te redden. Eerder om onszelf te redden. Wij spreken die woorden om niet te moeten twijfelen aan de menselijkheid. Opdat de mensheid gerustgesteld wordt over zichzelf en zich niet begint af te vragen wat er van haar geworden is. Ik zijg neer. Ik hap naar adem. Uw boek zindert na. Antwoorden heb ik niet. Excuses heb ik niet. Uw boek voelt ongemakkelijk. Maar net voor die ongemakkelijkheid wil ik u danken. Hoe gek dit ook mag klinken. Omdat mijn ongemak mij dwingt tot scherpstellen. Daarom wil ik u van ganser harte danken. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties
Een uppercut van een brief… Nu móét ik dit boek wel lezen.
Je hebt me getriggerd om dit boek te lezen.