Mijn reisverhaal Australië en Nieuw-Zeeland. Derde brief aan een Kiwi.

Gepubliceerd op 17 februari 2026 om 07:22

Beste Kiwi,

 

Waar te beginnen? Dat is altijd het moeilijkste aan een brief.  We kunnen niet onmiddellijk de koe bij de hoorns vatten.  Een brief vraagt de juiste inleiding.  Om de lezer zachtjes aan in de brief mee te trekken.  Het begin moet de interesse wekken om verder te lezen.  Ooit studeerde ik marketing.  Daarin leerde ik over de AIDA-structuur.  Die letters stonden voor Attention, Intrest, Desire, Action.  Het begin van de brief moet in feite de eerste drie letters verenigen om de lezer uiteindelijk aan te zetten tot actie, zijnde het effectieve lezen van de brief.  Met het begin van deze brief lijk ik gezondigd te hebben tegen de eerste drie letters.  Ik kan mij enkel troosten met de gedachte dat ik een begin heb en dat ik nu verder kan.  Ik kan terugkeren naar Nieuw-Zeeland.  Uw prachtige land, dat is de eigenlijke reden voor mijn brieven.  Uw land behoeft geen inleiding.  In tegenstelling tot een brief.

 

Wij verlaten Dunedin.  Of toch niet helemaal.  Net buiten het centrum houden wij halt bij Smaills Beach, deel van het Ocean Grove Reserve.  Wij zijn nog maar net aan het rijden en toch gaan we al aan de kant.  Dat voedt het vermoeden dat deze plek bijzonder moet zijn.  Met korte haltes op onze reis zullen wij een goed beeld krijgen van de verscheidenheid van de Nieuw-Zeelandse natuur.  Want die natuur is de grootste troef van uw land.  Dat zeggen vrienden die al het voorrecht hadden naar uw land te komen.  Die natuur maakte op hen de grootste indruk.  Zij waren unaniem in hun lovende commentaren.  Dus, jawel, ik wil die natuur in.  Zelfs al is het maar voor een kwarteiertje.  Voor een halfuurtje.  Voor een uurtje.  Het maakt mij niet uit.  Ik wil het zien.

 

Op deze plek is veel te zien.  Wij kunnen zeeleeuwen zien.  Zeehonden.  Dolfijnen.  Wij kunnen albatrossen zien.  Aalscholvers.  Blauwe pinguïns.  Dat alles kunnen we zien.  Alleen, de natuur laat zich niet dwingen.  Het is niet omdat een toerist halthoudt, dat de lokale fauna samentroept en een vrolijke parade houdt langsheen de kust.  Dat zal niet gebeuren.  Gelukkig maar!

 

Dieren hebben we niet of nauwelijks gezien.  We zouden onze schouders kunnen ophalen.  We zouden kunnen spreken van een teleurstelling.  Dat doen we niet.  Het lijkt alsof de natuur ons wil compenseren voor het gemis.  Zij schenkt ons vergezichten.  Zij schenkt ons flora in plaats van fauna.  Wij kijken naar gele bloemen.  De hottentotvijg, zo wordt die bloem genoemd.  Heerlijk charmant, gele bloemen met op de achtergrond de blauwe zee.  Een prachtig kleurenpalet.  Schoonheid kan evenwel verraderlijk zijn.  Het verblindt ons.  Wij zien het gevaar niet.  Net omdat het allemaal zo mooi is.  Toch is er gevaar.  Initieel was deze plant geïmporteerd vanuit Zuid-Afrika.  Deze plant bleek uitermate geschikt te zijn voor het stabiliseren van de zandduinen.  Maar om de uitspraak van Johan Cruijff even om te draaien: elk voordeel heb zijn nadeel.  Deze intussen goed ingeburgerde en snel groeiende hottentotvijg verdringt andere inheemse duinplanten.  Die schoonheid heeft dus een weerhaakje.  Het zet natuurbeheerders aan tot actie Waarbij het inperken van de schadelijke impact of het verwijderen van de exoot mogelijke opties zijn.  Dit probleem zien wij terugkeren op andere plekken.  Smaills Beach is geen uitzondering.

