Mijn reisverhaal Australiƫ en Nieuw-Zeeland. Vijfde brief aan een Aussie.

Gepubliceerd op 13 januari 2026 om 07:18

Beste Aussie,

 

We zijn op weg naar Uluru.  Doorheen de outback.  In mijn hoofd slechts één liedje: Beds are burning van Midnight Oil.  Dat ene liedje vormt mijn soundtrack op onze weg doorheen de outback.  Het is mijn herinnering aan die videoclip die mij tot dat liedje brengt.  De clip werd opgenomen bij Broken Hill in New South Wales.  Dat is een heel eind weg van Uluru.  Een afstand van duizend zevenhonderd kilometer scheidt beide plekken.  Maar net als Uluru is ook Broken Hill deel van het outback landschap.  De uitgestrekte, rode vlaktes en woestijnachtige omgeving uit de videoclip zie ik ook als ik door het raam van de bus kijk.  Bijna identiek en dus zing ik in mijn hoofd die enkele woorden, die steeds maar terugkeren: How do we sleep while our beds are burning.  Met enige zin voor variatie voeg ik er nog aan toe: It belongs to them, let’s give it back.  Nochtans, toen die single uitkwam in 1987 gingen de woorden aan mij voorbij.  Mijn activistische hart stond nog in slaapmodus.  Ik was toen negentien.  Dan moest er gefeest worden.  Dan moest er gedanst worden.  Maar dingen veranderen.  Een mens wordt ouder.  Wijzer.  Dat jongetje van negentien is nu een man van zevenenvijftig.  Hier, op deze plek, dringen die woorden pas echt tot mij door.  Hier, op deze plek, krijgen diezelfde woorden meer gewicht.  Die woorden doen een beroep op mijn activistische hart, dat in deze gekke tijden overuren maakt.

 

In de bus word ik mij bewust van de uitzonderlijke kracht van die protestsong.  De woorden zijn niet lukraak gekozen in een poging een goede popsong te maken.  Elk woord werd doelbewust gekozen.  Ter versterking van een politieke eis.  De centrale boodschap in deze hit is de vraag om teruggave van de landrechten aan de Aboriginal gemeenschappen.  Bij de Britse kolonisatie van Australië verklaarde Groot-Brittannië het continent tot terra nullius.  Tot niemandsland.  Ondanks het feit dat Aboriginal volkeren er al tienduizenden jaren leefden, verklaarden de Britse kolonisatoren met dit principe dat het land geen rechtmatige eigenaars had.  Tot laat in de twintigste eeuw vormde de aanname dat Australië bij de komst van de Europeanen een leeg continent was de basis voor de soevereiniteit van de Australische staat.  Dat Aboriginals een vorm van eigendom kenden die voortvloeit uit traditionele wetten en gewoonten werd tot die tijd niet erkend.  Pas in 1992, in de zaak Mabo vs. Queensland, verwierp de hoogste rechtbank van Australië het concept terra nullius en erkende zij dat de Aboriginals zogenoemde native-title-rechten hebben.  In welke mate Beds are burning hiertoe heeft bijgedragen kan niet achterhaald worden.  Wat wel zeker is, is dat Midnight Oil een bewustzijn heeft gecreëerd rondom deze problematiek.  Het nummer bereikte veel mensen die voordien nauwelijks politiek actief waren en het politieke nieuws weinig of helemaal niet volgden.  Via dit nummer gingen zij voor de eerste keer nadenken over de vraag wie het land eigenlijk toebehoorde.

 

En dan, dat grote moment.  Het moment waarnaar wij zo hadden uitgekeken.  Wij staan bij Uluru.  Bij die rots.  Wij kunnen de rots aanraken.  Wij zien de barsten.  De holen.  De scheuren.  De poelen.  Wij kijken en laten de grootsheid geleidelijk aan tot ons doordringen.  Dat moet zachtjes aan gebeuren.  Doen wij dat niet, dan gaan wij duizelen.  De rots heeft een omtrek van 9,5 kilometer.  Heeft een hoogte van net geen driehonderd vijftig meter.  Wat wij zien, is slechts een klein deel van de totale rotsmassa.  Onder de grond zou Uluru nog twee tot zes kilometer in de aarde steken.  Dat betekent dat 85 tot 95 procent van Uluru onder de grond zit.  What you see isn’t always what you get. 

 

Stellen dat Uluru enkel een rots is, zou veel te kort door de bocht zijn.  Uluru is een heilige plek.  Om dit ten volle te kunnen begrijpen, zou ik mij moeten verdiepen in de Tjukurpa.  Ik zou mijn oor te luisteren moeten leggen bij de Anangu, de oorspronkelijke bewoners van het gebied rond Uluru en Kata Tjuta.  Ik zou moeten luisteren naar de scheppingsverhalen, waarin veel voorouderlijke wezens een rol spelen.  Deze wezens zijn vaak dierlijk, menselijk of mythologisch en hebben het landschap, de wetten en de rituelen gevormd.  Eens ik die verhalen gehoord heb, zou ik alles begrijpen.  Zou ik Uluru begrijpen.  Helaas, ik heb de tijd niet.  Ik zou kunnen zeggen dat ik later wel eens een boekenwinkel zal binnenstappen.  Om mij daar de Tjukurpa aan te schaffen.  Zoals ik ook de Bijbel zou kunnen aanschaffen.  Of de Koran.  Dat zal evenwel niet gaan.  De Tjukurpa zijn geen geschreven teksten.  Zij worden mondeling overgeleverd.  Via verhalen.  Via gezang en liederen.  Via dans.  Daarbovenop komt nog het feit dat bepaalde verhalen geheim zijn of enkel voorbehouden aan bepaalde groepen.  Ik blijf aan de kant staan.  Ik moet mij tevreden stellen met de weinige kennis dat de Tjukurpa de wereld verklaart, regels geeft voor het leven en mensen verbindt met land en voorouders. 

 

Beds are burning doet mij begrijpen waar ik sta.  De Tjukurpa doet mij het uitzonderlijke karakter van deze plek begrijpen.  Ik kijk om mij heen en besef: dit is een magische plek.  Dit zou een vaststelling kunnen zijn.  Toch is het meer.  Het is een gevoel.  Een intens gevoel.  Het lijkt wel alsof ik de aanwezige geesten voel.  Alsof ik in gesprek ga met mythische wezens.  Deze plek geeft mij rillingen.  Niet van angst.  Wel van verbondenheid.

 

We zetten een stap terug.  We nemen afstand.  Om Uluru in zijn geheel te kunnen overschouwen.  Dat zullen wij twee keer doen.  Bij zonsondergang.  Bij zonsopgang.  Op een afgesproken plaats.  Bij zonsondergang met champagne en hapjes.  Bij zonsopgang met koffie en koekjes.  Terwijl wij aan de rots nog helemaal alleen waren, staan wij bij zonsondergang en zonsopgang in een lange rij naast elkaar.  Bussen werpen hun ladingen uit.  De ene na de andere.  Een massa.  Elk met hetzelfde doel: getuige zijn van het kleurenspel dat de zon met Uluru speelt.  Weg is de magie, die ik eerder voelde.  Op deze plek vervellen wij opnieuw tot toeristen.  Want dat is wat wij zijn: toeristen.  Dat besef maakt mij evenwel niet blind.  De magie is dan wel weg maar de schoonheid blijft.  Die schoonheid is wat ik mij zal herinneren.  Dat ene moment van magie zal ik mij herinneren.  De vele bussen zal ik snel vergeten.  De vele toeristen zullen vervagen.  Enkel Uluru zal in mijn hoofd blijven.

 

De volgende dag, zoals ik al schreef, passeren wij bij zonsopgang nog één keer bij Uluru.  Opnieuw aanschouwen wij het wonderlijke, veranderlijke kleurenpalet.  Het lijkt alsof Uluru in de vroege ochtend zijn donkere nachtjapon uitschudt en een warm, feestelijk ochtendjurkje aantrekt.  Alsof Uluru lijkt te beseffen wat er staat te gebeuren.  Net als wij.  Wij kijken en beseffen: hier komen we nooit meer terug.  De afstand is te groot.  Wij moeten dus bewust afscheid nemen.  We moeten vaarwel zeggen.  Tot ziens zou een leugen zijn.  We nemen nog maar eens honderden foto’s.  In de illusie dat we de rots op die manier bij ons houden.  Dat is misschien wel zo.  Elke foto is een bouwsteen om de rots in ons hoofd op te bouwen.  Om dan te herinneren zoals die was.  Zoals die werkelijk was.

 

Uluru laten wij achter ons.  Wij rijden door naar Kata Tjuta.  Een formatie van 36 koepelvormige rotsen, waarvan de hoogste 1.066 meter hoog is.  Zonder het te beseffen blijven wij verbonden met Uluru.  Uit geologisch onderzoek is immers gebleken dat Kata Tjuta deel uitmaakt van een enorme ondergrondse rotsformatie, die ook Uluru omvat.  Heel eventjes denk ik dat Marco Borsato dan toch gelijk heeft.  Dat afscheid nemen niet bestaat.  Maar snel zal ik mogen ervaren dat de Nederlandse zanger dwaalt.  Afscheid nemen bestaat wel degelijk.  Vandaag laten wij het Uluru – Kata Tjuta National Park achter ons.  Vandaag vliegen wij naar Sydney.  Wij kunnen de outback niet zomaar achter ons laten.  Nog vlug een wandeling.  Omdat afscheid op een mooie manier moet gebeuren.  Daarvoor kiezen wij de Walpa Gorge Walk.  Een korte, schilderachtige wandeling zal ons door een smalle kloof voeren.  Tussen twee van de grote Kata Tjuta koepels.

 

Dit was het dan, denken wij.  Dat blijkt evenwel niet zo te zijn.  Nog even halt houden bij Kata Tjuta Dune Viewing Point.  Om een laatste blik te werken op Uluru.  Op Kata Tjuta.  Maar dan is het voorbij.  Dan is het definitief voorbij.  Wij rijden verder naar Ayers Rock Airport.  Sydney wacht op ons.

 

Wat Sydney zal brengen, laat ik nog even in het midden.  Dat is voer voor een volgende brief.  Als u, beste Aussie, nog honger hebt tenminste. 

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Everhard
een dag geleden

Mooi en exact weergegeven, dank voor je inzet