Brommer op Zee, gezien op Canvas. Brief aan Ruth Joos en Wilfried de Jong.

Gepubliceerd op 17 mei 2021 om 12:52

Beste Ruth,

Beste Wilfried,

 

Brommer op zee.  Een boekenprogramma.  Daar word ik vrolijk van.  Meer nog, het maakt mij gelukkig.  U kan in deze bekentenis enige mate van overdrijving lezen.  Toch is het niet zo.  Wat ik schrijf meen ik oprecht.  Wij kennen elkaar niet.  Toch niet persoonlijk.  Enige verdere toelichting is dan misschien aangewezen.  Om op die manier te begrijpen dat overdrijving en ik helemaal niet samengaan.  Daarom dus, heel kort iets over mij.  Ik kan niet zonder boeken.  In vroegere tijden heb ik al eens getracht mij voor te stellen welk persoon ik zou zijn zonder boeken.  Daarop heb ik tot op heden nog steeds geen bevredigend antwoord gevonden.  Omdat ik het bijna niet mogelijk acht.  Boeken zijn een deel van mij.  Een noodzakelijk deel.  Omdat zij mij rust brengen.  Omdat zij mij de sleutel aanreiken om de tijd heel even stil te zetten.  Als dan iemand een programma maakt over dat deel van mij, word ik gelukkig.  In die mate dat ik een brief wil schrijven.  Aan de makers.  Aan u.

 

Elke aflevering begint op een schitterende wijze.  U staat aan een tafel.  Aan een bar.  U geeft aan elkaar tips.  Boekentips.  Ik herken dat.  Ik moet denken aan die momenten dat ik bij mijn ouders ga.  Elke keer weer stap ik naar de televisiekast.  Daar liggen boeken gestapeld.  De boeken die gelezen worden.  De boeken die nog moeten gelezen worden.  Het stapeltje wisselt heel regelmatig.  Door elk boek blader ik heel even.  Een gesprek ontstaat.  Met mijn moeder.  Met mijn vader.  Zij vertellen waarom net die boeken werden gekocht.  Zij vertellen wat zij precies vinden van het boek dat zij op dat moment aan het lezen zijn.  Soms zijn de gesprekken lang.  Soms zijn zij kort.  Maar steeds weer zijn zij goed.  Zoals bij u.  Steeds weer zijn die gesprekken goed.

 

Ook in het schrijven van brieven herken ik mij.  Ik zelf doe het ook wel eens.  Zoals nu.  Als een eeuwigdurende oefening.  Omdat men zegt dat oefening uiteindelijk kunst baart.  Ik ben er nog niet.  Verre van.  Maar ik blijf proberen.  In dat proberen vind ik plezier.  Het aanslaan van de toetsen klinkt als muziek in de oren.  Muziek dat uiteindelijk een brief wordt.  Soms een korte.  Soms een lange.  Soms een goede.  Soms een slechte.  Bij u is het anders.  Bij u is het geen oefening meer.  Dat stadium bent u ver voorbij.  U hebt zich vervolmaakt in het briefschrijven.  Maakt ons daar deelgenoot van.  Elke week leest u ons uw brief voor.  Gericht aan één iemand.  In dat kamertje.  Die ene in dat kamertje schrijft een antwoord.  Ter plaatse.  In dat korte moment.  Wij zien het gebeuren.  De een schrijft.  De ander tikt.  Daarin kan verschil bestaan.  Waar geen verschil in bestaat, is het resultaat.  Dat is telkens weer van een hoogstaande kwaliteit.  Ik luister.  Mijn mond valt open.  Dit is hoe het moet.  Zo moet het zijn.  In die geschreven communicatie lees ik een aansporing.  Om te blijven proberen.  Ooit zal het eens lukken.  Als ik oud ben.  Als ik grijs ben.  Dan schrijf ik die perfecte brief.  Zoals u mij toonde.  Zoals u mij voordeed.  U toont mij dat oefening inderdaad kunst baart.

