Mijn reisverhaal Australiƫ en Nieuw-Zeeland. Zesde brief aan een Aussie.

Gepubliceerd op 20 januari 2026 om 06:46

Beste Aussie,

 

We zijn in Sydney.  De hoofdstad van Australië.  Dat is het niet, moet ik mijzelf meteen corrigeren.  Het is gek maar toch koppel ik die ene stad steeds weer aan de titel van hoofdstad.  Om mij dan zelf steeds weer voor het hoofd te slaan.  Canberra, dat is de hoofdstad.  Het resultaat van een Australisch compromis.  Als Belg menen wij wereldkampioen te zijn in het vormen van compromissen.  Toch toont ook uw land enig talent in de kunst van het compromis.  Bij de vorming van het Gemenebest van Australië ontstond een tweestrijd.  Tussen Sydney en Melbourne.  Als oudste stad meende Sydney aanspraak te mogen maken op de titel van hoofdstad.  Melbourne meende dan weer als rijkste stad die titel te mogen claimen.  Het werd geen van beide.  Omdat men wou vermijden dat één van beide gezichtsverlies zou lijden, koos men voor een derde stad.  Canberra werd die derde hond uit het gezegde: als twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen.  Een nieuw gecreëerde stad versloeg rijkdom en ouderdom.  Gelegen tussen Melbourne en Sydney werd Canberra de hoofdstad van Australië.  Om sindsdien verwarring te zaaien bij de niet-Australiër wat nu werkelijk de hoofdstad van Australië is.  Zoals bij mij het geval is.  Telkens weer.  Voor slechts heel even.  Want terwijl ik Sydney zeg, weet ik al meteen dat het die andere stad is.  Die stad van het compromis.

 

Sydney dus.  Een grote stad.  Een mooie stad.  Een stad waarin het verbinden van Bondi Beach, Sydney Opera House, Harbour Bridge en Blue Mountains in één of meerdere wandelingen de grote uitdaging wordt.  Want daartussenin moeten ook nog een hele reeks andere toeristische bezienswaardigheden ingepast worden.  Het besef dingen te zullen missen bezorgt mij angstzweet.  Hoewel ik mij niet laat leiden door YOLO of FOMO, voel ik toch die drang om zo veel mogelijk dingen in een stad te zien.  Om het totaalbeeld van een stad op die manier scherp te krijgen.  In dat streven reikt één kaart mij de hand.  OPAL, de openbare vervoerspas.  Te gebruiken in treinen, metro’s, bussen, trams en veerboten.  Om de pas te kunnen gebruiken, moet die eerst opgeladen worden.  Dat kan in trein- en metrostations.  In winkels en supermarkten.  Omdat dit alles misschien een beetje te omslachtig is, kan de reiziger ook gewoon kiezen voor bankpas, kredietkaart of smartphone om dan contactloos te betalen.  Wij kiezen voor OPAL.  In het begin een beetje onwennig.  Het wordt zoeken naar de juiste lijn.  Naar de juiste aansluiting.  Maar na één enkele dag glijdt die onwennigheid van ons af.  Wij worden volleerde gebruikers van het openbaar vervoer.  Geen enkele aarzeling meer.  We hoppen on.  We hoppen off.  Gemakkelijker kan het bijna niet.  Het openbaar vervoer doet Sydney kleiner lijken.  Want alles komt binnen handbereik.  Binnen stapbereik.

 

