Beste Kiwi,
De goudkoorts. Daaraan zullen wij op onze rit naar Fox Glacier nog enkele keren herinnerd worden. Het begint al meteen bij de Crown Range Road. Die route moet ons vanuit Queenstown op weg zetten naar Fox Glacier. Oorspronkelijk werd deze weg gebruikt tijdens de goudkoorts in de jaren na 1860 toen goudzoekers de bergen overstaken tussen de verschillende mijngebieden in Otago. De goudkoorts is intussen gaan liggen maar toeristen hebben deze weg ontdekt als een van de meest spectaculaire bergwegen van Nieuw-Zeeland. Remco Evenepoel, Jonas Vindegaard en Tadej Pogacar zouden er een hele kluif aan hebben met zijn vele scherpe haarspeldbochten en zijn steile hellingen (soms tot 15%). Maar daarover hoeven deze renners zich het hoofd niet te breken. Voorlopig is er nog geen Ronde van Nieuw-Zeeland. Fietsen hoeven wij niet te doen. Wij kunnen in de bus rustig achterover leunen en ons vergapen aan de panoramische vergezichten, ruige bergketens en open hoogland. Alweer, de natuur in uw land is overweldigend. Tot die conclusie zullen wij vandaag nog enkele keren komen.
Zonet reden wij over de hoogste hoofdweg van Nieuw-Zeeland. Nu rijden wij langs het oudste continu geopende hotel. Hiervoor moeten we ook terugkeren naar de goudkoorts. In 1863 werd het Cardrona Hotel opgericht. In het voetspoor van het Cardrona volgden nog veel andere hotels. Vandaag staat enkel het Cardrona nog overeind. Alle andere zijn verdwenen. Het hotel heeft een restaurant, een bar en zeventien kamers. Dat is best heel wat en nauwelijks te geloven als wij in het voorbijrijden kijken naar die toch eerder bescheiden gevel. Wij zijn niet gestopt. Zijn niet even binnengestapt. Jammer. Ik was nochtans nieuwsgierig. Maar ’s avonds kan ik mijn nieuwsgierigheid botvieren via booking.com. Op die site kan ik alle kamers zomaar binnenwandelen. Ik kan aan de bar gaan zitten. Ik kan een tafeltje in het restaurant uitkiezen. Maar dat zal niet gebeuren. Wij moeten voort. Wij moeten verder. Maar wie weet, misschien zal ik ooit nog eens verblijven in één van de kamers. Dat zou zo maar kunnen. Want de toekomst van het hotel lijkt of is verzekerd. In 2025 werd het hotel verkocht aan een groep Nieuw-Zeelandse investeerders.
Dit is een dag dat wij vooral in de bus zitten. Toch gaan wij enkele keren aan de kant. Om de beentjes te strekken. Dat moet zo. Heel even bewegen en dan weer de bus op. Zo stoppen wij in Wanaka, gelegen aan de zuidelijke oever van Lake Wanaka. Een kopje koffie of uitkijken over het uitgestrekte meer. De keuze is aan ons. Wij hoeven zelfs niet te kiezen. Beide opties kunnen gecombineerd worden. Als wij u zouden vragen wat onze conclusie is na deze korte stop, zou u het heel waarschijnlijk niet geloven. Toch is het zo. Een geweldige plek, dat is wat wij denken. Stilletjes aan raken wij in de ban van Nieuw-Zeeland. Uw land kruipt onder onze huid. Het gaat zich diep in ons nestelen. Vóór we vertrokken naar uw land, vroegen wij aan vrienden, die al in Nieuw-Zeeland waren geweest, waarom wij naar uw land zouden moeten gaan. Zij waren unaniem in hun antwoord. De natuur, zeiden zij. Ik begin het te begrijpen.
Wij zijn volledig in de ban van al uw natuurpracht. Maar dat maakt ons niet blind voor andere dingen. Voor grappige dingen. Zoals de ‘Bra Fence’. Een enigszins bizarre toeristische attractie in de buurt van Cardrona. Aan het einde van de twintigste eeuw begonnen lokale bewoners met het ophangen van beha’s aan een hek. Niet als een of ander feministisch statement. Niks van dat alles. Het gebeurde. Zomaar. Voor de gein. Eén iemand ging een beha ophangen, een andere volgde. Een ketting werd in gang gestoken. Van het een kwam het ander. Intussen hangen al honderden beha’s aan het hek. In alle maten. In alle kleuren. Veel mensen stoppen hier. Voor een foto. Voor een eigen bijdrage. Wij stoppen niet. Maar kijken wel met pretoogjes naar dat spontaan ontstane en nog steeds uitdeinende kunstwerk.
Na de bustehouders eist de natuur opnieuw al onze aandacht op. Wij rijden door het Mount Aspiring National Park. Het natuurgebied is ongeveer 3.500 vierkante kilometer. Ongeveer een tiende van België. Net iets groter dan Oost-Vlaanderen. Vergelijken is soms nodig om alles scherp te stellen. Het kan handig zijn om zich de uitgestrektheid te kunnen voorstellen. Het is moeilijk het hele gebied te overschouwen. Wij beperken ons tot kleine delen. Deeltjes. Om op die manier het natuurgebied aan te voelen. Om via een deeltje een idee te krijgen van het grotere geheel. Zo stoppen we een eerste keer bij Blue Pools. Water, dat hebben wij toch al gezien. Dat is zo. Al vele malen hebben wij aan rivieren gestaan. Aan zeeën. Aan meren. Maar hier is het anders. Wij kijken naar water dat van de gletsjers komt. Naar water dat zuiver en helder is. Naar water dat felblauw kleurt. Een samenwerking tussen gletsjerwater, kleine stukjes steen (gletsjermeel) en zonlicht zou ons het uitzonderlijke blauw schenken. Het ene reageert op het andere. Het ene versterkt het andere. Soms kan dat tot schoonheid leiden. Zoals nu.
Op de parking aan de Blue Pools moet ik vaststellen dat een toiletbezoek niet noodzakelijk als verloren tijd dient beschouwd te worden. Vaak kan het tot antwoorden leiden. Tot vernieuwende inzichten. Ik ben nu al enkele dagen in uw land en vraag mij af hoe het toch komt dat alles zo netjes is. Nauwelijks of geen sluikstorten. Geen blikjes langs de weg of in natuurgebied. Geen papier. De vraag bleef onbeantwoord tot dat ene toiletbezoek. Op die toilet lees ik het antwoord. In nationale parken worden geen vuilnisbakken geplaatst. Vuilnis dient meegenomen te worden naar het eerstvolgende stadje. Desnoods tot in de hotelkamer. Daar kan het dan achtergelaten worden. Ik bewonder u om uw discipline. In België zie ik het niet meteen gebeuren. Sluikstorten blijkt bij ons een nationale sport te zijn. Het blijft niet enkel beperkt tot papier en blikjes. Alles wat op enige manier kan verplaatst worden, wordt achtergelaten op een plek waar het niet hoort. Après moi le déluge, zo lijkt een Belg in deze te denken. Maar hier, in uw land, werkt het wonderwel. Dat maakt mij blij. Werkelijk blij.
Nog even houden we halt bij de Thunder Creek Fall, een waterval van 28 meter hoog, om dan door te rijden naar Fox Glacier. Een helikoptervlucht staat ingepland. Hoe dichter we bij Fox Glacier komen, hoe onwaarschijnlijker die vlucht wordt. De wolken trekken zich dicht tegen elkaar in die mate dat de weerdienst het ongeschikt acht om een helikopter te laten landen op een gletsjer. Toch vangen we een glimp op van de gletsjer. Op weg naar en aan het Lake Matheson. Dit uitstapje moet een troostprijs zijn voor het missen van de gletsjer. Aan het meer wacht ons een kleine wandeling. Net geen twee en een halve kilometer. Het brengt ons langs het spiegelmeer. Helaas zien wij Mount Cook en Mount Tasman niet weerspiegeld in het meer. De omstandigheden zouden niet de juiste zijn. Niet windstil. Geen helder weer. Veel wolken. Wij zouden van een pechmomentje kunnen spreken. Een gletsjer die weigert zich te laten benaderen. Bergen die weigeren zich te spiegelen in het meer. Het lijkt wel alsof we tegengewerkt worden. Toch ervaar ik het niet zo. Het lijkt alsof de natuur vraagt ons niet te focussen op de grootse dingen. Op de obligate toeristische bezienswaardigheden. De natuur vraagt onze blik eerder te richten op de kleine dingen. De dingen waaraan wij anders heel zeker voorbij zouden lopen. Zonder het ook maar op te merken. Nu zien wij die kleine fraaiheid. Wij kijken naar bemoste bomen. Bemoste rotsen. Over alles lijkt wel een dekentje gelegd te zijn. Wij wandelen door een sprookjesachtig regenwoud. Een prachtige ervaring. Wij vergeten wat wij gemist hebben. Wij koesteren wat we verworven hebben. Mij lijkt het alvast een mooie deal.