 

Tussen die vaste rubrieken zijn er de gesprekken.  Met schrijfsters.  Met schrijvers.  Zij vertellen over hun boeken.  Boeken die ik heel vaak nog moet lezen.  Het zou mij stress kunnen geven.  Te weten dat er nog zovele boeken staan te wachten.  Stress krijg ik niet.  Integendeel.  Eerder beschouw ik al die nog te lezen boeken als een opluchting.  Dat ik mij kan laven aan een onuitputtelijke bron.  Een bron die nooit zal opdrogen.  Omdat er telkens van die scherpe geesten zijn die prachtige verhalen weten te verzinnen. 

 

Niet enkel leer ik nieuwe boeken kennen.  Net zozeer leer ik nieuwe mensen kennen.  U doet mij kennis maken met Sofie Lakmaker.  Met A.L. Snijders.  Met Mira Feticu.  Met Joris Van Casteren.  Met Babs Gons.  Hen kende ik niet.  Heel soms waren zij al eens aan mij voorbij gekomen.  Nooit had ik evenwel de tijd genomen naar hen te luisteren.  U gunt mij die tijd.  Een tijd die ik dankbaar aanvaard.  U stelt de vragen.  Zij geven de antwoorden.  Ik luister.  Naar die zoektocht om tot antwoorden te komen.  Tot heldere antwoorden.  Soms lukt het.  Soms lukt het net ietsje minder.  Maar dat geeft niet.  Integendeel.  Soms is het zoeken interessanter dan het vinden.  Omdat in die zoektocht soms zijpaden worden betreden die het gesprek een heel andere richting uitsturen.  Die mogelijkheid maken gesprekken boeiend.  Maken gesprekken interessant.  Afdwalen moet kunnen.  De rechte weg is misschien de kortste weg.  Maar is die rechte weg ook niet altijd de vervelendste weg? Ik dacht het wel.  U doet het goed.  U stelt vragen.  Waarbij degene die antwoordt kan kiezen of hij rechtdoor gaat.  Of toch maar afslaat naar rechts.  Of naar links.  U stelt de vragen.  Zij geven de antwoorden.  Ik volg.  Met alle plezier.

 

Ik maak kennis met nieuwe stemmen.  Maar heel soms loop ik gekende stemmen tegen het lijf.  Zo ontmoet ik Josse De Pauw nog eens.  Of Robbert Welagen.  Of Anna Enquist.  Of Chris De Stoop.  Ik herinner mij één van hun boeken.  Of enkele van hun boeken.  Bij die herinneringen moet ik glimlachen.  Werk komt mij opnieuw voor de geest.  AntoinetteHet MeesterstukWanneer het water breekt.  Heerlijke boeken.  Wondermooie boeken.  U herinnert mij aan die werken.  Door die auteurs naar uw studio te vragen.  Ik keer terug.  Naar die momenten.  Waarop ik alleen was met die boeken.  Met die verhalen.  Ik keer terug en herbeleef.  Ik keer terug en geniet.  Opnieuw.

 

Enkel het verfilmde gedicht, dat wringt nog een beetje.  Neen, het ligt helemaal niet aan u.  Dat moet u niet denken.  Het wringen ligt volledig bij mij.  Ik heb het moeilijk.  Om beelden en woorden gelijk te schakelen.  De ene keer focus ik mij op het woord.  De andere keer op het beeld.  Waardoor ik dus dingen mis.  Heel waarschijnlijk zal ook hier oefening kunst baren.  Ik hou dus vol.  Ik haak niet af.  Ik blijf kijken.  Omdat ik weet dat het ook hier ooit eens zal lukken.  En dan zal ik genieten.  Dat weet ik.  Heel zeker.

 

Beste Ruth.  Beste Wilfried.  Elke week ben ik op post.  Elke week kijk en luister ik naar u.  Met naast mij een papiertje.  En balpen.  Want ik noteer.  Om niet te vergeten.  Om die boeken die ik nog wens te lezen niet te vergeten.  Mijn lijstje wordt elke week langer.  Elke week groeit mijn lijstje.  Net als mijn dankbaarheid.  Naar u toe.  Omdat u elke week die goesting en inspiratie vindt om mij een nieuwe aflevering te schenken.  Een nieuwe aflevering van een fantastisch programma.  Daarvoor wil ik u dus danken.  Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.