Uitgelezen: De mannen die we oogstten. Brief aan Jesmyn Ward.

Gepubliceerd op 16 maart 2022 om 13:21

Beste Jesmyn,

 

Een mokerslag.  Nooit eerder had ik bij het dichtklappen van een boek zo luid gevloekt.  Om heel eerlijk te zijn, ik had nog nooit gevloekt bij het dichtklappen van een boek.  Maar nu wel.  Nu deed ik het.  Luidop.  Kwaad.  Godverdomme, dat is wat ik zei.  Want eindelijk zag ik het.  Eindelijk begreep ik het.  Vanuit mijn bevoorrechte en (ik beken) luxueuze positie was ik ziende blind geweest.  U opende mijn ogen.  Met uw boek.  Met uw aanklacht.  Met uw getuigenis.

 

Tijdens het lezen wordt u mijn gids.  Samen met u keren we terug naar DeLisle, Mississippi.  Samen met u keren we terug naar uw jeugdjaren.  U laat mij kennismaken met uw broer.  Met uw zussen.  Met uw neefje.  U laat mij kennismaken met uw gemeenschap.  De zwarte gemeenschap.  Al te lang hebt u gezwegen.  Wat u meemaakte, had u monddood gemaakt.  Die stilte was het geluid van uw verdrongen woede.  Van uw opgekropte verdriet.  Maar zwijgen kan niet eeuwig.  Soms moet een mens rechtop staan en het woord nemen.  Het woord eisen.  Dat doet u.  U beseft meteen dat het vertellen van dit verhaal het moeilijkste is wat u ooit hebt gedaan.  Via dit verhaal geeft u een stem aan uw omgekomen broer.  Aan die andere omgekomen jonge mannen.  Aan uw familie.  Aan uw gemeenschap.

 

U hoopt te begrijpen waarom die epidemie van doden heeft plaatsgevonden en hoe het kan dat het verleden van racisme, economische ongelijkheid en gebrek aan publieke en persoonlijke verantwoordelijkheid in de gemeenschap is gaan etteren en verzuren en circuleren.  Al snel wordt duidelijk dat uw familiegeschiedenis bezaaid is met de lichamen van mannen.  U zelf zag in uw onmiddellijke vriendenkring vijf mannen verdwijnen.  Binnen een periode van vier jaar zag u hoe vijf mannen plots stierven.  Van de ene op de andere dag.  Dat is veel.  Behoorlijk veel.  U schrijft dat die mannen soms nog als geesten verschijnen.  Het verdriet van de vrouwen die ze hebben achtergelaten trekt ze weg uit het hiernamaals.  Met dit boek roept u geen geesten op.  Voor heel even schenkt u het leven terug aan die vijf mannen.  Voor heel even mogen ze opnieuw in het leven staan.  Bij u.  Rond u.  Met u.  Om dan weer afscheid te nemen.

 

U schrijft over een plek waar hoop en vooruitzicht even vluchtig waren als ochtendmist.  U was blind voor de wanhoop die de kiem vormde van jullie drugsgebruik.  Jullie dronken en rookten omdat die jullie in de waan lieten dat jullie gespaard zouden worden.  Om het leven te voelen.  U dronk en rookte om de confrontatie niet te hoeven aangaan.  In het nauw gedreven door de geschiedenis en armoede en racisme gingen jullie vanbinnen allemaal dood.  U wordt geconfronteerd met de harde realiteit.  Mensen die jong en zwart waren gingen altijd dood.  Dat is wat u zag als u rondkeek.  Als u om u heen keek.

 

U laat zien wat het betekent als vrouw op te groeien in uw gemeenschap.  Als man op te groeien in uw gemeenschap.  Want er is een verschil.  Meisjes ontdekken wat het betekent vrouw te zijn.  Zwoegen, streng, een hoofd vol zorgen.  Jongens ontdekken wat het betekent man te zijn.  Boos, vurig verlangend naar een ander leven, rancuneus.  Die ontdekking heeft zo zijn gevolgen.  De mannen laten het hangen.  De vrouwen moeten werken.  Om alles in stand te houden.  Om alles overeind te houden.  Vrouwen moeten hard werken om slechts de eindjes aan elkaar te knopen.  Waar het eigenlijk op neerkomt is dat de mannen in dromen leven en de vrouwen in de realiteit.  Dat illustreert u.  Klaar en duidelijk.  Met voorbeelden uit uw persoonlijke leven.  Met voorbeelden uit het leven daarbuiten.

 

De zwarte gemeenschap lijdt aan een chronisch gebrek aan vertrouwen.  Een wantrouwen tegenover de maatschappij.  Tegenover een cultuur die jullie in een hoek drijft en jullie eeuwig inprent dat jullie minder zijn.  Maar dat is nog niet alles.  Jullie staan ook wantrouwig jegens elkaar.  In uw boek schrijft u het.  U bent lid van een gemeenschap waarin vertrouwen schaars is.  Tussen kinderen en vaders.  Tussen geliefden.  Aan het eind van uw boek haalt u enkele cijfers aan.  Die cijfers tonen ondermeer aan dat armoede, gebrek aan onderwijs en ontoereikende sociale steun tot evenveel doden leiden als hartaanvallen, beroertes en longkanker.  Al die dingen zijn een voedingsbodem voor wanhoop en zelfhaat.  U zelf bent daarop geen uitzondering.  U lijdt onder het vertrek van uw vader.  U gaat twijfelen.  U gaat u zelf beschouwen als iets wat men achterliet.  Van nul en generlei waarde.  U schrijft hoe die zelfhaat zich ook bij u ontwikkelt. 

 

U schrijft over racisme.  In al zijn vormen.  U wordt geconfronteerd met een schaamteloos, openlijk, individueel racisme dat puur te wijten was/is aan het feit dat u in het Amerikaanse Zuiden op school zat met kinderen die wit, rijk en bevoorrecht waren.  Uw broer wordt geconfronteerd met institutioneel racisme.  In het onderwijs.  Tegenover de politie.  In het zoeken naar werk.  Uw broer zou bij het opgroeien tot een zwarte man in het Zuiden moeten vechten op manieren die u bespaard zouden blijven.

 

Het kan misschien vreemd lijken maar bij het lezen van uw boek viel mij dat ene detail op.  Dat ene kleine detail.  Waarin u heel consequent was.  Ik merkte hoe u ‘zwart” steeds met een hoofdletter schreef.  Dus niet zwart, maar wel Zwart.  In die hoofdletter meen ik fierheid te lezen.  Meen ik respect te lezen.  In die hoofdletter zie ik een manier om uw plaats op te eisen.  In die hoofdletter zie ik u zelf weerspiegeld.  Uw broer.  Uw moeder.  Uw vader.  Uw zussen.  Uw gemeenschap.  In die hoofdletter hoor ik een schreeuw.  Een schreeuw die iedereen moet wakker schudden.  Uw gemeenschap.  Uw overheid.  In die hoofdletter hoor ik een schreeuw.  Een schreeuw om verandering.  Maar tegelijk zie ik in die hoofdletter een liefde.  Een liefde voor uw familie.  Voor uw dorp.  Voor uw gemeenschap.  Die hoofdletter klinkt luid en tegelijk voelt die hoofdletter warm.

 

In het begin van mijn brief schreef ik het reeds.  U opende mijn ogen.  Black Lives Matter.  Niks kon duidelijker het bestaansrecht van deze beweging aantonen.  Slechts heel kort heb ik in uw gemeenschap mogen vertoeven.  Via uw boek.  Vanop afstand.  Ik begrijp de woede.  Ik begrijp de frustratie.  Ik begrijp de rellen.  Eindelijk.  U hebt mijn politieke bewustzijn nog aangescherpt.  Puntiger gemaakt. 

 

Beste Jesmyn.  Ik wil u danken voor uw boek.  Uw boek dat ik moest lezen.  Dat iedereen moet lezen.  Ik heb gevloekt.  Ik heb gehuild.  Ik heb mijn ogen ten hemel geslagen.  Ik heb met mijn vuist op tafel geslagen.  Ik heb tegen mijzelf gesproken.  Gezegd hoe het toch mogelijk is.  Hoe het toch in godsnaam mogelijk is.  Uw boek was een hard ontwaken.  Uw boek was een wake-upcall.  Daarvoor wil ik u danken.  Uitgebreid en van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.