 

De wandeling is voorbij.  Wij hebben ons vergaapt aan schoonheid.  Wij hebben de onderliggende boodschap meegenomen.  Wij kunnen de bus op.  Vóór ik opstap, heb ik een klein gesprekje met de chauffeur.  Uit eerdere gesprekken had ik al opgevangen dat hij een muziekliefhebber is.  Een liefhebber van de betere muziek.  Ik vertel hem dat ik in Dunedin Dick Move live aan het werk zag.  Hij blijkt een fan te zijn van hun muziek.  Hij vraagt mij wat ik van hun optreden vond.  Uit mijn antwoord pikt hij mijn enthousiasme op.  Dat doet hem veronderstellen dat ik wel opensta voor een muziektip.  Een tip uit dezelfde muzikale vijver.  Dartz, zegt hij.  Dat moet ik zeker eens gaan beluisteren, zegt hij.  Ik ben een beleefde jongen.  Als mij iets gevraagd wordt, doe ik het.  Uiteraard binnen de grenzen van het toelaatbare.  Zo is het mij geleerd.  ’s Avonds op mijn hotelkamer ga ik luisteren.  Alweer, een voltreffer.  Stevig en strak.  Maar toch, in alles het kleinere en bravere broertje van Dick Move.  Maar dat is dan mijn bescheiden mening, waar heel waarschijnlijk niet om wordt gevraagd.  Misschien is mijn bescheiden mening intussen al aangetast door mijn dwepen met Dick Move.  Dat zou zo maar kunnen.  Ik sluit het niet uit.  Toch onthoud ik Dartz.

 

We zijn op weg naar Queenstown.  We rijden over de Gold Rush Trail.  We rijden langs dorpjes die ooit nog florerend moeten geweest zijn ten tijde van de goudzoekers.  In 1861 werd bij Gabriel’s Gully, een plek in de buurt van Lawrence, goud ontdekt.  De hoop op grote fortuinen dreef mensen naar deze plek.  Vanuit Amerika kwamen zij.  Vanuit China.  Vanuit Europa.  Vanuit Australië.  De wereld verzamelde zich op die plek.  Vandaag is de goudkoorts gaan liggen.  Het goud schittert niet meer.  De rust is neergedaald over deze mijndorpen.  Heeft een deken van vergetelheid over deze dorpen uitgespreid.  Terwijl vele dorpen zich rustig nestelen in die nieuwe rol, zijn er plekken die de dreigende vergetelheid ontwijken en zich heruitvinden.  Dat kunnen we vaststellen als wij op de Kawarau Bridge staan.

 

Die brug over de Kawarau River werd in 1880 gebouwd om de goudzoekers en -delvers een veilige oversteek te garanderen.  Goudzoekers en -delvers gebruiken die brug vandaag niet meer.  De brug kreeg een andere bestemming.  Nieuw-Zeelanders hebben wel vaker als eerste een straffe prestatie neergezet.  Hebben wel vaker als eerste baanbrekende dingen gerealiseerd.  Zo stond Edmund Hillary als eerste op de Mount Everest, was Jane Campion de eerste vrouwelijke regisseur die een Gouden Palm won op het filmfestival van Cannes en was Nieuw-Zeeland het eerste land dat stemrecht gaf aan vrouwen in 1893.  Alle goede dingen bestaan uit drie.  Dat wordt wel eens gezegd.  Maar uw land voegt aan dit beperkte maar toch wel indrukwekkende lijstje nog een vierde feit toe.   In 1988 startte AJ Hackett op deze plek het eerste commerciële bungeejumpbedrijf.  Origineel was zijn idee nochtans niet.  Het zou oorspronkelijk een oud Polynesisch gebruik zijn.  Uitgedacht en ontworpen om de mannelijkheid te bewijzen.  Door van een houten toren van soms wel twintig tot dertig meter hoog te springen.  Met hun voeten vastgemaakt aan lianen.  Zijn mannelijkheid hoefde AJ Hackett niet te bewijzen.  Wat hij wel diende te bewijzen, was de kracht en het bestaansrecht van zijn commerciële idee.  Om te overleven, diende hij aandacht te genereren voor zijn idee.  Om dat te doen, vertrok hij naar Parijs.  Daar sprong hij, illegaal, van de Eifeltoren waar hij bij zijn landing meteen werd gearresteerd door de Franse politie.  Eén nachtje in de gevangenis was een klein offer.  Want met die stunt had hij de nodige media-aandacht gekregen.  Bungeejumpen zou niet langer een rariteit blijven voor enkele waaghalzen.  Bungeejumpen werd groot.  Werd avontuur.  Werd sport.

