Uitgelezen: Maandagavonden. Brief aan Ellis Meeusen, Rebekka de Wit, Suzanne Grotenhuis en Freek Vielen.

Gepubliceerd op 17 juni 2026 om 12:55

Beste Ellis,
Beste Rebekka,
Beste Suzanne,
Beste Freek,

 

Maandag, het is niet mijn favoriete dag.  De eerste dag na het weekend voelt het alsof alles opnieuw moet opgestart worden.  Met het ouder worden lijkt dat net iets minder vanzelfsprekend.  Elke maandag is het sleuren.  Elke maandagmorgen verlang ik naar de maandagavond.  Om mij in de zetel te gooien.  Dan wil ik rust in mijn hoofd.  Dan wil ik rust om mij heen.  Heel waarschijnlijk zal u dan denken dat het lezen van een boek geen optie is.  Heel waarschijnlijk zal u dan denken dat ik mij voor de televisie zet.  Dat is niet zo.  Een goed boek kan wonderen doen.  Op voorwaarde dat het goede boek ook het juiste boek is.  Uw boek bleek een goed boek te zijn.  Uw boek bleek een juist boek te zijn.

 

Het begon op een maandagavond.  Omdat ik meende dat het enkel op die avond mocht.  Ik nam uw boek en ging lezen.  Gedoseerd.  Eén tekst op maandagavond.  Alsof het een medicatie was die slechts één keer per week mocht ingenomen worden.  Al snel gebeurde wat gebeurde.  Het bleef niet bij die maandagavond.  Elke dag greep ik naar uw boek.  Net voor het slapengaan, ging ik lezen.  Het werd een verslaving.  Zonder een van uw teksten raakte ik niet in slaap.  Mijn leeshonger moest gestild worden.  Na het lezen zette ik mij heel even rechtop in bed.  Ik keek nog even naar het net gelezen stukje en dacht: hé, hé.  Ik glimlachte.  Ik legde mij terug neer.  Pas dan kon ik gaan slapen.

 

Uw teksten zijn pareltjes.  De herkenbaarheid maakt uw teksten zo warm.  Zo mooi.  Wat u overkomt, zou mij ook kunnen overkomen.  Op die manier werken de teksten ook troostend.  Ik sta niet alleen, denk ik.  Bovendien biedt het ook wat tegenwerk tegen de grote wereld.  Tegen de hardheid in die grote wereld.  Het lijkt alsof ik in uw boek kan gaan schuilen.  Tijdens het lezen wordt uw boek mijn schuilkelder.  Die schuilkelder is geen nare plek.  Geen donkere plek.  Integendeel.  Elke avond keer ik graag terug naar die plek.  Om figuurlijk de deur achter mij dicht te trekken en die grote wereld buiten te sluiten.

 

Soms denk ik hoe heerlijk het moet zijn als mij die teksten zouden voorgelezen worden.  Door u.  Ik stel mij voor hoe u naar mij komt.  Hoe u aanbelt.  Hoe ik u binnenlaat.  Hoe u mij vergezelt naar boven.  Om mij in bed te leggen.  Om dan uw boek te nemen en mij voor te lezen.  Eén tekst.  Ik tracht mij uw stem voor te stellen.  Een zachte stem, daarvan ben ik overtuigd.  Een aangename stem, dat weet ik.  Het ritme van uw teksten verraadt het zo een beetje.  Het zou een hedendaagse versie kunnen worden van het vroegere ‘God zegene en beware u’.  Want dat is wat wij vroeger deden vóór het slapengaan.  Even bij de ouders.  Voor een kusje en een kruisje met daarbij die enkele woorden.  Zacht gefluisterd.  Uw teksten zouden dat vroegere ritueel kunnen vervangen.  Het zou eenzelfde rust brengen.  Het zou eenzelfde geborgenheid geven.  Alleen, het kan niet.  Dat besef ik wel.  Maar alleen al de gedachte maakt mij blij.  Dat is ook al heel wat.

 

Wat ik ook hoopte, is dat uw boek zich elke avond uitbreidde met één tekst.  Elke avond zou het boek enkele pagina’s dikker worden.  Zodat het nooit uitgelezen kan geraken.  Helaas, ook dat kan niet.  Dat merkte ik bij de laatste pagina.  Die laatste pagina bleef de laatste pagina.  Uw boek was uit.  Een jammerlijke vaststelling.  Ik diende uit te kijken naar een ander ritueel.  Poëzie biedt mij een uitweg.  Eén gedicht voor het slapengaan.  Een mooi alternatief.

 

Als uw boek uit is, is het dus nog niet voorbij.  Uw boek draagt in zich die unieke kracht.  Uw boek kan herlezen worden.  Opnieuw en opnieuw.  Het hoeft geen maandag te zijn.  Het hoeft geen avond te zijn.  Het kan elke dag van de week.  Het kan op elk moment van de dag.  Ik kan zomaar lukraak een tekst kiezen.  Ik kan het boek op goed geluk laten openvallen en gaan lezen.  Of ik kan de index raadplegen.  Achterin het boek.  Om weloverwogen een tekst te kiezen die past bij mijn gemoedsgesteldheid.  Dat zal ik doen.  Ik leg het boek daarom niet weg.  Ik leg het bij mij.  Op mijn nachtkastje.  Alleen al die aanwezigheid, in combinatie met één gedicht, biedt mij zielenrust.  Biedt mij wondermooie dromen.

 

Beste Ellis.  Beste Rebekka.  Beste Suzanne.  Beste Freek.  Elke tekst bood mij op zijn eigen manier schoonheid.  Elke tekst liet mij vollopen met een ongelooflijke warmte.  U reikt mij, misschien onbedoeld, wijze levenslessen aan.  Niet in grote woorden verpakt.  Wel klein en net daardoor te koesteren.  Soms schijnt in kleine woorden de grootste wijsheid door.  Dat hebt u bewezen.  Dat heb ik mogen ervaren.  Voor die buitengewone ervaring wil ik u danken.  Daarom dus, bedankt.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.

 

PS: Ik kijk uit voor dubbeltjes en zal blijven duwen tegen elk dubbeltje.  Steeds weer opnieuw.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb