Beste Bert,
Ik had uw nieuwste boek, Paris. Dat boek ging ik lezen. Ik moet u zeggen, ik maakte een vreugdedansje. Omdat ik opnieuw op pad mocht met Abel Sikkink. In het eerste boek, Phoenix, maak ik met Abel de noodlottige overtocht naar Amerika. In het volgende boek, Kalle, breng ik samen met Kalle verslag uit over de Amerikaanse burgeroorlog. Die burgeroorlog kwam hard binnen bij Abel. Hij was somber, verkeerde in een duistere stemming. Zijn ervaringen op het slagveld waren hier niet vreemd aan. Net zoals de vraag waar al dat bloedvergieten toe had gediend en wat de zin was geweest van alle verhalen die hij erover geschreven had. Dat alles beroerde mij. Ik vreesde hem te verliezen. Ik vreesde dat hij onomkeerbare dingen zou doen. Dat zou ik ten zeerste betreuren. Omdat Abel en ik na de avonturen uit de twee vorige boeken vrienden geworden waren. Ik weet het, vriend worden met een fictief personage? Het klinkt gek. Toch voelde het zo.
Daarom was ik blij in het derde boek te lezen dat hij zich geleidelijk herstelde. Hij focuste zich opnieuw op de zoektocht naar zijn jongere broer. Tegelijk begint hij opnieuw zijn dagboek. Dat had hij een hele tijd nagelaten. Nu begint hij dus opnieuw te vertellen. Mijn eerdere vrees verdwijnt. Vreugde om zijn herstel komt in de plaats. Maar toch kent die vreugde een schaduwkant. Zoals ik al schreef, begin ik aan het derde deel van een trilogie. Dat betekent dat ik aan het einde van het boek afscheid zal moeten nemen van Abel. Na Paris zullen onze wegen definitief scheiden. Ik zal niet weten hoe het hem verder zal vergaan. Dat besef komt hard binnen. Maar u schenkt mij driehonderd eenenzeventig pagina’s om dat afscheid voor te bereiden. Om dat afscheid lichter te maken.
In het derde en laatste deel van De memoires van Abel Sikkink mag ik Abel vergezellen naar Parijs waar hij het correspondent wordt voor de New York Herald. Dat was niet het eigenlijke plan. Oorspronkelijk zou hij op excursie gaan. Naar Gibraltar. Naar Tanger. Al snel merkt Abel dat het leven op een cruise niks voor hem is. Hij is geen toerist, hij is een journalist. Daarom stapt hij in Marseille de trein op en vertrekt hij naar Parijs. Samen met zijn vrouw. In die wereldstad kan hij verder bouwen aan zijn journalistieke carrière.
Vóór ik begon aan Paris, had ik geluisterd naar de podcast Op de barricade. Een podcast die vertelt over de dynamiek van een revolutie. Over hoe een revolutie ontstaat. Over welke prijs een mens betaalt als hij of zij in opstand komt. Om dat alles duidelijk te maken brengt de podcastmaker Dide Vonk het verhaal van de Parijse Commune. Laat dat net de periode zijn waarin Abel in Parijs arriveert. Ik had dus enige voorkennis. De namen die u noemt zijn mij niet onbekend. De wereld van revolutionairen waarin Abel zich beweegt, is mij bekend. Dat maakt het lezen nog fijner. Nog aangenamer. Ik hoef het lezen niet te onderbreken om dingen te gaan opzoeken. Dat alles moet ik niet doen. Ik hoef Abel niet achter te laten om dan later opnieuw aan te sluiten. Ik kan bij hem blijven. Zonder onderbreking. Heerlijk.
Samen met Abel volg ik het verloop van de Frans-Duitse oorlog. Samen met Abel zie ik de duistere kanten van Parijs, die als aandrijving fungeren voor de revolutie. Samen met Abel zie ik armoede, honger en ellende omslaan in haat en wraaklust. Samen met Abel volg ik de omverwerping van een droom. Een droom die slechts heel even mocht bestaan. Een toonbeeld van menselijkheid gaat ten onder in een orgie van geweld. In een strijd tussen de bezittende en de bezitloze klasse
Terwijl in de eerste twee boeken Abel het hoofdpersonage is van zijn eigen verhaal, verandert dat in het derde boek. Hij treedt op de achtergrond. Hij duwt Parijs naar voor. De hoofdstad van Frankrijk wordt de hoofdrolspeler. Abel wordt de chroniqueur van een stad. Die stad in de hoofdrol te zien, maakt mij blij. Ik moet bekennen, binnen Europa is dit mijn favoriete stad. Ik kon voor Londen kiezen. Ik kon voor Rome kiezen. Ik kon voor Wenen kiezen. Maar dat deed ik niet. Ik koos voor Parijs. In die stad te mogen rondzwerven met Abel is heerlijk fantastisch. Met veel plezier wandel ik door de straten van Parijs. Ik kijk om mij heen. Ik herken plekken.
Ik ken de stad. Ik ken de geschiedenis. Ik voel mij dus vertrouwd met het boek. Maar dat maakt een boek nog niet tot een goed boek Dat maakt een boek nog niet tot een heel goed boek. Daartoe hebben wij ook een overtuigend verhaal nodig. Een verhaal dat op een meeslepende wijze wordt gebracht. De lezer moet zich verliezen in het boek. De lezer moet de drang voelen te blijven doorlezen. Dat alles heb ik ervaren. Ik heb genoten van uw verhaal. IK heb genoten van de wijze waarop u het verhaal brengt. Die wijze kan ik omschrijven als hoogstaand. Dat kan enkel als u een geboren verteller bent. Dat kan enkel als u een literair vakman bent. Dat alles bent u. Dus, jawel, Paris is een heel goed boek. Een wonderlijk mooi boek.
Bij de laatste pagina’s gaan mijn ogen tranen. Het afscheid van Abel komt dichterbij. Het is voorbij. Het is gedaan. Het wordt vaarwel. Geen tot ziens. Maar dan bewijst u waarom een boek tot de allerlaatste pagina moet gelezen worden. Waarom ook het dankwoord van een boek gelezen moet worden. Want daarin schrijft u dat een trilogie toch meer dan drie delen kan zijn. Eén en één en één hoeft niet altijd drie te zijn. Soms kan het vier zijn. Soms mag het vier zijn. Het leven van Abel Sikkink is te boeiend om het bij drie delen te laten. Misschien vraagt het leven van Abel Sikkink om een vierde deel. Misschien wordt de trilogie een tetralogie. Een vierde deel waarin Abel op zoek gaat naar zijn broer. Ik hoop het. Ik hoop het zo. Het definitieve afscheid duw ik nog even van mij af.
Beste Bert. Alweer schonk u mij een prachtig boek. Een prachtig boek waarin ik mocht ervaren wat leesplezier werkelijk betekent. Maar dat is niet alles. Uw verhaal nodigt de lezer uit na te denken over oorlog. Over wapenindustrie. Over revolutie. Over journalistiek. Over eerlijkheid vs. objectiviteit. U deed mij verhuizen naar het Parijs van de tweede helft van de negentiende eeuw. Vanuit die tijd deed u mij kijken naar onze huidige tijd. Uw boek had mij in zijn greep. Uw boek hield mij in een houdgreep waaruit ik mij nauwelijks kon bevrijden. Maar dat hoefde niet. Dat hoefde helemaal niet. Want in dat boek had ik een fijne tijd. Een meer dan fijne tijd. Daarvoor wil ik u danken. Van ganser harte. Dank dus. Dank. Dank. Dank.
Met vriendelijke groeten.
Reactie plaatsen
Reacties