Beste Michael,
Beste Stef,
Woensdagavond stapte ik in mijn wagen. Ik draaide de sleutel om, het dashboard lichtte op als een kleine sterrenhemel, en ik vertrok. Ik klikte mijn gordel vast, zette de lichten aan, en gleed de weg op. Ik reed dertig waar dertig mocht, vijftig waar vijftig mocht, zeventig, negentig — de vertrouwde cadans van regels en routine. En toch was er iets anders. Iets scherpers. Alsof elke meter die ik aflegde, zwaarder woog. Alsof elke seconde zich bewuster liet voelen. U vraagt zich misschien af waarom ik u dit schrijf, waarom ik deze alledaagsheid in woorden giet. Omdat die avond niet zomaar een avond was. Omdat ik naar uw voorstelling kwam kijken — en anders vertrok.
“Fractie van een seconde.” Een titel die blijft hangen. Een echo die zich nestelt. Want die avond werd ik wijzer. Niet op een luidruchtige, dwingende manier, maar stil, onderhuids. Met de zachte maar onontkoombare vaststelling: dit kan ook mij overkomen. Ik kan slachtoffer zijn. Ik kan veroorzaker zijn. Eén ogenblik. Eén misstap. Eén fractie.
Misschien lijkt het vreemd dat ik begin bij het einde. Maar dat is precies wat uw voorstelling doet: ze doorbreekt de rechte lijn van tijd en zekerheid. Ze dwingt tot terugkijken. Tot herbekijken. Tot voelen wat al gebeurd is, en wat nog kan gebeuren. Aan het begin van de avond wist ik niet wat mij te wachten stond. Ik kende de contouren: een verhaal van een verkeersongeval, van gevolgen die blijven nazinderen, van een verpleegkundige die dagelijks de broosheid van het leven ziet passeren op de spoedafdeling. Twee werelden die elkaar raken, verstrengelen, openbreken. Persoonlijk wordt universeel. Individueel wordt collectief. En ergens daartussen: muziek die ademt, beelden die snijden, stilte die spreekt. Dat was wat ik wist. Dat had ik gelezen. Een klein vooronderzoek als het ware.
Maar wat zich ontvouwde, overtrof elke verwachting. Er hing een spanning in de lucht — ijl, bijna ongrijpbaar — alsof de tijd zelf even inhield. Toen de lichten doofden en de eerste beelden flitsten, werd ik meegenomen in iets wat geen voorstelling meer was, maar een ervaring. Een die zich niet opdrong, maar zich langzaam, onverbiddelijk onder de huid nestelde. U nam me mee in een wereld die tegelijk vertrouwd en ontregelend was. Want ik ben het allemaal: voetganger, fietser, automobilist. Ik beweeg mij dagelijks door dat web van wegen zonder stil te staan bij de broosheid ervan. Tot u mij deed stilstaan. Echt stilstaan.
Uw spel was trefzeker en doorleefd, pijnlijk menselijk in zijn eenvoud. Elk woord leek gewogen, elke stilte droeg betekenis. U liet mij kijken — niet vluchtig, maar aandachtig. U hield mij een spiegel voor die niet vleit, maar bevraagt. Die schuurt. Die niet meteen antwoorden geeft, maar vragen laat nazinderen: Wat is verantwoordelijkheid? Waar begint schuld? Hoe dun is de lijn tussen toeval en keuze?
Wat u die avond deed, was het alledaagse optillen tot iets groots. U maakte zichtbaar wat we zo vaak verdringen. Voelbaar wat we liever niet voelen. En toch kon ik niet wegkijken. Wilde ik niet wegkijken. Ik schoof op mijn stoel, zocht houvast in kleine bewegingen, omdat wat ik zag raakte — omdat het waar was. Herkenbaar. Onontkoombaar. Uw kracht lag net in de zachtheid. In het niet forceren. In het zorgvuldig doseren van beeld, klank en woord. Geen sensatie, geen overdaad — maar precisie. En precies daardoor kwam alles des te harder binnen.
Beste Michael. Beste Stef. Toen ik na afloop opnieuw in mijn wagen stapte, was ik niet langer dezelfde. Er zat een nieuwe waakzaamheid in mijn blik. Een alertheid waarvan ik mij voordien niet bewust was. Alsof elke handeling betekenis had gekregen, elke keuze gewicht droeg. Dat is wat kunst vermag. Ze raakt niet alleen — ze verschuift. Ze zet iets in beweging dat blijft trillen, lang nadat het licht is gedoofd en de stilte is teruggekeerd. Uw voorstelling heeft dat gedaan. Daarvoor wil ik u van ganser harte bedanken. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties