Beste Patrick,
Ik had u in vroegere tijden graag bij ons thuis willen uitnodigen. Aan onze eettafel. Aan die tafel zaten mijn vader, mijn moeder, mijn twee broers, mijn ene zus en ikzelf. Op de momenten dat wij aan die tafel zaten, kon er al eens hevig gedebatteerd worden. In die vroegere tijden waren wij nog jong. Wij geloofden nog in de absolute waarheid. Een absolute waarheid die vorm moest geven aan de wereld. Een ideale wereld was daarbij het streefdoel. Uiteraard, voor minder gingen we niet. Die woordenstrijd ligt in het verleden. Nu gebeurt het nog wel eens dat er gediscussieerd wordt. Nog altijd blijft de ideale wereld ons streefdoel. Maar we hoeden ons voor de absolute waarheid. Wij zijn ouder en hebben onze jeugdige voortvarendheid afgeworpen. Nuance deed zijn intrede. De felheid is gaan liggen. De hevigheid is (min of meer) getemperd.
Deze geschetste situatie en evolutie moet duidelijk maken dat ik bijzonder ontvankelijk ben voor uw nieuwste boek. Dat ik mij met grote interesse zou openstellen voor wat u in dat boek zou schrijven. Intussen heb ik uw boek gelezen. Want dat is uiteindelijk wat moet gebeuren met boeken. Boeken moeten gelezen worden. Wat niet altijd gebeurt, is het schrijven van een brief. Aan de auteur. Over het gelezen boek. Dat is wat ik wel doe. Want u schetste mij hoe een ideale wereld er zou kunnen uitzien. U schetste mij hoe een debat in de meest optimale omstandigheden kan gevoerd worden.
Het centrale thema van uw boek is het wij-zij-denken. In het eerste hoofdstuk gaat u op zoek naar de oorsprong van onze tribale neigingen. Want het is daarin dat het wij-zij-denken zijn oorsprong vindt. Het wij-zij-denken is zo oud als de mensheid zelf. Het maakt deel uit van ons evolutionair rugzakje. We hebben nog steeds de tribale hersenen van onze verre voorouders, alleen onze levensomstandigheden zijn ondertussen sterk gewijzigd. U schrijft dat het belangrijk is om te begrijpen hoe deze groepsmechanismen werken, hoe ze ons beïnvloeden, wat de mogelijke gevolgen zijn en hoe we ze op een positieve manier kunnen gebruiken of, waar nodig, kunnen doorprikken. U erkent dat het wij-zij-denken verre van onschuldig is. Het kan leiden tot verdeeldheid, spanning, uitsluiting en polarisatie. De menselijke neiging om de eigen groep als superieur te beschouwen heeft talloze slachtoffers gemaakt. We moeten dat groepsinstinct niet veroordelen of ophemelen. Wat wij volgens u wel moeten doen is het vooral leren te begrijpen zodat wij het op een positieve manier kunnen inzetten. Wij moeten waakzaam blijven om de manipulatieve uitwassen van tribaal denken te voorkomen. We moeten uitkijken voor stereotypen en simplistische beelden van anderen waarbij wij iedereen over één kam scheren. We moeten uitkijken voor ongepaste generaliseringen. Enkel zo kunnen we de kans op een constructieve dialoog vergroten.
In het tweede hoofdstuk richt u zich op verschillende manieren om het wij-gevoel te verbreden en inclusiever te maken. Wij kunnen immers het groepsgevoel versterken zonder dat dit ten koste gaat van mensen buiten onze groep. Het doorbreken van deze verstrengeling geeft ons de mogelijkheid om een hechte samenleving te bouwen waarin solidariteit en inclusie hand in hand gaan. Een sterk gemeenschapsgevoel stimuleert engagement en is belangrijk voor een dynamische democratie en een robuuste welvaartsstaat. Het verruimen van het ‘wij’ en het inclusiever maken van het groepsgevoel kan op verschillende manieren. U benoemt drie mogelijke strategieën (interculturalisme, nationalisme en multiculturalisme) en gaat op elk van deze strategieën dieper in.
