Uitgelezen: Ik zag de hel. Brief aan Mohanad Albelbeisi.

Gepubliceerd op 25 juni 2026 om 13:03

Beste Mohanad,

 

Soms zijn boeken noodzakelijk.  Om dingen te begrijpen.  Om afstanden te overbruggen.  Na het lezen van uw boek kan ik met zekerheid stellen dat uw boek een noodzakelijk boek is.  Uw boek wil ruimte creëren voor meer empathie, menselijkheid en inhoudelijke diepgang in het debat rond de schande van Gaza.  Uw persoonlijke dagboek vertolkt de stem van miljoenen getormenteerde Palestijnen.  Buitenlandse journalisten mogen de geblokkeerde Gazastrook niet binnen en Palestijnse journalisten worden uitgemoord.  Daarom is dit dagboek zo belangrijk.  Dit verhaal biedt geen afstandelijke feiten en analyses, wel intense nabijheid en diepmenselijke getuigenis.

 

Schande.  Getormenteerd.  Uitgemoord.  Een buitenstaander zou zich kunnen afvragen of die woorden niet lichtjes overdreven zijn.  Een discussie zou zich kunnen ontspinnen over de uitholling van woorden.  Ik las uw boek.  U gebruikt de juiste woorden.  Eindelijk gebruikt iemand de juiste woorden.  Niet omfloerst.  Wel direct.  Dat gebruik van woorden is wat mij meteen opvalt in uw boek.  Dat gebruik van woorden is de reden waarom ik verder lees.  U hoedt zich voor eufemismen.  U benoemt de dingen zoals u die hebt gezien.  Zoals u die hebt ervaren.
Schande.  Terwijl de hele wereld zich in bochten wringt om het niet te benoemen, schrijft u het in uw dagboek.  Genocide.  Die aarzeling om de werkelijkheid te benoemen, noemt u een schandaal.  U wordt achtergelaten door de hele wereld.  U bent teleurgesteld in deze wereld, die u gewoon levend laat verbranden, levend laat begraven. 
U schrijft over de valsheid van de wereld.  U stelt vast dat menselijkheid blijkbaar een woord is dat gebruikt wordt afhankelijk van wie je bent.  U wijst op het verschil in houding tegenover Oekraïne en Gaza.  Tegenover Rusland en Israël.
U wordt geconfronteerd met de apathie van de wereld.  Het vertrouwen dat u ooit had in de mensheid is verdwenen.  Want de wereld weet wat er gebeurt en zwijgt.  Dat u die apathische houding van de wereld een schande noemt, kan ik begrijpen.  Meer nog, ik vind het nog licht uitgedrukt.  Medeplichtigheid, dat lijkt mij een betere uitdrukking.

 

Getormenteerd.  U benoemt de onzekerheid.  De angst.  De gruwel.  Het verlies.  U benoemt de schaarste.  De honger.  De stress.  U benoemt de pijn.  De woede.  De machteloosheid.  U laat zien wat oorlog doet met een mens.  U laat zien hoe mensen schuilen.  Vluchten.  Schuilen.  Vluchten.  Schuilen.  Vluchten.  Op zoek naar een veilige plek, die nergens te vinden is.

 

Uitgemoord.  U beschrijft de barbaarse aanvallen op alles wat menselijk is.  De aanvallen zijn schering en inslag.  U vertelt over de bommen.  Over de explosies.  Over de chaos.  Wat u beschrijft, is de hel.  Burgers, hulpverleners, journalisten worden vermoord.  Niet als collateral damage.  Wel als bewust gekozen doelwit.  U bent niet vrijgesteld van leed.  Het moorden dringt binnen in uw gezin.  In uw familie.  In uw schoonfamilie.  In uw vriendenkring.  Mensen verdwijnen.  Plots.  Onaangekondigd.
U schrijft over het uithongeren van een burgerbevolking.  Omdat de bezetter de hulpgoederen tegenhoudt.  U benoemt honger als wapen.  U schrijft over hulpposten die onder vuur komen.  Over het vermoorden van mensen bij distributiepunten.  Van mensen die hopen voedsel te vinden.

 

Al die dingen benoemt u.  Al die dingen beschrijft u.  Want u hebt daar gestaan.  U hebt daar geleefd.  U weet waarover u schrijft.  U hebt het gezien.  U hebt het gevoeld.  U woont in België.  Enkele dagen voor 7 oktober 2023 vertrekt u vanuit België naar Gaza.  Op vakantie.  Om uw vrouw en dochtertje terug te zien.  Om uw ouders terug te zien.  Om uw familie terug te zien.  Wat een droomvakantie had moeten worden, wordt een nachtmerrie.  Die nachtmerrie verwoordt u.

 

In uw dagboek lees ik ook wat het betekent Palestijnse Gazaan te zijn.  U hebt niks anders dan gaza.  Daar hebt u geleerd wat het betekent om te leven.  Wat het betekent om rechtop te blijven staan.  In alles wordt de keuze duidelijk: gewapend verzet of acceptatie.  Door alle mogelijke actoren wordt u gedwongen een keuze te maken.  Dat is ook de reden waarom u dit dagboek schreef.  Om de pijn, het lijden en het dagelijkse leven van de mensen daar te tonen.  Dit is uw vorm van verzet.  Dit is uw manier om invulling te geven aan de woorden van uw grootmoeder en moeder: vergeet je land nooit, laat het nooit los.  Met dit boek geeft u die woorden door aan uw kinderen en kleinkinderen.  Geeft u die woorden door aan de lezer.

 

Beste Mohanad.  Ik heb nooit geloofd in een hel.  Maar u hebt mij duidelijk gemaakt dat die hel bestaat.  Niet als fantasie.  Wel als werkelijkheid.  Een hel die bondig kan omschreven worden als chaotisch en gruwelijk.  Een hel waarnaar niemand lijkt om te kijken.  U hebt mij herinnerd aan de woorden die koning Filip uitsprak op de nationale feestdag.  Hij zei in zijn toespraak dat de menselijkheid begraven is in Gaza.  Onze koning sprak die woorden.  U verbeeldt die woorden.  Die verbeelding dwingt mij een standpunt in te nemen.  Dwingt mij te spreken.  Daarom wil u danken.  Van ganser harte.  Dank dus.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.