Beste Els,
Elk einde is een nieuw begin. Dat wordt wel eens gezegd. Wat aan de grondslag ligt van die bewering, kan ik niet zeggen. Wat ik wel weet, is dat deze woorden wel op u van toepassing zijn. Het einde van de feestzaal van uw ouders betekent het begin van een nieuw boek. De lijn tussen het einde van de feestzaal en het nieuwe boek is geen rechtstreekse lijn. Er zijn heel wat tussenstations. Om tot dat boek te komen, moeten heel wat tussenstappen gezet worden. Ideeën moeten rijpen. Verhaallijnen moeten uitgezet worden. Een structuur moet op poten gezet worden. Jawel, schrijven is een hele onderneming. U passeert langs de vele tussenstations om uiteindelijk bij het eindresultaat halt te houden. Een boek. Uw boek. Dat boek heb ik gelezen.
Het boek begint met het verhaal van uw familie. Uw grootouders. Uw ouders. U schrijft over de start van de feestzaal. Over de organisatie. Over het management. U schrijft over de plek van uw vader binnen dat organigram. Over de plek van uw moeder. U vertelt over die ene plek, de keuken. De plek waarin u bent opgegroeid. Tussen de potten en de pannen. U vertelt over uw innige band met Etienne, de kok. Met Dina, de schoonmaakster. Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. U benoemt niet enkel de mooie kanten. U gaat de minder mooie kanten niet uit de weg. U vertelt hoe u als volwassen wordend kind een hekel had aan de Visscherie, de feestzaal. De combinatie van een zaak met pubers in huis veroorzaakte nu en dan explosies. Die dingen benoemt u ook. U verhult ze niet. U verschoont ze niet.
Geleidelijk aan verschuift uw familieverhaal naar de achtergrond. De feestzaal verbergt een donkere geschiedenis. Een van de zalen was de vroegere villa van priester/dichter Cyriel Verschaeve. U dropt een bommetje. Cyriel Verschaeve? De man die tijdens de Eerste Wereldoorlog actief lid was van de Frontbeweging? De man die radicaliseert en tijdens de Tweede Wereldoorlog voorzitter wordt van de Cultuurraad, die de Duitse bezetter hielp bij het sturen van het Vlaamse culturele leven in nationaalsocialistische richting? Jawel, die man dus. U verlaat het pad van uw familieverhaal en u richt zich nu op het verhaal van de familie Lootens, van wie uw ouders de feestzaal kochten. Die verborgen geschiedenis wilt u aan het licht brengen. U wilt achterhalen hoe uw ouders de feestzaal hebben kunnen kopen van de rijke familie Lootens. U vraagt zich af of de familie nazi’s zijn geweest. Daarvoor gaat u op onderzoek. Daarvoor keert u terug naar Oostrozebeke. Want daar meent u de antwoorden te vinden.
Wat u meteen opvalt in de vele gesprekken over Cyriel Verschaeve, is dat het minimaliseren de boventoon voert. Het minimaliseren van zijn oorlogsverleden. Hierbij wordt vaak het aloude riedeltje afgespeeld. Verschaeve zou het slachtoffer zijn geworden van een heksenjacht. Zijn terdoodveroordeling zou een afrekening geweest zijn van de Belgische staat. Met dergelijke verhalen is men bij u aan het verkeerde adres. U schetst Verschaeve zoals hij werkelijk was. U benoemt de dingen die al te vaak verzwegen worden. U schrijft hoe hij Hitler en Himmler looft. Hoe hij Himmler in 1944 ontmoette. U schijft hoe na de oorlog een tekst werd uitgegeven van een extremist, een antisemiet, die zowel de banken als de Joden, het parlement en de Walen smerige luizen noemde. U begrijpt niet dat een dergelijk iemand door bepaalde kringen op handen wordt gedragen.
U onthult hoe de vroegere eigenaren van de Visscherie een cruciale rol hebben gespeeld in de verering van Verschaeve. U toont hoe een aanvankelijke waardering omslaat in een blinde adoratie. Een adoratie die zich laat vertalen in een sterke, vriendschappelijke relatie waarbij de rolverdeling in die relatie heel duidelijk is. Verschaeve was de grote kunstenaar, die steun behoefde op alle vlak, terwijl Lootens met overgave de rol speelde van secretaris en mecenas. Die adoratie lijkt Verschaeve uit te buiten. Lijkt hij te gebruiken. Lijkt hij te misbruiken. Voor Verschaeve is Lootens de melkkoe. Het ezeltje dat, sorry om het zo te zeggen, geld schijt.
U zegt het nog scherper. U noemt het gek hoe de faam voor Verschaeve geboetseerd wordt. Gekneed wordt. Waarbij Verschaeve zelf in dat boetseren en kneden de rol speelt van dirigent. Hij stuurt. Hij bepaalt. Het levensverhaal van Verschaeve lijkt bijeen gefabuleerd te zijn. Lijkt verschoond te zijn. Neen, schrijft u, hij was geen groot schrijver. Hij was geen groot denker. Hij was geen groot beeldhouwer. Wat hij dan wel was, schrijft u ook. Hij was verslaafd aan bewondering, leed aan zelfoverschatting. U benoemt de werkelijkheid en haalt daarmee Verschaeve van zijn voetstuk. Een voetstuk waarop hij zichzelf geplaatst had. Een voetstuk dat door kritiekloze bewonderaars intact werd gehouden.
Ik lees uw familieverhaal. Ik lees het verhaal van de familie Lootens. Ik lees het verhaal van Cyriel Verschaeve. Toch is het niet enkel dat waarover u schrijft. In uw boek lees ik vele dingen, die ik zelf nog gekend heb. Ik lees over de spekpater. Ik lees over de Bouworde. Ik lees over de KSA. Ik lees over de Blauwvoet. Ik lees over het ijslammetje. Ik lees over Bocuse. Dat alles doet mij terugdenken aan mijn jeugdjaren. Aan een beschermd leven. Een nostalgisch gevoel overvalt mij. Maar, alweer, in die terugblik benoemt u niet enkel de goede dingen. U benoemt ook de dingen waarover in die tijden niet gesproken werd. De taboes. Scheiden. Homoseksualiteit. Die bekrompenheid doet mij rillen. Die hypocrisie maakt mij kwaad.
Beste Els. Ik meende het verhaal van een feestzaal te lezen. Een woord dat in zich een belofte draagt. Een woord dat zegt wat er van ons verlangd wordt. Feesten, dat is de belofte. Feesten, dat is wat wij moeten doen. Ik moet u bekennen, feesten is wat ik graag doe. Voor het onderwerp van uw boek vatte ik meteen sympathie op. Toch werd het meer dan enkel dat verhaal. Het verhaal werd groter. Ik las over de collaboratie. Ik las hoe adoratie een gezonde kritische houding kan uitschakelen. Ik las hoe afstand in tijd tot juiste inzichten kan leiden. Ik las hoe die juiste inzichten voetstukken kunnen neerhalen. Maar vooral las ik hoe al die dingen in een schitterend boek kunnen samengebracht worden. Voor dat alles wil ik u graag danken. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties
Hallo Wim,
En daar was ire weer! Terug van verre oorden en lange reizen! Fijn gehad? Ik denk het wel aan de foto's te oordelen die ik nu en dan voorbij zag komen. Goed zo!
En nu mag ik weer geld uit gaan geven voor een boek wat jij weer onweerstaanbaar beschreven hebt...! ;)
Groetjes,
Betty