 

Ik stond op die brug.  Ik zag anderen naar beneden springen.  Ik zag hen een paar keer op en neer veren.  Het begon mij te duizelen.  Ik kreeg zweethandjes.  Ik wist wat mij te doen stond.  Ik keerde terug.  Weg van de brug.  Op vaste grond.  Moet ik dan mijn mannelijkheid niet bewijzen, dacht ik.  Ik moest even glimlachen.  Bewijzen dient enkel te gebeuren bij twijfel.  Ik twijfel niet.  Ik ben zeker van mijn stuk.  Ik hoef mij dus niet van een brug te gooien.  Mooi, ’t leven is mooi, zong Will Tura.  Ik kan het enkel beamen.

 

Soms kan het zomaar gebeuren.  Iemand begint een fruitkraampje en plots is dat kraampje zoveel meer dan enkel maar een kraampje.  Dat is wat gebeurde met Mr. Jones Fruit Stall in Cromwell.  Mr. Jones Fruit Stall werd een attractie.  Werd een begrip in toeristische kringen.  Hier moest gestopt worden.  Zomaar gewoon voorbijrijden was geen optie.  Wij zouden daar ook halt houden.  In mijn hoofd had ik al vele variaties van een fruitkraampje de revue laten passeren.  Het ene al gekker dan het andere.  Het ene al grootser dan het andere.  Het ene al kleurrijker dan het andere.  Van één ding was ik overtuigd: het zou ‘speciaal’ zijn.  Het zou, om uw woorden te gebruiken, ‘mindblowing’ zijn.  Dat kon niet anders.  Dat moest zo zijn.  Nog maar eens zou blijken dat de verbeelding oneindig veel krachtiger is dan de werkelijkheid.  Om maar te zeggen, de werkelijkheid viel een beetje tegen.  Want wat ik zag, was een fruitwinkel.  Niks meer.  Niks minder.  Maar dat fruitkraampje deed wel wat het moest doen.  Het verkocht fruit.  Lekker fruit.  Schitterend fruit.  Dat is wat men mag verwachten van een fruitkraam.  Als het andere doet er eigenlijk niet toe.  Misschien was het niet die lekkere eenvoud die mensen halt doet houden.  Het zou zo maar kunnen.

 

Wij zijn aangekomen in Queenstown, ‘the adventure capital of the world’.  Meer bescheiden en minder groots mogen we de stad het outdoor-mekka van Nieuw-Zeeland noemen.  Er kan gekozen worden uit een uitgebreid menu.  Skydiven.  Jetboating.  Paragliden.  Canyon swings.  Rafting.  Mountainbiken.  Kajakken.  Klimmen.  Zoals u ziet, voor elk wat wils.  Ondanks die uitgebreide keuze, besluiten wij het toch kalm te houden.  Een mens heeft al eens nood aan rust.  Zelfs op vakantie.

 

Ondanks dat heldere voornemen gaat het toch kriebelen.  Stilzitten, het zit niet in onze genen.  Wij besluiten dus een wandeling te maken.  Een rustige wandeling welteverstaan.  We zoeken even op internet naar een geschikte wandeling.  Die vinden wij.  Wij kiezen voor de Queenstown Hill Time Walk.  We negeren de waarschuwing: medium to high fitness required.  We negeren het spreekwoord dat een gewaarschuwd man er twee waard is.  Tijdens de wandeling zullen we mogen ervaren dat het spreekwoord een grote mate van waarheid in zich draagt.  Nog maar net uit het hotel, moeten we onmiddellijk omhoog.  Een heuse kuitenbijter.  Enkele uren zullen we niks anders doen dan klimmen.  Een rustige wandeling? Ik dacht het niet.

 

Maar de inspanningen maken ons niet blind.  We kijken om ons heen.  Wij stoppen heel regelmatig om te genieten van de schitterende panorama’s.  Want die zijn er.  Maar langs ons route zijn er nog andere dingen die wij zien.  Zo passeren wij aan Willow’s Wonderland.  Een plek die nergens wordt vermeld in toeristische gidsen.  Het verbaast mij want op deze plek ontmoeten feeën elkaar.  Op deze plek hebben kabouters hun huisjes gebouwd.  Meer nog, wij ontmoeten kabouters.  Op deze plek moet ik vaststellen dat uw land niet enkel hobbits herbergt maar dus ook kabouters.  Vreemd dat dit bestaan niet wordt erkend door toeristische gidsen.  In elk geval, de kabouters laten dit gebrek aan erkenning niet aan hun hartje komen.  Zij luieren in de zon.  Zetten zich voor hun huisje.  Om gewoon lekker lui te zijn.  Ik kijk en vat enige sympathie op voor deze wezentjes.  Ik laat mij verleiden door deze feeërieke en sprookjesachtige plek.  De wereld heeft nood aan fantasie.  Heeft nood aan verbeelding.  Deze plek ervaar ik als een mooie aanzet daartoe.