Op de terugweg van Lake Matheson naar ons hotel kijken we nog een laatste keer naar Fox Glacier. Zonder het te beseffen kijken wij naar wat stilletjes verdwijnt. Want de klimaatverandering is hier aan het werk. Hogere temperaturen zorgen ervoor dat het ijs sneller smelt. Door minder neerslag in de vorm van sneeuw wordt er minder nieuw ijs gevormd. Die combinatie van fenomenen doet de gletsjer krimpen. Verwacht wordt dat, als de opwarming zich doorzet, de gletsjer in de komende jaren nog veel kleiner kan worden. Wij zouden dit kunnen wegzetten als slechts een aanvoelen. Toch is het meer dan enkel een aanvoelen. Wetenschappers hebben met data en metingen aangetoond dat Fox Glacier en andere gletsjers terugtrekken en krimpen, en dat dit grotendeels samenhangt met de huidige trend van wereldwijde temperatuurstijging veroorzaakt door klimaatverandering. Terwijl ik kijk, vraag ik mij af of ik afscheid dien te nemen of dat onze wereldleiders alsnog het licht zullen zien. Dat onze wereldleiders toch blijk zullen geven van doortastende daadkracht. Afgaand op wat ik nu zie, durf ik hieraan te twijfelen. Sterk te twijfelen.
Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Wij zijn op reis en mogen die ene versregel van Herman Gorter licht aanpassen: een nieuwe dag, een nieuwe bestemming. Wij zijn op weg naar Hanmer Springs. Wij rijden langs kleine dorpjes. Whataroa. Hari Hari. Ruatapu. Om een eerste keer te stoppen in Hokitika. Het dorpje heeft weinig uitstraling. Weinig charme. Alweer moet de natuur redding brengen. Wij worden aangetrokken door de zee. Een woeste zee. Een onstuimige zee. Wij snuiven de zeelucht op. Wij kijken naar het aangespoelde wrakhout. Ik moet denken aan This is the sea van The Waterboys. Aan het eind zingt Mike Scott ‘Behold the sea’. Aanschouw de zee. Dat is wat ik denk. Ik aanschouw. Ik word gelukkig. De zee is mijn beste maatje. Of toch zeker een van mijn beste maatjes.
Een tweede keer halthouden doen we in Reefton. Een vergeten stadje, zo lijkt het. Vergeten door de tijd. Vandaag lijkt er niet meteen veel te gebeuren. Echt bruisend kunnen we het stadje niet noemen. En toch. Wat je ziet, kan je misleiden. Soms moeten we dieper graven. Soms moeten we achterom kijken. Om dan vast te stellen dat Reefton een geschiedenis herbergt. Ooit liep dit stadje voorop in innovatie. In vroegere tijden was dit stadje de eerste plek in Nieuw-Zeeland met een openbare elektriciteitsvoorziening en elektrische straatverlichting. Wij schrijven 1888. Plots kijk ik met andere ogen naar Reefton. Het lijkt alsof Reefton plots iets feller gaat bruisen.
Om nog een andere reden blijft Reefton hangen in mijn herinneringen. In een lokaal boekenwinkeltje bots ik op een filmaffiche. Heavenly Creatures van Peter Jackson. In deze film van de Nieuw-Zeelandse regisseur speelt Kate Winslet haar eerste grote hoofdrol. Dat was ik helemaal vergeten. Maar er was nog iets aan de film dat ik kwijt was. De film blijkt zich af te spelen in het Christchurch van de jaren ’50. Ook dat was ik kwijt. Ik moest helemaal naar Reefton komen om mij dat opnieuw te herinneren. Jawel, wij reizen om te leren. Wij reizen om dingen opnieuw op te pikken en opnieuw op te slaan.
