Uitgelezen: Noord oost zuid west. Brief aan Jerry Brotton.

Gepubliceerd op 15 januari 2026 om 11:06

Beste Jerry,

 

Onlangs was ik in Australië.  Op een schitterende vakantie.  Ik zag ongelooflijk veel mooi.  Het culturele Melbourne.  Het ontspannen Adelaide.  Het iconische Sydney.  Toch was het de outback die de meeste indruk op mij maakte.  De uitgestrektheid, de leegte, het gevoel van ruimte.  Alles eraan werkte overweldigend en tegelijk bijna sereen.  Juist daar, midden in dat onmetelijke landschap, had ik een droom.  Of beter gezegd een nachtmerrie.  Ik werd ergens in de Australische outback gedropt en kreeg de opdracht mijn weg terug te vinden.  Zelfs met een kompas in mijn hand wist ik zeker dat het niet zou lukken.  Noord, oost, zuid en west boden geen houvast.  En als ik al zou verdwalen mét kompas, hoe zou ik dan ooit mijn weg vinden zonder?

 

Vanuit die angstige gedachte begon ik aan uw boek, Noord Oost Zuid West.  Uw boek voelde al snel als een intellectuele verdieping van diezelfde onzekerheid.  U laat overtuigend zien dat windrichtingen geen universele, neutrale hulpmiddelen zijn, maar ideeën die door de geschiedenis heen zijn gevormd.  Door macht, cultuur en wereldbeelden.  Wat voor mij vooral bleef hangen, is dat oriëntatie niet alleen gaat over weten waar het noorden is, maar ook over wie bepaalt wat “het centrum” is en wat de rand.

 

Ik raakte steeds meer gefascineerd door de manier waarop u de windrichtingen koppelt aan grote verhalen.  Het Westen als vermeende bakermat van beschaving.  Het Oosten als mysterie of bedreiging.  Het Zuiden als achtergesteld.  Het Noorden als richting van orde en vooruitgang.  U ontleedt die ideeën zorgvuldig en laat zien hoe arbitrair en historisch gekleurd ze zijn.  Als lezer werd ik me pijnlijk bewust van hoe vaak ik zelf in die schema’s denk.  Zonder ze ooit echt ter discussie te stellen.  Uw betoog is soms complex en vraagt concentratie.  Maar net daardoor voelt het serieus en uitdagend.

 

Aan het einde van uw boek had ik het gevoel dat ik veel geleerd had.  Ik kijk anders naar kaarten.  Naar politieke termen.  Naar mijn eigen vanzelfsprekende gevoel voor richting in de wereld.  Toch bracht dat me terug naar mijn oorspronkelijke nachtmerrie.  Met alle kennis die u me heeft gegeven over noord, oost, zuid en west, weet ik één ding zeker: als ik echt in de Australische outback zou worden achtergelaten, zou ik nog steeds verdwalen.  Misschien iets bewuster, met meer historische nuance – maar net zo hopeloos.

 

Beste Jerry.  Graag wil ik mij verontschuldigen voor deze misschien te korte brief.  Ik zou nog uitgebreid kunnen schrijven over de vele verhalen in uw boek.  Over geschiedenis.  Cartografie.  Religie.  Filosofie.  (Geo)Politiek.  Maar het nut daarvan zie ik niet echt in.  U bent de schrijver.  U kent dit alles.  U hebt het immers allemaal zelf neergeschreven.  Ik wil u dus niet lastig vallen met een eindeloze herhaling.  Het is aan de lezer om die boeiende verhalen te ontdekken.  Precies zoals ik dat heb gedaan.  Die lezer zal bovendien, net als ik, in de ban geraken van uw erudiete kennis en van de manier waarop u alles vertelt.  Dat alles zou de lezer niet mogen verbazen.  U bent expert op het gebied van de geschiedenis van de cartografie.  Toch, vertellen, het is een gave.  Het is een kunst.  Die gave hebt u.  Die kunst hebt u onder de knie.  Daarvan is dit boek overtuigend bewijs.  Uw boek was een uitdaging, maar aan het einde klapte ik uw boek dicht in de overtuiging dat ik toch weer een beetje wijzer ben geworden.  Daarvoor wil ik u danken.  Van ganser harte.  Dank dus.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.