Ik was niet van plan iets te schrijven over Bondi Beach.  Toch doe ik het.  Bondi Beach was de eerste plek waar wij heen gingen in Sydney.  De zon was niet echt van de partij.  Het was grijs en fris.  Niet meteen het perfecte strandweer.  Dat deerde ons niet.  Wij zijn geen strandmensen.  Het plakkerige zand, daaraan hebben wij een hekel.  Neen, wij gingen voor een strandwandeling.  De Bondi to Coogee Coastal Walk.  Dat gingen wij doen.  Wij liepen langs de Tasmanzee, deel van de grotere Stille Oceaan.  Wij keken naar de zee.  Wij luisterden naar de zee.  Het spel met de golven, nog altijd een intrigerend schouwspel.  Een schouwspel waarvan ik nooit genoeg kan krijgen.  Wij stonden vele keren stil.  Om te kijken.  Om te zwijgen.  Om ons te laten overweldigen.  Dat alles wou ik niet schrijven.  Maar u ziet, ik doe het toch.  Alles verandert op 14 december.  De dag van de aanslag op Bondi Beach.  Ik had daar rondgelopen.  Ik had daar rondgekeken.  Het kan gek klinken maar het feit dat ik daar geweest was, maakte mij betrokken partij.  Wat wij niet kennen, houdt ons onverschillig.  Wat wij wel kennen, maakt ons betrokken.  Zo is het altijd.  Jammer genoeg.  Alles wat die dag gebeurde, maken mijn herinneringen feller.  Alsof ik met die fellere herinneringen tegengewicht wil bieden aan de wreedheid van die dag in december.  In die fellere herinneringen schijnt de zon harder.  Kleurt de lucht blauwer.  De schoonheid van de plek, die ik toen op reis zag, wordt groter.  Het contact dat ik toen had met mensen op die plek wordt intenser.  Ik weet dat mijn bedoelingen met die intensifiëring van mijn herinneringen onmogelijk lijken of zijn.  Toch doe ik het.  Toch sta ik het toe.  In een poging om de daden en gevolgen van de aanslagplegers uit te wissen.  In een poging om die plek onaangeroerd en intact te houden.  In een naïeve poging om mijn beeld van een mooie wereld overeind te houden.  Daarom schrijf ik nu ook over mijn dag aan uw strand.  Wat ik niet zou willen, is dat u mijn naïeve poging zou wegzetten als minimaliseren van wat gebeurd is.  Dat u mijn naïeve poging zou interpreteren als het vergeten van de slachtoffers.  Als het vergeten van de doden.  Dat is het geenszins niet.  Integendeel zelfs.  Ik herinner mij uw namen.  Maar in een wereld die zo snel kan schuiven en wankelen, is het misschien goed om op een of andere manier aan zelfbescherming te doen.  Om toch het idee te hebben op vaste grond te staan en niet voortdurend in drijfzand te ploeteren.

 

Maar die aanslag was er nog niet.  Ik kon nog zorgeloos en onbezwaard verder.  Ik trok naar de Hyde Park Barracks.  Gratis toegankelijk.  Dat was evenwel niet de reden waarom ik ging.  Wat mij daarheen bracht is het verhaal van de gebouwen.  Oorspronkelijk werden de barakken gebruikt als verblijf voor veroordeelden die in de kolonie moesten werken.  Later werd het dan gebruikt als immigratiecentrum.  Als rechtbank.  Als kantoor.  En nu als museum.  Waarbij het gebouw zelf als historische bron centraal staat.  Alsof het gebouw zelf zijn verhaal vertelt.  Vóór ik het museum binnenstapte, dacht ik het verhaal van de veroordeelden te zullen horen.  Toen ik binnen was, begreep ik dat het meer was.  Veel meer.  Binnen werd de complexe sociale geschiedenis van Australië verteld en getoond.  Van de veroordeelden over de immigranten tot de impact van al die ontwikkelingen op de Aboriginal gemeenschap.  Dit museum geeft de Aboriginals een stem door hun aanwezigheid vóór 1788 te erkennen, hun eigen perspectieven te laten horen en de koloniale geschiedenis kritisch te herinterpreteren.  Het museum laat expliciet zien hoe de komst van de Britten leidde tot ontheemding, geweld en uitsluiting, en hoe gebouwen als de Barracks onderdeel waren van dat systeem.  Behoorlijk indrukwekkend.  Sterk beklijvend.  Het lijkt alsof er naar een climax wordt toegewerkt.  Naar een moment waarop alles samenkomt.  Alles wat ik hoor en zie, duwt mij naar die laatste zaal.  Op schermen ontmoet ik kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen.  Zij vertellen het verhaal van hun vader.  Hun moeder.  Hun grootmoeder.  Hun grootvader.  Hun overgrootvader.  Hun overgrootmoeder.  Alle gehoorde verhalen worden plots tastbaar.  Voelbaar.  In wat zij getuigen, voel ik hoe trauma’s worden overgedragen.  Van generatie op generatie.  Tegelijk voel ik hoe dit museum voor hen een loutering brengt.  Hoe dit museum voor hen een erkenning betekent.  Ik voel hier een begin van heling.  Terwijl ik naar die schermen kijk, realiseer ik mij dat dit museum pas in 1990 deze invulling kreeg.  Ik denk aan de zaak Mabo vs. Queensland in 1992.  Ik denk aan het overheidsprogramma Closing the gap in 2008.  Allemaal laat.  Rijkelijk laat.  Maar dan herinner ik mij dat eenvoudige gezegde: beter laat dan nooit.  Ik herinner mij dat wijsheid met de jaren komt.  Die woorden werken zalvend.  Doen mij het museum buitenstappen met het besef dat hier een begin werd gemaakt.  Het begin van een volledig verhaal, waarin alle betrokken partijen een evenwaardige stem hebben.

