Beste Timmie,
Alles begon met God. Dat lied heb ik als jongetje vele malen gezongen tijdens eucharistievieringen. Bij u begint het niet met God. Uw verhaal begint met uw bezoek als twaalfjarige aan de volwassenenafdeling van de plaatselijke bibliotheek. U nam een boek mee over de oorlog in uw streek. Daarin stonden foto’s van uw familie. Vijf mensen waren overleden. U vraagt uw grootmoeder om uitleg. Want haar vader was een van de doden. De anderen waren haar grootvader en drie nonkels. Haar korte en enige antwoord op uw vraag was: het is een vergissing. Dat was alles. Als twaalfjarige nam u vrede met dat antwoord. Naarmate u ouder wordt, gaat dat antwoord wringen. U voelt dat het niet klopt.
Het besluit op onderzoek te gaan, begint bij de begrafenis van uw grootmoeder. Aan haar kan u niets meer vragen. Nochtans hebt u nog heel wat vragen. Wat was er op die 22ste augustus 1944 gebeurd? Was het werkelijk een vergissing? Waarom werd er zo geheimzinnig gedaan over die razzia? Waarom is er nergens een monument voor de negen slachtoffers op die ene dag? Voor een antwoord op al die vragen zal u zelf op zoek moeten.
U begint bij het begin. U gaat naar de herberg In de Dorstige Herten. Un lieu de mémoire. Het verleden wordt pas geschiedenis als het herinnerd wordt. Maar dat gebeurde hier nooit. Misschien ligt hierin wel uw voornaamste drijfveer tot het schrijven van dit boek. U wilt voorbij het te gemakkelijke excuus kijken. In de plaats daarvan wilt u de feiten. Zelfs als die ongemakkelijk zouden zijn. Pas als het verhaal volledig is, kan een begin gemaakt worden met herinneren.
Om die feiten te kunnen vinden, roept u het verleden op. U keert terug in de tijd. Een familie treedt uit het duister van het verleden. Hetzelfde gebeurt met die dagen uit het verleden. U schakelt het licht aan. Om helderder te kunnen zien. Want uw familie heeft enkel het verhaal van de vergissing. Om voorbij dat verhaal te kunnen kijken, moet u op zoek naar getuigen. Rechtstreekse getuigen. Bijna tachtig jaar na de feiten vindt u die kroongetuige. Hij was toen zeven jaar.
Het ene verhaal brengt u naar het andere. Het lijkt alsof u puzzelstukjes verzamelt voor een puzzel waarvan u niet weet uit hoeveel stukjes die uiteindelijk zal bestaan. De verhalen kristalliseren zich uit. De puzzelstukjes zetten zich vaster ineen. Sommige vermoedens ontkracht u en schuift u aan de kant. Andere verhalen klinken oprecht en brengen u verder. Dat wikken en wegen is een moeilijk proces. Telkens weer lijkt alles plausibel. Maar dan is er dat ene element, dat een verhaal ontkracht. Dat een verhaal doet wankelen om uiteindelijk in stukken uiteen te vallen. Maar bij elk verhaal blijft één stukje, hoe miniem ook, overeind. Elk overgebleven stukje vertelt het relaas van die ene dag.
In uw zoektocht vertelt u niet enkel het verhaal van uw familie. U reconstrueert de oorlogsjaren. U vertelt over de collaboratie. Over het verzet. Over de partizanen. Over ontsnappingsroutes voor geallieerde piloten. U vertelt over verraad. Door ook die dingen in uw verhaal te betrekken, komen dingen samen. Dingen die nooit eerder werden samengelegd, komen door uw onderzoek eindelijk samen. Door voorbij de vermoedens te kijken. Voorbij het gemakkelijke verhaal. Pas dan zien wij wat werkelijk gebeurde. Pas dan zien wij verraders die geen verraders blijken te zijn. Pas dan zien wij buitenstaanders die plots in het centrum komen te staan.
U doet wat onmogelijk leek. U legt de puzzel. Volledig. Elk stukje valt op zijn juiste plaats. Het verhaal van de vergissing mag eindelijk aan de kant geschoven worden. Het werkelijke verhaal kan nu verteld worden. Stilletjes aan gaat u begrijpen waarom er geen monument is in Molenbeersel. Het zou herinneren aan die chaos vóór de bevrijding. Het zou herinneren aan revanche en straatrepressie. Het zou herinneren aan een zwart verleden. Het zou herinneren aan collaboratie. Daarom werd het stil in Molenbeersel. Daarom bleef het stil. Een mix van feiten en verzinsels zette het verzet in een dergelijk kwaad daglicht dat iedere vorm van herdenken onmogelijk werd.
Die 22ste augustus stierf uw overgrootvader. Die 22ste augustus stierf de vader van uw overgrootvaders. Die 22ste augustus werden drie andere familieleden weggevoerd. Zij gingen naar Breendonk om daar op het laatste gevangenentransport gezet te worden naar Duitsland. Naar Neuengamme. De drie broers zullen nooit meer terugkeren. Dat verhaal vertelt u ook. Uw boek wordt dus meer dan enkel het verhaal van die razzia. Meer dan enkel het verhaal van die ene dag. U brengt het verhaal van de jaren vóór die dag. Het verhaal van de jaren na die dag. Dat volledige verhaal laat zien wat oorlog doet. Dat volledige verhaal doet begrijpen hoe doodgewone burgers worden meegesleurd in een wereldbrand, zonder het zelf goed en wel te beseffen.
Een opmerkelijk element in uw onderzoek tot slot is het stilzwijgen van verzetsleden. Na de oorlog werden zij in het verdomhoekje geduwd. Door het toen heersende politieke klimaat. Door het dominante collaboratiediscours waarbij collaborateurs werden voorgesteld als slachtoffers van het repressieve Belgische gerecht. Met uw verhaal corrigeert u mee dat verhaal. U draait de rollen om. Niet het verzet diende in de beklaagdenbank te zitten, wel de collaboratie. Voor die verzetsleden bent u mild in uw oordeel. U beseft dat er geen eendimensionale mensen bestaan en dat zelfs helden een schaduwkant hebben. Voor de collaborateurs bent u hard in uw oordeel. Want zij zijn de daders. Zij zijn de politieke verantwoordelijken. Zij zijn de organisatoren van de ‘zwarte terreur’. Zij dragen de meeste schuld.
Beste Timmie. Dikwijls moest ik mij bij het lezen van uw boek tot de orde roepen. Dan moest ik tegen mijzelf zeggen dat uw boek geen fictie was. Want alle elementen uit uw boek zouden de basis kunnen zijn van een thriller. Van een detectiveroman. Maar dat is het niet. Want u vertelt over echte mensen. U vertelt over wat echt gebeurd is. Bij het lezen van uw boek stelde ik vast dart de werkelijkheid veel meeslepender kan zijn dan fictie. Veel aangrijpender. Veel harder. Veel brutaler. U doet mij dat beseffen. U doet mij beseffen hoe zwaar het is om de juiste keuzes te maken. U doet mij beseffen dat juiste keuzes zware gevolgen kunnen hebben. Op elke pagina van uw boek voel ik die ene vraag die aan de lezer gesteld wordt: wat zou u doen. Het antwoord op die vraag weet ik niet. Na het lezen van uw boek kan ik enkel zeggen dat ik hoop het nooit te hoeven weten. Voor dat besef en die denkoefening wil ik u van ganser harte danken. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties