Uitgelezen: Het zwarte koninkrijk. Brief aan Szczepan Twardoch.

Gepubliceerd op 12 januari 2022 om 13:15

Beste Szczepan,

 

Het zwarte koninkrijk.  Vóór het lezen van uw boek meende ik in de titel een neiging tot overdrijven te lezen.  Zwart? Dat klonk toch al te pessimistisch.  Na het lezen van uw boek kan ik enkel tot de slotsom komen dat de titel slechts een understatement is.  Want u voert mij naar de hel.  Voilà, als inleiding kunnen deze woorden tellen.  Maar het is zo.  Ook ik hoed mij in deze voor overdrijving.  Want indien er nog een wreder woord zou bestaan voor de hel, zou ik voor dat alternatief kiezen.  Dat nog wredere alternatief zou een perfecte samenvatting zijn van de setting, waarin u uw verhaal situeert.

 

U voert mij terug naar Warschau.  Naar het getto van Warschau.  Net na de opstand in het getto.  Die opstand werd neergeslagen.  Met bruut geweld.  Het getto werd met de grond gelijkmaakt.  De overlevenden werden naar de vernietigingskampen afgevoerd.  Toch wisten enkele Poolse joden te overleven.  In de ruïnes.  In ingestorte huizen verschuilden zij zich.  In verborgen bunkers wachtten zij het einde van de oorlog af.

 

Eén van de overlevenden is het gezin Shapiro.  Vader.  Moeder.  Twee zoons.  De vader was ooit koning van de onderwereld.  Maar dat was voor de oorlog.  Zijn koninkrijk ligt aan flarden.  Kapotgebombardeerd.  Zijn titel werd hem ontnomen.  De vroegere bokskampioen en koning van de onderwereld wordt door de historische omstandigheden knock-out geslagen.  Hij zal nooit meer rechtop komen.  Hij blijft tegen de grond liggen.  Wat rest is een bijna-dode.  Hij beweegt nog nauwelijks.  Spreken doet hij niet meer.  Hij ligt.  In zijn schuilplaats.  Totaal onverschillig.

 

U laat de vader niet aan het woord.  Hij zal het verhaal van de familie niet vertellen.  Dat doen anderen.  Ryfka, zijn oude geliefde.  Dawid, zijn zoon.  Beiden vertellen het verhaal.  Zij vertellen niet enkel het verhaal van hun overlevingsstrijd.  Zij keren terug naar het verleden.  In die terugkeer worden beschadigde mensen gereconstrueerd.  Zij worden teruggeplaatst in hun wereld van toen.  Een wereld van weelde.  Een wereld van voor de oorlog.

 

De Duitsers vallen Polen binnen.  De werkelijkheid wordt zo lang mogelijk buiten de deuren gehouden.  De zonen worden afgeschermd.  Van de wreedheid.  Tot die werkelijkheid dan toch binnendringt.  Tot zij beseffen dat jood zijn van wezenlijke betekenis kan zijn voor hun leven.  Dat het over hun leven kan beslissen.  Abrupt komt een einde aan de kindertijd van de beide zonen.  In het joodse getto worden zij gedwongen volwassen te zijn. 

 

Terwijl de zonen plotsklaps vervellen tot jongvolwassenen sterft de vader.  Niet letterlijk.  Enkel figuurlijk.  Hij kan de onmacht niet verdragen.  Niet langer kan hij bevelen.  Plots staat hij aan de kant van degenen die bevelen moeten ondergaan.  Zijn kracht en zijn macht zijn weg.  Werden hem ontnomen.  Het gezin spat uiteen.  Moeder en de kinderen verlaten de vader.  Vader blijft achter.  Alleen.

 

Moeder en beide zonen worden opgepakt.  Worden naar de Umschlagplatz gebracht.  Op de trein gezet.  Naar Treblinka.  Op weg naar het vernietigingskamp weet Dawid te ontsnappen.  Hij keert terug naar Warschau.  Met in zijn hoofd slechts één gedachte.  Wraak.  Wraak op zijn vader.  Want hij heeft hen in de steek gelaten.  Hij had hen uit de rij kunnen halen.  Hij had hen kunnen behoeden voor deportatie.  Via zijn connecties.  Connecties, die in die begindagen nog iets betekenden.  Maar vader verzaakte.  Vader liet het afweten.

 

Ryfka en Dawid getuigen.  Wij volgen hen op hun nachtelijke strooptochten.  Doorheen de bouwvallen.  Doorheen de ruïnes.  Wij volgen hen op hun zoektocht naar etensresten.  Achtergelaten door vertrokken bewoners.  Beiden leren zich de nodige technieken aan om te overleven.  Dat doen zij snel.  De moeilijke omstandigheden dwingen hen ertoe.  Zachtjes aan aanpassen behoort niet tot de opties.  Heel snel weten zij diverse situaties juist in te schatten.  Dat blijkt nodig te zijn.  Een juist inschattingsvermogen verhoogt de kans op overleven.  In die strijd om te overleven kunnen zij tegelijk proberen om dat beetje mens in zich levend te houden.  Kunnen zij proberen om toch mens te blijven.  Want ook dat is nodig om te overleven.

 

Vele malen schud ik bij het lezen mijn hoofd.  Uit ongeloof.  Uit ongeloof dat mensen elkaar dergelijke wreedheden kunnen aandoen.  Ik was nochtans voorbereid.  Ik ken de geschiedenis.  Ik weet wat er is gebeurd.  In Polen.  Met de joden.  Maar toch komt het verhaal hard binnen.  Want nergens brandt er ook maar één lichtje van hoop.  U hebt alle lichten uitgedraaid.  Zwart is de kleur.  Alle andere kleuren hebt u uitgewist.  Of neen, alle andere kleuren werden uitgewist.  Door de wrede omstandigheden.  Die wrede omstandigheden worden niet omfloerst.  Zij worden de lezer vol in het gezicht gesmeten.  Die lezer moet incasseren.  Die lezer moet zich vermannen.  Door het boek even aan de kant te leggen.  Door die tranen toch even de vrije loop te laten.  Want ik heb niet enkel het hoofd geschud.  Net zozeer heb ik gehuild.  Bij enkele passages in het boek.  Jawel, uw boek is hard.

 

Beste Szczepan.  U was mij onbekend.  Nooit eerder had ik van u gehoord.  Dat is nu anders.  Ik heb u leren kennen als een grootmeester.  Een grootmeester in het vertellen van verhalen.  Van hartverscheurende verhalen.  Van huiveringwekkende verhalen.  In dat zwarte koninkrijk kan geen sprake zijn van schoonheid.  Schoonheid kan op die plek niet groeien.  Ondanks die afwezigheid durf ik uw boek toch een aanrader te noemen.  Want soms moet een mens geconfronteerd worden met wreedheid om schoonheid nog meer te waarderen.  Om wreedheid (waar ook ter wereld) nog sterker te veroordelen.  Met uw boek bood u mij die confrontatie.  Daarvoor wil ik u danken.  Van ganser harte.  Dank.  Dank.  Dank.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.