 

The basket of dreams, dat is onze eindbestemming.  Het betreft een grote stalen sculptuur in de vorm van een mand, gemaakt door Caroline Robinson.  Het is bedoeld als uitnodiging tot reflectie.  Het vraagt de wandelaars even te stoppen en na te denken over wat geweest is, wat is en wat zal zijn.  U zou het koter kunnen samenvatten als de zin van het leven.  De omgeving met prachtige vergezichten zou deze denkoefening enigszins moeten vergemakkelijken.  Terwijl ik daar om mij heen sta te kijken, word ik stil.  Doch, antwoorden vind ik niet meteen.  In mijn zoektocht naar een antwoord krijg ik een onverwachte hulplijn.  Als ik naar een rustbankje stap, zie ik het antwoord uitgekerfd op de rugleuning van het bankje.  ‘Live, love, laugh’.  Zou dat het antwoord kunnen zijn? Complexe vragen hebben soms een simpel antwoord.  In dit bondige antwoord kan ik mij vinden.  Een antwoord teruggebracht tot de essentie.  Ontdaan van alle ballast.  Wandelen kan goed zijn voor het zielenheil. 

 

Wat het zal zijn? Ik weet het niet.  Ik weet niet wat ik mag verwachten.  Wel weet ik waarop ik mag hopen als ik aan het einde van de wandeling een negenenzeventigjarige Brit ontmoet.  Hij heeft net dezelfde wandeling gemaakt.  Wij geraken aan de praat.  Hij, samen met zijn vrouw, komt uit Londen.  Samen zijn zij op roadtrip door Nieuw-Zeeland.  Terwijl ik met die man praat, krijgt mijn toekomstbeeld vorm.  Ik weet wat ik wil doen als ik ouder ben.  Nog ouder.  Veel ouder.  Ik wil hetzelfde als die bijna tachtigjarige Brit.  Reizen, dat is wat ik wil.  De wereld verder ontdekken, dat is wat ik wil doen.  Wil blijven doen.  Aan het einde van ons gesprek zeg ik hem dat ik hem als voorbeeld zal nemen.  Hij lacht.  Ik lach.  Beiden vervolgen wij elk onze weg.

 

In Smaills Beach had ik het al eerder opgemerkt.  Nu zie ik het opnieuw op deze wandeling.  ‘Wilding conifers’ blijkt deze keer het probleem te zijn.  Dat lees ik op infoborden langs onze route.  Aanvankelijk werden deze ingevoerde naaldbomen gebruikt voor het bouwen van huizen en voorraadschuren, bij de aanleg van bossen.  Zij werden aangeplant om erosie te voorkomen en bossen aan te leggen.  Alles gebeurde met de beste bedoelingen.  Vandaag zien wij de keerzijde van de medaille.  Die ingevoerde soorten vormen een bedreiging voor de diversiteit van het Nieuw-Zeelandse landschap.  De inheemse planten, insecten en vogels worden in hun bestaan bedreigd.  De overheid moet ingrijpen en werkt samen met verschillende actoren om dit dreigende gevaar te counteren en te stoppen.  Daarom worden die uitheemse soorten langzaam aan ‘uitgeroeid’.  Door te sproeien.  Door te kappen.  Met de bedoeling alles in zijn oorspronkelijke staat te herstellen en de inheemse fauna en flora blijvend te beschermen.

 

Beste Kiwi.  Wij gingen het rustig aan doen.  Toch lukte het ons niet.  Uw natuur dwingt ons buiten te komen.  Dwingt ons de natuur in te trekken.  Om ons te verwonderen over de schoonheid.  Om ons bewust te worden van de uitdagingen.  Wij reizen om te leren, zo is het ons altijd gezegd.  Die opdracht nemen wij ernstig.  Wij gaan dus verder op ontdekkingstocht.  Naar Fox Glacier.  Naar Hanmer Springs.  Alweer met eenzelfde nieuwsgierigheid.  Met eenzelfde enthousiasme.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Ronald Wanders
een dag geleden

Subliem verhaal

Everhard
een dag geleden

Gelezen, nu op het mooie eiland Lanzarote