 

In een stad gebeuren dingen.  Veel dingen zien we.  Nog meer dingen missen we.  Omdat wij op de verkeerde plaats op het verkeerde moment zijn.  Maar heel soms zijn wij de juiste man op de juiste plek op het juiste moment.  Als al die dingen samenvallen, kan een mens getuige zijn van uitzonderlijke dingen.  Dat merken we als we arriveren bij St. Andrew’s Cathedral, de oudste kathedraal van Australië.  We zien een lijkwagen.  We zien cameramensen.  We zien journalisten mensen interviewen.  We zien politieagenten.  Veel politieagenten.  We zien mensen.  Nieuwsgierige mensen.  Hier moet iets aan de hand zijn, denken wij.  Om te achterhalen wat er precies aan de hand is, stap ik op een politieagent af.  Ik vraag hem of hij mij kan of wil vertellen wie hier ten grave wordt gedragen.  Dat kan de agent.  Dat wil de agent.  John Laws, zegt hij.  Ik knik.  Alsof ik meteen weet wie hij bedoelt.  Maar de agent leest de onwetendheid in mijn ogen.  Geeft daarom enige duiding.  John Laws was een van de iconen van de Australische radio.  Hij begon als achttienjarige bij de radio en eindigde zijn carrière eenenzeventig jaar later.  Als negenentachtigjarige.  Zijn stijl was uniek.  Zijn stem was onmiddellijk herkenbaar.  Maar zoals vaak gebeurt, gaan iconen zich onaantastbaar voelen.  Zij menen boven de wet te staan.  John Laws was hierop geen uitzondering.  Eind jaren negentig was hij de spilfiguur in een groot mediaschandaal.  In de ‘cash for comment’ affaire werd hij beschuldigd grote sommen geld ontvangen te hebben van bedrijven in ruil voor positieve berichtgeving in zijn radioprogramma’s.  De affaire werd onderzocht door de Australian Broadcasting Authority waarbij werd vastgesteld dat John Laws de regels voor transparantie en eerlijkheid had overtreden.  Hij moest publiekelijk toegeven dat hij betalingen had ontvangen.  Zijn reputatie kreeg een forse knauw.  De affaire bleef aan hem kleven.  Het leek niet uitgegomd te kunnen worden.  Maar die affaire lijkt vandaag heel ver weg.  Dit zal geen gespreksonderwerp zijn.  Dit zal niet uitgesproken worden tijdens de lijkrede.  Want, zo zegt het spreekwoord, over de doden niks dan goeds.  Ga dus heen in vrede, beste John.

 

Beste Aussie.  Niet alle dingen zijn verteld.  Ik moet het nog hebben over de Blue Mountains.  Ik moet het nog hebben over Kylie Minogue.  Ik moet het nog hebben over Romeo en Julia.  Maar niet nu.  Dat zal onderwerp zijn van onze volgende brief.  Nu ga ik afsluiten.  Tot volgende week dus.  Dan heb ik nog die enkele dingen te vertellen over Sydney.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.