Uitgelezen: Een onschuldige moord. Brief aan Chris De Bruyn.

Gepubliceerd op 9 februari 2022 om 13:14

Beste Chris,

 

Ik ga op reis en ik neem mee … een groene metalen koffer met daarop in witte letters geschreven ‘Missiehuis van Scheut’.  U kijkt vreemd op maar zo was het.  In die koffer zaten alle boeken, die wij meenamen op reis.  De boeken voor vader en moeder.  De boeken voor één zus en twee broers.  En uiteraard mijn boeken.  Een karrevracht aan boeken.  Iedereen mocht kiezen maar toch was er steeds weer die ene constante.  Agatha Christie.  Die kon en mocht niet ontbreken.  Dit was onze favoriete vakantielectuur.  Hercule Poirot en Miss Marple waren misschien wel onze trouwste reisgezellen.  Op reis verdiepten wij ons in de zaken die Agatha Christie ons voor de voeten wierp.  Wij lazen niet enkel.  Wij gingen op onderzoek.  Wij werden de assistenten van Poirot en Marple.  In de hoop de donkere geheimen te ontrafelen.  Daarin slaagden wij nooit.  Telkens moesten we wachten tot Poirot of Marple met de ontknoping kwam.  Met de oplossing.  Wat wij niet zagen, zagen zij.  Wat wij niet hoorden, hoorden zij.  Zij bleken oog te hebben voor dat ene detail.  Dat ene detail dat leidde naar de ontmaskering.  Naar de opheldering.  Ik zei het al, ons is het nooit gelukt.  Maar die zoektocht was deel van het lezen.  Die zoektocht maakte het lezen tot een feest.  Agatha was onze held.  Agatha mocht daarom nooit ontbreken in die groene metalen koffer.

 

Heel waarschijnlijk zal u zich afvragen waarom ik in deze brief vol lof schrijf over Agatha Christie.  Terwijl die brief eigenlijk aan u is gericht.  Ik kan hierover kort zijn.  Bij het lezen van uw debuutroman moest ik denken aan Agatha Christie.  Omdat ik eenzelfde plezier ervaarde.  Omdat ik ook in uw boek op onderzoek ging.  Omdat u mij wist te verleiden om niet in mijn zetel te blijven zitten.  U dwong mij naar Little Wycombe te gaan.  Een klein dorpje aan de rand van Londen.  Om daar zelf het mysterie op te lossen.  Uw boek flitste mij terug naar mijn heerlijke vakanties.  Mijn heerlijke vakanties waar wij wandelden en lazen.  Net als in die vakanties vervelde ik ook nu tot speurneus. 

 

U maakte het mij nochtans niet moeilijk.  Al op de eerste bladzijde las ik wie de moordenaar was.  Thomas Lassiter.  Dat is de moordenaar.  Alleen kan die moordenaar zich niks herinneren.  Alleen blijkt die moordenaar een alibi te hebben.  Bovendien wordt een andere aangeklaagd voor de moord.  Een andere wordt opgepakt.  Dat maakt alles nogal moeilijk.  Nogal gecompliceerd.  In die mate dat de eigenlijke moordenaar beslist een eigen onderzoek te starten.  Om zo alles te ontrafelen.  Om zo het eigenlijke verhaal te reconstrueren en te zien welke rol hij zelf in dat verhaal heeft gespeeld.

 

Om een antwoord te vinden op de eigenlijke schuldvraag moet hij diep gaan.  Hij moet zich verdiepen in de inwoners van dat kleine dorpje.  Hij moet hun geheimen trachten te achterhalen.  Daarvoor moet hij in het verleden graven.  Want in dat verleden liggen vaak de antwoorden.  Beetje bij beetje maakt dat verleden duidelijk dat niet iedereen is wie hij of zij blijkt te zijn.  Stilletjes aan worden alle puzzelstukjes gevonden en wordt de puzzel gelegd.  Maar het leggen van de puzzel is niet voldoende.  De nodige bewijzen moeten gevonden worden.  De nodige bewijzen die kunnen overtuigen.  In die zoektocht naar bewijzen zijn het opnieuw de details die het verschil maken.  De details waar ik ook nu opnieuw aan voorbijga.  Mijn jarenlange verslaving aan Agatha Christie heeft mij niet de nodige expertise bijgebracht in het ontcijferen van moordcomplotten.  Ik blijf een leek die telkens faalt.  Maar dat deert mij niet.  Met plezier schuif ik mee aan tafel als Thomas Lassiter aan het eind van uw boek het geheim ontrafelt.  Als hij alles nauwgezet uit de doeken doet.  Zodat mij eindelijk duidelijk wordt hoe de vork in de steel zit.

 

U had het verhaal kunnen beperken tot Little Wycombe.  Maar dat doet u niet.  U neemt mij mee naar Londen.  Naar de broer van Thomas Lassiter.  De eigenaar van een nachtclub.  Want ook die heeft een aandeel in het verhaal.  Ook die speelt zijn rol.  U neemt mij niet enkel mee naar Londen.  U voert mij ook terug naar het slagveld van de Eerste Wereldoorlog.  Want Thomas Lassiter was soldaat.  Hij vocht in die oorlog.  Uit die oorlog komt hij gebroken terug.  Een opname in een psychiatrische inrichting werd noodzakelijk geacht.  Al die dingen hebben hun gevolgen.  Hebben hun complicaties.  Al die dingen maken de zaken nog complexer.  Nog ingewikkelder. 

 

Waar u bijzonder goed in slaagt, is de juiste sfeer te scheppen.  Ik voel mij echt teruggeflitst naar die jaren net na de Eerste Wereldoorlog.  Alles lijkt te kloppen.  De dingen die u beschrijft.  De steden en de dorpen die u beschrijft.  De mensen en de gewoontes die u beschrijft.  De tijdsgeest die u beschrijft.  Het werkt.  Perfect.  Ik wandel doorheen die tijd.  Niet geforceerd.  Wel natuurlijk.  Daaraan hebt u alle verdienste.  Wat u schrijft, zie ik werkelijk voor mij gebeuren.  Het ontrolt zich terwijl ik de woorden lees.  Uw boek wordt als het ware een film.  Thomas Lassiter.  William Lynsey.  James Lawrence.  Elisabeth Tressilian.  Lauren en Meredith Fleming.  U schudt ze wakker.  Uw woorden maken hen wakker.  Uw woorden toveren hen voor mijn ogen.  Levendig en wel.  Gezond en wel.  Ik kijk naar hen.  Ik geloof hen.  Ik geloof u.

 

In uw boek laat u iemand zeggen dat een auteur de lezer bladzijde voor bladzijde moet vragen om een investering.  Ik vermoed dat Thomas Lassiter die woorden spreekt.  Want hij is schrijver.  Beter gezegd, ex-schrijver.  Wanneer ik die woorden toepas op u, moet ik bekennen dat ik met plezier investeer.  Met plezier investeer ik tijd in uw boek.  Want u biedt mij verstrooiing.  U biedt mij afleiding.  U biedt mij plezier.  Met gerust gemoed kan ik zeggen dat een investering mij nooit eerder een zo grote opbrengst garandeerde.

 

Beste Chris.  Ik wil u danken.  Dat u mij heel even deed terugdenken aan die groene metalen koffer.  Een koffer die synoniem staat voor vele en warme herinneringen.  Tegelijk wil ik u danken voor uw boek.  Uiteraard.  Want uw boek schonk mij oneindig veel leesplezier.  Dat plezier is hetgeen waarnaar een lezer steeds weer op zoek gaat.  Bij u mocht ik dat plezier ontdekken.  Daarvoor wil ik u dus danken.  Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.