Het derde hoofdstuk benoemt het belang van het wij-zij-denken in het publieke debat. U laat zien hoe het wij-zij-denken een belangrijk element is bij het vormen en verdedigen van onze politieke standpunten. Het hokjesdenken, desinformatie en polarisatie voeren daarbij de boventoon. Onze morele en politieke oordelen worden sterk gestuurd door persoonlijke motivaties en emoties. We redeneren niet om de waarheid te achterhalen, maar om onze eigen handelingen en opvattingen te rechtvaardigen. De bewering dat mensen met een open geest de wereld onderzoeken om nieuwe inzichten te verwerven, klopt niet. Wij doen aan gemotiveerd redeneren. In ons politiek en moreel redeneren hebben we al een voorkeur en zoeken we vervolgens naar redenen, argumenten en feiten om die te ondersteunen. Hierbij blijft u even stilstaan bij fake news en onze aversie voor tegenbewijs.
Degelijk redeneren vergt een sociale context waarin mensen elkaar cognitief uitdagen. Het is net de interactie met andersdenkenden die ons aanzet tot kritisch denken, in de eerste plaats over het standpunt van de ander. Verschillende meningen, voorstellen en ideologieën samenbrengen kan enkel leiden tot betere, diepere een veelzijdiger inzichten. Dit kan de neiging tot polarisatie inperken en het open debat bevorderen.
In het vierde hoofdstuk komt u tenslotte uit bij het combinatiedenken. Dat is wat u de lezer had beloofd op de omslag van uw boek. U zou een pleidooi houden voor deze vorm van denken. In vorige hoofdstukken hebt u aangetoond wat de grote gevolgen zijn van het tribale wij-zij-denken voor het publieke debat en de samenleving als geheel. Nuances gaan verloren en het wordt steeds lastiger om tot een vruchtbare uitwisseling te komen. Het is een voedingsbodem voor onwenselijke polarisatie en desinformatie. Het combinatiedenken daarentegen moedigt aan om verder te kijken dan de grenzen van de eigen groep en open te staan voor nieuwe perspectieven en aanvullende inzichten. Een combinatiedenker sluit zich niet op in één kamp en gaat ervan uit dat er nog veel te leren valt door in gesprek te gaan met anderen.
Het combinatiedenken erkent dat andere perspectieven ons waardevolle inzichten kunnen verschaffen. Mensen met andere opvattingen en invalshoeken kunnen blinde vlekken in onze eigen benadering blootleggen en ons helpen om een rijkere, evenwichtigere en genuanceerdere kijk te ontwikkelen.
De noodzaak voor een breed en divers perspectief roept een belangrijke vraag op: hoe kunnen wij als samenleving voldoende ruimte garanderen voor heel uiteenlopende standpunten? Die vraag vat u op als een uitnodiging om even stil te staan bij het belang van vrijheid van meningsuiting en democratie.
Na de vier hoofdstukken komt u bij het slot. Want dat is wat een boek altijd moet doen. Elk boek moet ooit stoppen. Een uitgelezen middel daartoe is het slot. In dat slot blikt u terug op wat u geschreven hebt en kijkt u naar de huidige wereld. Het is duidelijk hoe lastig het is om het wij-zij-denken in het publieke en politieke debat te overstijgen. Het combinatiedenken daagt ons uit om bewust uit deze eenzijdige denkpatronen te stappen, onze ideologische identiteit even tussen haakjes te zetten en de standpunten van anderen ernstig te nemen. U vraagt ons in het debat te kiezen voor het partnerschapsmodel waarbij het gesprek niet gericht is op het creëren van afstand maar op het vinden van gemeenschappelijke grond en het beter begrijpen van elkaar.
Beste Patrick. Na het lezen van uw boek besef ik hoe goed het zou geweest zijn als u uw boek vele jaren eerder zou geschreven hebben. Als ik uw boek als twintiger/dertiger zou gelezen hebben, zouden de debatten aan onze eettafel minder op een bokswedstrijd geleken hebben. Het zou rustiger geweest zijn. Toen had ik uw boek niet. Nu heb ik het wel. Intussen ga ik met uw boek aan de slag. Ik luister meer en beter. Meer nog, soms zwijg ik. Omdat ik besef dat verdere studie of opzoeking noodzakelijk is. Uw boek maakt mij rustiger in een debat. Uw boek maakte van mij geen winnaar maar een luisteraar. Daarvoor wil ik u graag danken. Van ganser harte. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
PS: Over mijn familie wil ik u toch nog even geruststellen. De vele discussies hebben ons niet uiteengedreven. Wij zijn nog altijd on speaking terms en nog steeds vormen wij een hechte en blije familie.
Reactie plaatsen
Reacties