Beste Peter Frans,
Een villadorp. Het paradijs. Niet voor iedereen. Dat paradijs is enkel voorbehouden aan enkelen. Aan de bevoorrechten. Alles lijkt peis en vree. Iedereen leeft op zijn omheind eilandje. Afgeschermd van de buitenwereld. Niks lijkt hierin verandering te brengen. De bewoners menen niet onderworpen te zijn aan die enkele woorden van Gerbrand Adriaenszoon Bredero. Het kan verkeren, daaraan hadden die ‘eilandbewoners’ niet gedacht. U lijkt die woorden wel te kennen. In dat villadorp plaatst u een SUV. Die raakt van de weg en rijdt dwars door de omheining de tuin in van een villa. Een verjaardagsfeestje is aan de gang. Het jarige dochtertje wordt door de SUV gegrepen en sterft. Ter plekke. Plots verandert alles en krijgen die woorden van Bredero toch wel een lugubere invulling.
U laat zien wat er gebeurt als het onwerkelijke gebeurt. Als datgene gebeurt wat niemand wenst. Als datgene gebeurt waarvoor iedereen bevreesd is. In dat verschrikkelijke door u uitgedachte scenario komen vele emoties samen. Wraakgevoelens. Schuldgevoelens. Rouwverwerking. Kwetsbaarheid. Zwakheid. Machteloosheid. Angst. Op elk van die gevoelens zoomt u in. U beperkt zich daarbij niet enkel tot de dader en het slachtoffer. U kiest voor het grotere plaatje. U laat ons kijken naar het spel van de advocaten. U laat ons kijken naar de rol van de openbaar aanklager. U laat ons kijken naar het spel van een wijkactiecomité. Elk heeft zijn waarheid. Elk gebruikt zijn waarheid. Plots zijn ook de omgeving en de maatschappij betrokken partij.
Wat onbreekbaar leek, ligt nu aan gruzelementen. Elk van de hoofdrolspelers stelt zijn eigen leven in vraag. De vader van het overleden dochtertje stelt plots vast dat zijn organisatietalent en management skills in deze van geen tel zijn. Hij is naakt. Een man die op drie continenten respect afdwingt met zijn megadeals, stelt in deze niks voor. Die kwetsbaarheid verwart hij met zwakheid. En dus moet het opgeborgen worden. Diep weggestopt worden. Hij verwerkt zijn rouw door te handelen. Door te procederen. Vergelding moet hem verlossing brengen.
De moeder van het overleden dochtertje is plots haar oogappel kwijt. Zij is totaal verloren. Niks heeft nog zin. Zelfs de zorg voor haar twee zoontjes verwaarloost zij. Haar moederrol werd haar brutaal ontnomen. Haar moederrol stelt zij in vraag. Zij meent dat zij in die rol tekortgeschoten is omdat zij haar kind niet kon beschermen. Zij verwerkt haar rouw door te lijden. Omdat lijden haar terechte straf is. Want lijden verdient zij. Althans, dat is wat zij meent.
Vader en moeder groeien uit elkaar. De verschillende manieren van rouwverwerking creëren spanningen. Spanningen die op elk moment zichtbaar worden. In de voorbereiding naar de begrafenisplechtigheid. Tijdens de plechtigheid zelf. Uiterlijk vertoon en verlangen naar intieme kleinschaligheid botsen met elkaar. Verwijten gaan over en weer. Niet de wil om elkaar te begrijpen, wel het verlangen elkaar te veroordelen, lijkt te overheersen. Elk woord en elke handeling drijft de partners verder uit elkaar.
Maar ook aan de kant van de dader rommelt het. Terwijl de vrouw moet vechten om haar onschuld te bewijzen, moet zij ook het strijdperk in voor het gevecht om de voogdij van haar kind. Haar ex-man is immers ook betrokken partij. De SUV waarmee de vrouw inreed op het slachtoffer, was van haar ex. Die ex woont in dat villadorp. Om zijn status in het villadorp overeind te houden, moet hij partij kiezen tegen zijn gewezen echtgenote. Dat is evenwel niet het enige. De ex grijpt het ongeval ook aan om het volledige hoederecht te verkrijgen over zijn dochtertje.
Het verlies van een kind mag best wel beschouwd als iets zwaarwichtigs. In die optiek had ik gedacht dat het boek zwaar op de hand zou zijn. Dat is ook zo. Het boek grijpt naar de keel. Het verhaal grijpt de lezer aan. Het ontroert diep. Toch slaagt u er in het boek ook licht te houden. De manier waarop u die exclusieve wereld, waarin iedereen koketteert met zijn status en rijkdom, is schitterend. Is heerlijk. Op een dergelijke wijze dat ik een glimlach niet kan onderdrukken. Het lijkt bijna onmogelijk maar toch durf ik uw boek ook geestig en grappig te noemen. Behalve die soms geestige toon, voegt u ook nog een ander element toe aan uw boek: spanning. De vraag of er nu al dan niet een ander voertuig bij het ongeluk betrokken was. De vraag of de ware toedracht uiteindelijk gevonden zal worden. De vraag of de ex al dan niet het hoederecht zal krijgen. De vraag of de dader al dan niet schuldig zal bevonden worden. Al die dingen doen mij doorheen het boek razen. Wat ik niet verwacht had, blijkt in de feiten zo te zijn. Uw boek is een pageturner. Een resultaat dat u bekomt door verschillende ingrediënten samen te brengen in een meer dan geslaagde cocktail. Een cocktail die ik met veel plezier heb uitgedronken. Tot de laatste druppel.
Beste Peter Frans. Wat u doet, is buitengewoon. De verleiding is groot om in dit boek partij te kiezen. Waarbij het meteen duidelijk zou zijn aan welke kant de lezer zou gaan staan. De neiging zou zijn om aan de kant te gaan staan van de dader. Van de vrouw die het ongeval veroorzaakte. Zij is de underdog. Zij moet opboksen tegen het grote geld. Tegen topadvocaten. Dat is onrechtvaardig, toch? Want zij is toch onschuldig. Toch gebeurt het niet. Ik kies geen partij. Ik voel met elk van de betrokkenen mee. Want u maakt de pijn van elkeen tastbaar. Voelbaar. U legt bij elkeen de innerlijke strijd bloot. Daarom oordeel ik niet. Daarom veroordeel ik niet. Wat u mij geschonken hebt, is een aangrijpend boek. Een ontroerend boek. Een boek dat beklijft. Een boek dat blijft hangen. Een boek dat de vraag stelt ‘wat als ik …’. Wat ik met al die vele woorden eigenlijk wou zeggen, is: uw boek is een literair pareltje. Daarvoor wil ik u danken. Van ganser harte. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties