Beste Kiwi,
Ik had een slechte nacht. Nauwelijks geslapen. Schaapjes tellen bracht geen oplossing. Mijn ogen bleven open. Dan maar een rekensommetje, dacht ik. Ik ging becijferen wat de werkelijke vliegtijd is tussen Amsterdam en Melbourne en tussen Auckland en Amsterdam. Voor de heenvlucht kwam ik uit op twintig vlieguren. Voor de terugvlucht was het resultaat vijfentwintig vlieguren. Het wakker liggen had dan toch nog iets opgeleverd. Eindelijk wist ik hoe lang ‘lang’ precies was. Want dat was wat ik altijd zei als mij gevraagd werd hoe lang het vliegen is naar Australië, het is lang vliegen. Nu kon ik hierover preciezer berichten.
Vandaag zou het een lange busrit worden. Van Wellington naar Taupo, bijna 500 kilometer. Iets om tegen op te zien. Dat is wat men zou kunnen denken. Toch ervaar ik het zo niet. Ik vind het elke keer weer een fijne ervaring. Want elke keer weer rijden wij door een schitterend decor. Een decor dat nooit hetzelfde is. Een decor waarin mij kleine dingen opvallen. Dingen die mij nieuwsgierig maken. Dingen die mij blij maken. Zo word ik blij van die ene slogan langs de weg: life’s a journey, enjoy. Is dat alles? Neen, zeer zeker niet. Ik moest lachen toen wij passeerden langs een reclamebord in Hastings. Op dat bord werd The Last Post aangeprezen. Toen ik dat bord zag, ontstond verwarring in mijn hoofd. Zouden ook in Hastings, net zoals in Ieper, de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog herdacht worden? Helemaal niet. The Last post bleek de naam van een restaurant te zijn. Maar wat dan met Hastings zelf. Zou Willem de Veroveraar in Nieuw-Zeeland de strijd zijn aangegaan met de Engelse koning Harold II? Helemaal niet. Die strijd werd gestreden in Engeland. In Hastings. Er is wel meer dan één koe die Blaar heet. De ene plek met grote geschiedenis. De andere plek met kleine (of geen) geschiedenis. Er moet verschil zijn.
Nog iets anders valt mij op. Ik kan het nauwelijks geloven als wij door Featherston rijden. Een klein stadje. Net geen drieduizend inwoners. Een stadje om snel te vergeten. Die gedachte komt in mij op. Toch gebeurt het niet. Omwille van dat ene heerlijke feit blijft het hangen in mijn hoofd. Het stadje is de officiële boekenstad van Nieuw-Zeeland. Net zoals het Belgische Redu of het Nederlandse Bredevoort. Het stadje herbergt heel wat boekwinkels en uitgevers en is de gastheer van het jaarlijkse Featherston Booktown Karukatea Festival. Ik vat onmiddellijk een grote sympathie op voor dit stadje dat eerder als dorp mag aangesproken worden. Het enigszins fletse dorpje gaat plots helder en kleurrijk schitteren.
Een lange busrit veronderstelt pauzes. Voor de nodige koffiebreak. Die zouden om het even waar kunnen gebeuren. Die plekken kunnen niet zomaar uitgekozen worden. Beter is het die plekken weloverwogen in te plannen. Om, behalve een koffie, nog andere dingen mee te pikken. Dat is wat gebeurt in het Mount Bruce Wildlife Center. Dit natuur- en dierenreservaat heeft een drieledige opdracht: het beschermt en kweekt bedreigde dieren, het probeert die dieren opnieuw uit te zetten in de natuur en het laat de bezoeker kennismaken met de unieke natuur van Nieuw-Zeeland. Eén van de gasten van het reservaat is de takahe, een zeldzame, grote loopvogel uit Nieuw-Zeeland. Deze werd ooit als uitgestorven beschouwd maar werd bij een expeditie in 1948 herontdekt. De vogel wordt nog altijd als zeer bedreigd omschreven. Vandaag zouden er slechts enkele honderden in het wild leven. Zoals eerder geschreven zijn er in dit reservaat takahes te spotten zijn. Met de gekregen info in het achterhoofd schatten we de kans op een ontmoeting met deze vogel laag tot zeer laag in. Toch, op deze reis hebben wij het geluk aan onze zijde. Wij zagen eerder al een koala. Wij zagen eerder al een walvis. Vandaag zien wij een takahe. Wij hoeven zelfs niet te wachten. De vogel biedt zichzelf aan. Vanop ons terrasje, waar wij een koffie nuttigen, zien wij de vogel. Bijna lijkt het alsof hij paradeert op de catwalk. Voor ons. Hij neemt zijn tijd zodat wij in de gelegenheid zijn om foto’s te nemen. Als volleerde paparazzi. De camera flitst, de vogel poseert. Zonder het goed en wel te beseffen, kijken wij naar zeldzaamheid terwijl wij van onze koffie slurpen.
Minder zeldzaam is Ta moko, een permanente versiering van het lichaam en gezicht van de Maori. Op onze reis door uw land hadden we het al enkele keren gezien. Nu, in dit Wildlife Center, zien wij het opnieuw. De dame aan de kassa heeft een Ta moko. In het gezicht. Op haar kin. Wij spreken haar aan en vragen of wij een foto mogen nemen. Dat mag niet, zegt zij. Maar die ene vraag leidt ons naar een boeiend gesprek. Een gesprek met vragen en antwoorden. De dame geeft duiding bij dit oude gebruik. Zo zegt zij dat de tatoeages in de gezichten van de Maori in feite het hele levensverhaal vertellen van de persoon in kwestie. In de tekeningen zit namelijk een code verwerkt die de afkomst, rang en stand onthult. Wie de code kan lezen, kan achterhalen wat iemand zijn beroep en burgerlijke staat is en zelfs hoeveel huwelijken hij of zij heeft gehad. Heel soms kunnen bepaalde gebeurtenissen uit zijn of haar leven afgelezen worden. De versiering is uniek en persoonlijk en mag niet gekopieerd worden.
In vroegere tijden was het aanbrengen van die versieringen een pijnlijk proces. De moko werd aangebracht door te schaven en te krassen in de huid. Dat krassen en schaven gebeurde met verschillende soorten beitels. De huid rondom de vaak cirkelvormige versieringen was dus niet meer egaal. Vandaag wordt dit proces niet meer gebruikt maar wordt gekozen voor een modernere vorm, het tatoeëren. Net iets minder pijnlijk, meen ik te mogen geloven.
We hadden nog een tijdje kunnen verder praten. Helaas, koffiepauzes eindigen ooit. We moeten verder. Naar Napier. De stad was mij onbekend. Toch heeft deze stad zijn sporen achtergelaten in de geschiedenis van Nieuw-Zeeland. In 1931 werd de stad getroffen door een aardbeving. Met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter. Bijna alle gebouwen in het centrum stortten in. Tweehonderd zesenvijftig inwoners kwamen om. Tot op vandaag staat deze aardbeving geboekstaafd als de dodelijkste natuurramp in de geschiedenis van Nieuw-Zeeland.
Wetenschappelijke verklaringen voor deze aardbeving kunnen zonder enige twijfel gegeven worden. Heet kort gezegd, uw land ligt op de grens van twee grote aardplaten. Bij de oostkust van Nieuw-Zeeland, waar Napier ligt, schuift de Pacifische plaat onder de Indo-Australische plaat. Dat creëert spanningen. Op 3 februari 1931 kwam die spanning vrij langs een breuklijn. Met bijzonder zware gevolgen. Maar niet enkel wetenschappers kwamen met verklaringen. De Maori’s kwamen ook met een verklaring. Van een heel andere orde. Maori’s vertelden dat Moeder Aarde een ongeboren kind in zich zou dragen. Dat ongeboren kind, Ruaumoko, is de god van aardbevingen, vulkanen en seizoenen. Ruaumoko zou nogal onrustig zijn. Hij zou in de buik van zijn moeder al eens met zijn voetjes durven schoppen. De ene keer al wat heftiger dan de andere keer. Die schopjes of schoppen zouden een verklaring bieden voor de aardbevingen. Soms is het schoppen zelfs zo hevig dat Moeder Aarde onwel wordt. Dat Moeder Aarde moet overgeven. Dan zou dan weer een verklaring kunnen zijn voor de vulkaanuitbarstingen. De wetenschappelijke en mythologische verklaring liggen ver uiteen. Helaas zijn de gevolgen in beide theorieën net zo ingrijpend.
Wat vernietigd wordt, moet heropgebouwd worden. Zo gaat het altijd na een natuurramp. Heropbouw lijkt hierbij een deel van de traumaverwerking te zijn. Als symbool van de weerbaarheid. Deze ramp was hierop geen uitzondering. Al vrij snel na de aardbeving werd gestart met het ruimen van het puin. Intussen stelde de overheid een heropbouwcommissie aan. In plaats van simpel te herstellen kwam de commissie met een volledig nieuw stadsplan. Bij de heropbouw werd gekozen voor art deco. Dat was de bouwstijl die in de jaren dertig van de vorige eeuw bijzonder populair was. Bedoeling was de stad een nieuwe, optimistische uitstraling mee te geven.
Wij arriveren in Napier. Vandaag nog altijd een van de best bewaarde art deco-steden ter wereld. Om die status kracht bij te zetten, organiseert de stad elk jaar in februari een Art Deco Festival. Dat vier dagen durend festival hebben wij gemist. Dat zouden wij kunnen betreuren. Toch laten wij het niet aan ons hart komen. Wij wandelen door een stad die herrezen is uit zijn as. Wij kijken aan tegen knappe gevels die een eigen vertaling brengen van art deco. Ik zou kunnen enthousiast zijn. Dat ben ik ook. Bij het begin van de stadswandeling. Dat enthousiasme wordt minder als ik door Emerson Street stap. De ene winkelstraat. Wat ik hier zie maakt mij een beetje triest. Vele art deco-elementen worden weggemoffeld achter etalages en reclamepanelen. Bovendien worden de bovenste verdiepingen aan het oog onttrokken door winkelpuien die het gehele voetpad overspannen. De commerciële inbeslagname van de gevels toont weinig respect voor de historische en culturele erfenis. Ik vraag mij af wat de toenmalige architecten, betrokken bij de heropbouw, zouden denken als zij nu door het hedendaagse Napier wandelen. Ik had graag hun commentaren kunnen horen. Dat zal niet gebeuren. Wat wel gebeurt, is dat ik de stad verlaat met een dubbel en verward gevoel. Op sommige plekken zie ik wat de stad had kunnen zijn, op andere plekken zie ik wat de stad geworden is. De fraaie belofte botst met de bittere realiteit.
Het vorderen van de kilometers doet mijn verwarde gevoel slijten. Mijn bezwaard gemoed klaart op. Ik ben klaar voor nieuwe indrukken. Want dat is wat ik hoop dat Taupo, onze eindbestemming van deze dagreis, ons zal bieden. Nochtans hadden wij ons voorgenomen om het rustig te houden in deze stad. Wij zouden de gelegenheid te baat nemen om een beetje te rusten. Rust nemen om wat bij te lezen. Want in mijn reiskoffer steken heel wat Knack-artikelen. Die zou ik nu gaan lezen. Dat is wat ik aanvankelijk dan ook doe. Maar alles zal veranderen. Want dat is wat met plannen altijd gebeurt. Maar nu nog niet. Nu ga ik wat lezen.
In één van die artikelen lees ik over de heilzame kracht van de natuur. Een paar keer per week dertig minuten wandelen zou de kans op hartfalen met dertig procent verlagen. In Canada kunnen zorgverleners een natuurbezoek voorschrijven aan hun patiënten. Volgens Jonathan Patz, onderzoeker aan The Global Health Institute van Wisconsin, zouden goed natuurbeheer en goed gemanagede natuurparken meer mensenlevens redden dan dokters. Terwijl ik dit boeiende artikel lees, denk ik aan de grote stadsparken in Australië en Nieuw-Zeeland. Ik vraag mij af of de beleidsmakers zich voor deze parken hebben laten inspireren door die geclaimde voordelen van groen voor de mens. Politici die zich laten leiden door wetenschap? Het zou zo maar kunnen.
Zoals ik al schreef, veranderen gemaakte plannen telkenmale. Nu dus ook. De voorgenomen rust kunnen wij niet aanhouden. Het begint te kriebelen. Vooral als ik lees dat Taupo de gastheer is van het Street Art festival Graffiato. Als ik dat lees, weet ik dat ik niet in mijn zetel kan blijven. De artikelen moeten aan de kant. We moeten uit de zetel. De stad in. Op internet vond ik een wandelroute, die ons langs de meeste muurschilderingen brengt. We trekken onze schoenen aan en gaan op weg. Opnieuw mag ik de bijzondere kracht ervaren van street art. Het nodigt de bezoeker uit om een stad op een net iets andere manier te leren kennen. Die uitgestoken hand hebben wij gegrepen en met de vele street art-kunstenaars als gids hebben wij Taupo leren kennen als een fijne en bovenal rustige stad.
Beste Kiwi. Uw land blijft verbazen. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Toch sijpelt stilletjes aan de gedachte door dat wij dichter bij het einde van onze vakantie komen. Ik moet die gedachte naar de achtergrond duwen. Om in volle vrijheid en enthousiast te kunnen genieten van wat nog komen moet. Dat wordt mijn belangrijkste opdracht voor de volgende dagen. Want niks mag mijn beleving van uw land verstoren. Het zou zonde zijn. Doodzonde.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties
Weer een mooi verhaal Wim