Beste Harmen,
Praten over politiek? Dat kan al eens gebeuren binnen onze familie. Op die momenten kan het er best hevig aan toegaan. Elkeen vuurt zijn argumenten af. Met passie. Met vuur. Niemand laat zich onbetuigd. De heftigheid van het debat kan variëren. Wat evenwel een vaste constante blijft, is dat wij na het debat elkaar in de armen vallen. Woorden blijven niet hangen. Wij drinken een pint en praten vervolgens over koetjes en kalfjes. Zo is het altijd geweest. Zo zal het altijd zijn. Dat het ook anders kan zijn, maakte u mij duidelijk.
Uw familie verschilt enigszins van de mijne. Er is een Nederlandse tak. Er is een Amerikaanse tak. Opvattingen creëerden een breuklijn. Tussen de Europese en de Amerikaanse tak. Tussen de Amerikaanse tak onderling. Sinds de komst van Trump in 2016 is praten over politiek, religie, immigratie en seksualiteit onmogelijk geworden. Het leidt tot ongemak, onbegrip en boosheid. Don’t talk politics werd de regel binnen de familie.
Toen kwam er die brief. Van uw oude tante Wieda. Na de eerste verkiezingszege van Donald Trump. Haar brief begon zij met de niet mis te begrijpen woorden: now it’s our turn. Er zou eindelijk orde op zaken gesteld worden. Die revanchistische woorden zinderden na bij u. In die mate dat u meende te moeten reageren. U wou onderzoeken hoe u als familie in verbinding kon blijven. Wat u meende te moeten doen, is depolariseren.
U trekt een eerste keer naar Amerika. Om in gesprek te gaan met uw familie. In een poging om een gedeelde basis te vinden. Een ‘common ground’. U wou uw familie ontmoeten ergens in het middenveld. Weg van de uitersten. Het resultaat van die intense onderneming kon ik volgen in het eerste seizoen van Don’t talk politics. Ik bewonderde u voor uw moed en volharding. Ik zou het niet kunnen, dacht ik na elke aflevering. Ik zou opstappen. Ik zou het vliegtuig opstappen en terugkeren. Een dialoog blijkt onmogelijk te zijn. Al snel moet u vaststellen dat in polarisatie feiten van geen tel zijn. Het is een gevoelsdynamiek. Tot schade en schande ervaart u hoe polarisatie zich niet situeert op verstandelijk niveau, het is een buikgevoel. Van toenadering is geen sprake. U keert terug naar Nederland.
Na dat eerste seizoen wou ik u een brief schrijven. Om u een hart onder de riem te steken. Om u te loven voor uw moedige poging. Die brief kwam er niet. Zo gaat het wel vaker met voornemens. Die worden al eens op de lange baan geschoven om dan uiteindelijk vergeten te worden. Zo verging het ook mijn brief. Eerst de lange baan. Dan de vergetelheid.
Toen kwam het tweede seizoen van Don’t talk politics. U keerde terug naar Amerika. In het eerste jaar van de tweede ambtstermijn van Trump is er heel wat gebeurd. Zo veel chaos. Zo veel retoriek. Zo veel geweld. U meent te mogen denken dat dingen veranderd zijn. U verwacht nu dat uw familie u in de armen zou vallen. Dat zij tot inkeer zouden gekomen zijn. Omdat u ervan bent overtuigd dat niemand kan goedpraten wat Trump deed en doet.
U zou doen wat u in het eerste seizoen trachtte te doen: depolariseren. Opnieuw begint u bij de mater familias, tante Wieda. De ontnuchtering volgt vrij snel. Uw familie ziet niet hetzelfde. Zij zien de dingen anders dan u. Dat wordt uw uitdaging. Deze keer wilt u met de ogen van uw familie naar de dingen kijken. U wilt naast hen zitten. Niet tegenover hen. Om dat te kunnen doen, zou u gevend luisteren. Daarbij verwoordt u uw ‘struggles’. U nodigt de tegenpartij uit om daarin te willen meegaan. In een poging om daarin tot toenadering te komen. Ik bewonder uw pogingen. Ik bewonder uw goede wil. Ik bewonder uw vasthoudendheid.
Helaas. Helaas. Helaas. U moet vaststellen dat gevend luisteren niks meer is dan een boksmatch. Het is alsof u als bokser uw verdediging laat zakken en u enkele ferme tikken op het hoofd incasseert. U oogst geen begrip maar agressie. Nochtans stelt u zich buigzaam op. U stelt zich meelevend op. Omdat u geen ruzie wilt maar toenadering.
Ik zit nog maar aan de derde aflevering van het tweede seizoen. Toch merk ik nu al hoe u op het harnas van het eigen gelijk botst. U praat met volgelingen van Trump. Wat Trump zegt, wordt kritiekloos voor waarheid aangenomen. Wat u als tegenargumenten aandraagt, wordt weggezet als nepnieuws. Als linkse verzinsels. Wat u lijkt te merken, is dat de afstand tussen beide kampen groter geworden is. Het ene kamp wordt harder en luider terwijl het andere kamp meent dat wie nog op handen is van Trump niet te vergeven is. U lijkt op een nieuwe teleurstelling af te stevenen.
Nochtans wens ik graag te geloven dat wat u doet, het juiste is. Wij moeten de uitersten uit hun loopgraven krijgen om elkaar in het centrum te ontmoeten. Daarin ligt ook de uitdaging voor de media. Zij moeten zich focussen op dat centrum. Zij moeten op dat centrum een versterker zetten. Want in dat centrum kan de nuance gevonden worden. In dat gemeenschappelijke zoeken naar nuance kan men tot toenadering en wederzijds begrip komen.
Beste Harmen. Met uw zoektocht maakt u duidelijk waar de oplossing ligt. Heel overtuigend maakt u duidelijk dat het geen gemakkelijke opdracht is. U moet incasseren. Zwaar incasseren. Maar tegelijk lijkt u te beseffen dat u moet volharden. Door naar uw podcast te luisteren, meen ik oprecht dat wij niet moeten staan roepen. Wij moeten praten. Op basis van feiten. Wij hebben geen nood aan roeptoeters. Zij brengen geen oplossingen aan. Ik verlang naar een misschien saaie maar beargumenteerde en op feiten gebaseerde nuchterheid. Dat zou heerlijk zijn. Dat het niet gemakkelijk is of zal zijn, maakt uw schitterende podcast helder duidelijk. Daarvoor wil ik u danken. Van ganser harte. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties