Lamenta van Siamese Cie, gezien in de Minard. Brief aan Koen Augustijnen en Rosalba Torres Guerrero.

Gepubliceerd op 25 oktober 2021 om 12:58

Beste Rosalba,

Beste Koen,

 

Ik kwam de theaterzaal uit.  Ik had net uw voorstelling gezien.  Ik passeerde aan de promostand.  Snel sprak ik de mevrouw aan.  Ik zei haar dat het schitterend was.  Dat het prachtig was.  Meer zei ik niet.  Ik moest door.  Naar huis.  Terwijl ik huiswaarts fietste, realiseerde ik mij dat mijn reactie te beperkt was.  Het gaf niet precies weer wat ik net ervaren had.  Om dat te kunnen, had ik meer woorden nodig.  Ik nam mij voor u een brief te schrijven.  Want één ding kan ik alvast heel duidelijk stellen.  U had mij geraakt.  Diep geraakt.  U had mij ontroerd.  Diep ontroerd.

 

Het begin van een dansvoorstelling valt gelijk met een stressmoment.  Een zekere twijfel dringt zich op aan mij.  Een twijfel die wordt omgezet in stress.  Steeds ben ik bang hetgeen zal volgen niet te zullen begrijpen.  De taal van het dansen ben ik nog niet echt machtig.  Ik heb die taal nog niet onder de knie.  Dat kan mij parten spelen in het interpreteren van een dansvoorstelling.  Het verhaal kan daardoor aan mij voorbijgaan.  Dat zou te betreuren zijn.  Daarom bereid ik mij voor.  Niet te uitgebreid.  Een te uitgebreide voorbereiding kan mijn beleving verstoren.  Ook dat zou te betreuren zijn.  Wat ik wist was dat in deze voorstelling Griekse rouwliederen centraal zouden staan.  Die liederen worden op begrafenissen gezongen.  Als voorbereiding was dat voldoende.  Meer zou te veel zijn.

 

Op podium zag ik wat een rouwproces zou kunnen zijn.  Het kan vreemd klinken maar rouwen kan een feest zijn.  Een helend feest.  Er wordt gezongen.  Er wordt in de handen geklapt.  Er wordt gedanst.  Er wordt met de voeten gestampt.  Niemand staat alleen.  Iedereen maakt deel uit van een groep.  De gevoelens van verlies worden in groep verwerkt.  Soms is het heel intiem.  Soms is het heel uitbundig.  Iedereen bepaalt het ritme van verwerking.  Afzondering binnen de groep is mogelijk.  Iedereen kan een moment voor zichzelf opeisen.  Om daarna opnieuw in de groep opgenomen te worden.  Elk van de dansers vraagt wel eens om een dergelijk moment.  Waarop de rest van de dansers zich op de achtergrond houdt.  Alles vloeit door elkaar heen.  Heel soepel.  Nooit geforceerd. 

 

Alles begint heel rustig.  Ingetogen.  Alsof eenieder de ruimte lijkt af te tasten.  Alsof eenieder de mogelijkheden lijkt af te tasten.  In den beginne lijkt het verdriet nog te zwaar.  Die zwaarheid drukt terneer.  Maar dat verandert.  Heel geleidelijk.  De muziek wordt uitbundiger.  Het dansen wordt uitbundiger.  Alsof langzamerhand het verdriet wordt afgeschud.  Aanvaarding lijkt in de plaats te komen.  Het kan misschien vreemd klinken maar dankbaarheid om het leven duwt het verdriet aan de kant.  Dankbaarheid om het leven van degene die gestorven is.  Dankbaarheid om degene die gestorven is, gekend te hebben.  Herinneringen lijken zich in de dansbewegingen te vermengen.  Goede herinneringen.  Mooie herinneringen.

 

Ik kijk naar een ongelooflijke kracht.  Een kracht die aanvankelijk verdriet omzet in een niet te peilen energie.  Die energie vertrekt niet vanuit één enkele persoon.  Die energie wordt opgewekt vanuit de groep.  Rouwen wordt een collectieve beleving.  Rouwen is niet langer iets wat in afzondering gebeurt.  Het wordt gedeeld.  In groep.  De onmacht wordt niet weggeduwd.  Het verdriet wordt niet weggestopt.  De pijn wordt niet opgekropt.  Alles wordt in de groep gegooid.  Openlijk.  In alle naaktheid.  In alle ruwheid.  In alle openheid.  In alle eerlijkheid.  Er wordt niet geoordeeld.  Er wordt niet veroordeeld. 

 

Ik keek naar de voorstelling.  Ik zag hoe het zou kunnen zijn.  Hoe het zou moeten zijn.  Verdriet vraagt geen stilte.  We moeten ons niet sterk houden.  We moeten ons niet inhouden.  Dat alles is verkeerd.  Verdriet moet uitbundig zijn.  Er mag geroepen worden.  Er mag geschreeuwd worden.  Er mag gestampvoet worden.  Er mag gehuild worden.  Er mag gezongen worden.  Er mag gedanst worden.  Dat alles versterkt.  Dat alles maakt ons sterker in het verlies.  Niet wegduwen dus.  Maar tonen.  In het openbaar.  Publiek.

 

Ik keek naar de bewegingen.  Ik luisterde naar de muziek.  Klank en beweging vielen op een bijna perfecte manier samen.  Zo perfect dat alles rondom mij leek weg te vallen.  Ik was mij niet meer bewust van de theaterzaal.  Ik was mij niet meer bewust van het publiek.  Ik was op een begrafenis.  Ik vierde het leven.  Het leven van de overledene.  Ik vierde het leven.  Mijn leven. 

 

De voorstelling was voorbij.  Ik reed naar huis.  Naar mijn vrouw.  Toen mijn vrouw mij vroeg hoe het geweest was, kon ik enkel zeggen dat ik eindelijk wist hoe ik wenste begraven te worden.  Of beter nog, ik wist hoe mijn overlijden moest gevierd worden.  Want dat is wat ik nu zeker weet, ik wens een begrafenisfeest.  Niet stilletjes.  Maar luid.  De muziek ligt al vast.  Lamenta zal gedraaid worden.  De choreografie zal moeten uitgedacht worden door de genodigden.  Maar wat het kan worden, heb ik gezien.  Vorige week.  In de Minard.

 

Beste Rosalba.  Beste Koen.  Ik wil u danken.  Voor het prachtige geschenk dat uw voorstelling was.  Voor de belangrijke levensles die uw voorstelling was.  Voor de schitterende schoonheid die uw voorstelling was.  Voor de prachtige herinnering die uw voorstelling was en nog zal zijn.  Voor dat alles wil ik u uitgebreid danken.  Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.

Speellijst:

Lamenta - Siamese Cie.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.