Alvorens we Hanmer Springs binnenrijden, gaan we een laatste keer aan de kant. Voor de Saint James Walkway. Een lange wandelroute van ongeveer 65 kilometer, dat wordt afgelopen in drie tot vijf dagen. Ik hoor u al aanmoedigend applaudisseren. Ik hoor u al bewonderend joelen. Helaas, we zullen geen dagen wandelen. Wij hoeven niet voor de lange wandeling te kiezen. Wij gaan voor die andere optie. Een korte wandeling van net geen kilometer. Dat is nauwelijks een wandeling te noemen, hoor ik u zeggen. Dat is zo. Maar toch laat zelfs die korte wandeling opnieuw een ander aspect zien van de Nieuw-Zeelandse natuur. Het verbaast ons niet meer. Stilletjes aan raken wij vertrouwd met de vele gezichten van die natuur. Op deze wandeling maken we kennis met old man’s beard, een soort van korstmos dat als vezelige, grijze/witte ‘baarden’ aan bomen, takken en struiken hangt. Nog vóór allerlei alarmlampjes gaan knipperen, kan ik u geruststellen. Het is geen parasitaire schimmel die de boom ziek maakt. Het gebruikt de boom enkel als steunplek. Wel is de oudemannenbaard kieskeurig. Zijn naam indachtig groeit het vooral op oude en schaduwrijke takken. Soort zoekt soort. Oud bij oud. Maar wij moeten voorzichtig omgaan met ouderdom. Wij hoeven het niet meteen bij het afval te zetten. Integendeel, wij moeten respect betuigen. Omdat het ons nog dingen kan bijbrengen. Zoals old man’s beard doet. Zijn aanwezigheid vertelt ons iets over de luchtkwaliteit. Omdat korstmossen best wel gevoelig zijn voor vervuiling, wijst hun aanwezigheid op een goede luchtkwaliteit. Wij kunnen op die kleine wandeling dus gerust diep ademhalen. Wij kunnen onbeperkt die zuivere lucht opsnuiven. U ziet, ouderdom is een zegen.
Wij arriveren in Hanmer Springs. De dag zit erop. Rust, daarvoor zouden wij kunnen kiezen. Alleen, we hebben nog energie in ons. Die moeten we kwijt. Die moeten we verbruiken. Daarom nog maar eens een wandeling. De Conical Hill Walkway. Vertrekkend aan ons hotel voert de route ons meteen de bossen in. De berg op. Ik zou het een pittige wandeling durven te noemen. Maar pittigheid wordt beloond. Met schitterende uitzichten op de top van de berg. Uitkijken over Hanmer Springs. Over de omliggende bossen en bergen. Fantastisch. Die wandeling was een juiste keuze. Rusten kunnen wij nog altijd. Later. Later. Jawel, later.
Op de terugweg komen we door het stadje. Een rustig stadje. Ik kan niet precies zeggen waarom maar ik vat een warme sympathie op voor deze plek. Het totaalpakket, dat is het waarschijnlijk waarvoor ik val. Elk van de losse elementen weten mij te overtuigen. Rust. Stilte. Omgeving. Die ontluikende sympathie krijgt nog een boost wanneer wij passeren langs de kerk van het stadje. Wij houden halt. Kijken wat rond. Wij willen vertrekken. Op dat moment roept iemand ons na. Niet wild agressief. Wel warm uitnodigend. Een stem zoals in dit stadje past. Wij draaien ons om. Kijken in de ogen van een enthousiaste jongeman. Hij vraagt ons of we interesse hebben om de kerk binnen te gaan. Om de kerk te bezoeken. Graag, zeggen wij. Hij gaat met ons mee, opent de deur en geeft een kleine uitleg. Neem gerust jullie tijd, zegt hij ons. Passeer na jullie bezoek bij mij zodat ik weet dat ik de kerk mag afsluiten, dat voegt hij er nog aan toe om ons dan alleen te laten. Wij doen wat hij gezegd heeft. Wij nemen onze tijd. Wij genieten van dit stiltemoment. Na het bezoek gaan we zeggen dat we verder gaan. Bij het uitzwaaien wenst hij ons nog een fijne verdere reis. Hartelijke mensen, jawel, zij bestaan.
Beste Kiwi. Morgen rijden wij naar Kaikoura. Dat moet een hoogtepunt worden. Zo staat het aangegeven in onze roadmap. Maar wij kijken nog niet vooruit. Vóór het slapengaan kijken wij nog even achterom. Naar alweer een wonderlijke dag. U blijft ons verbazen. Die verbazing ga ik koesteren. Die verbazing ga ik linken aan uw land. Halfweg of bijna halfweg onze reis doorheen uw land ga ik dat beseffen. Om dan in slaap te vallen.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties