Love is love. Brief aan David Polfliet.

Gepubliceerd op 22 maart 2021 om 13:11

Beste David,

 

U bent er niet meer.  Vermoord.  Omwille van wie u bent.  U zou misschien verwacht hebben dat ik rechtop zou gaan staan.  Dat ik mijn stem zou verheffen.  Dat ik toch minstens mijn profielfoto op Facebook zou hebben verfraaid met de regenboogkleuren.  Dat ik toch zeker aanwezig zou geweest zijn op één van de waken.  Helaas.  Ik heb geen van al die dingen gedaan.  Daaruit zou u kunnen afleiden dat ik onverschillig sta tegenover het gebeurde.  Indien u dat zou denken, dien ik u te melden dat u onjuiste conclusies zou verbinden aan mijn passiviteit.  Ik ben verontwaardigd.  Diep verontwaardigd.  Die verontwaardiging heb ik niet de vrije loop gelaten.  Ik heb het ingetoomd.  Uw moord dwong mij naar mijzelf te kijken.  Dat achteruit kijken was best wel confronterend.  Ik kijk achterom en stel vast dat ik in het verleden niet echt een verdediger van de LGBTI+-rechten was.  Omdat ik geen betrokken partij was.  Dat dacht ik toen.  Nu weet ik beter.  Ik ben betrokken partij.  Als lid van de maatschappij.  Daarom sta ik recht.  Daarom spreek ik.  Daarom schrijf ik nu deze brief aan u.  Te laat, ik besef het.  Maar in de slipstream van uw moord gebeurden zo vele dingen dat zwijgen niet langer een optie was.

 

Het begon met het Vaticaan.  De Congregatie voor de Geloofsleer zette inzake homoseksualiteit nog even de puntjes op de i.  Die Congregatie stelde dat het niet geoorloofd is de zegen te geven aan relaties die gepaard gaan met seksuele praktijken buiten het huwelijk.  Tegelijk herhaalde die Congregatie de positie van de kerk over homoseksualiteit.  Die positie houdt in dat de kerk homoseksualiteit nog altijd als een zonde wordt beschouwd.  Paus Franciscus gaf zijn goedkeuring aan die tekst.  Ik steigerde.  Iedereen steigerde.  Zelfs bisschop Johan Bonny steigerde.  Hij zei plaatsvervangende schaamte te voelen voor zijn kerk.  Met zijn opiniestuk, waarin hij duidelijk afstand neemt van het recente standpunt van de Congregatie, oogstte hij alom lof.  In navolging van Bonny werd alweer dat al te gemakkelijke excuus van stal gehaald dat instituut en geloof van elkaar dienen gescheiden te worden.  Ik zag gebeuren wat altijd weer gebeurt.  Ik zag herhaling.  Ik zag iemand opdraven om afstand te nemen van het officiële standpunt van de kerk waarna de storm gaat luwen en alles bij het oude blijft.  Zo werkt het niet, dacht en denk ik.  U kan geen afstand nemen van een standpunt zonder daar persoonlijke gevolgen aan te koppelen.  Want op die manier blijft men lid van een organisatie die holebi’s steeds maar weer in de beklaagdenbank duwt.  Op die manier blijft men lid van een organisatie die mensen, die homofobie huldigen, munitie in de handen duwen.  Dus, neen, voor mij is Johan Bonny geen held.  Eerder is hij een excuustruus die het Vaticaan de mogelijkheid biedt de meest conservatieve en achterhaalde stellingnames te blijven verkondigen.  Indien Johan Bonny in navolging van zijn opiniestuk had aangekondigd af te treden was ik onmiddellijk in de wagen gesprongen om hem persoonlijk te feliciteren om zijn heldenmoed.  Nu schud ik het hoofd om die weinig fraaie schijnvertoning.

 

Hetzelfde scenario zien wij in het debat rond Jef Elbers.  Elbers werd door het Vlaams Belang voorgedragen als lid van de raad van bestuur van het Vlaams Audiovisueel Fonds.  Terwijl de partij zich propageert als een partij die de LGBTI+-gemeenschap genegen is, heeft diezelfde partij geen enkel probleem met de voordracht van Jef Elbers.  De man staat nochtans bekend om zijn homofobe uitspraken.  Alweer zien wij de partij een evenwichtsdansje uitvoeren.  Aan de ene kant zien wij mandatarissen (Filip Brusselmans, Dominiek Sneppe, Dries Van Langenhove) de meest ranzige, homofobe uitspraken doen terwijl de partij hen nauwelijks of niet terugfluit.  Dat terugfluiten blijkt tekens weer niks meer te zijn dan een poging om imagoschade te beperken.  Aan het terugfluiten worden geen persoonlijke consequenties gekoppeld.  Zij worden niet uit de partij gezet.  Integendeel.  Heel even houden zij de adem in.  Tot de storm is gaan liggen.  Het Vlaams Belang belijdt slechts in woorden haar ‘steun’ aan de LGBTI+-gemeenschap in een al te doorzichtige poging om een breed kiezerspubliek aan zich te binden.  In een artikel van Holebiplus wordt duidelijk gesteld dat holebi- en transfobie bij het Vlaams Belang horen, zoals racisme en separatisme.  Ook Cavaria wijst op de vaal subtiele manier waarop het allemaal verkocht wordt.  De organisatie stelt dat de houding van het Vlaams Belang ten aanzien van holebi’s, transgender en intersekse personen kan worden gekaderd binnen de antigenderbeweging die wereldwijd actief is.  Door de nadruk te leggen op het ‘traditionele gezin’, op het ‘niet overdrijven’ en het ‘normaal doen’ wordt er subtiel ingespeeld op angst voor het onbekende en voor alles wat afwijkt van de heersende norm.  Het terugtrekken van de kandidatuur van Elbers is een te late poging om de schade te beperken en laat duidelijk de conservatieve krampachtigheid van de partij zien in dit thema.  Dit terugtrekken mag beschouwd worden als een te late poging om het ware, homofobe gelaat van de partij te verhullen.

 

In de dagen na de moord las ik in De Standaard een artikel waarin geschreven werd dat twintig procent van de jonge jongens tegen gelijke rechten voor holebi’s is.  In datzelfde artikel werd gezegd dat een kwart van de Vlaamse leerlingen in de eerste graad agressie tegen homo’s niet afkeurt.  Deze cijfers deden mij wanhopen.  Vele dagen tolden deze cijfers in mijn hoofd.  Ik las over het ontheemde gevoel van een grote groep holebi-leerlingen.  In al mijn overpeinzingen kwam ik uit bij dat ene gezegde, uit de kast komen.  Plots ging ik beseffen hoe fout dat gezegde is.  Van holebi’s wordt verwacht dat zij het podium opkruipen en aan de goegemeente getuigenis afleggen van hun seksuele geaardheid.  Alsof zij vooraf om onze goedkeuring dienen te vragen.  Ik besef het, in vergelijking met het debat over het Vaticaan of Jef Elbers is deze woordenstrijd slechts een kleine strijd.  Maar toch moet ook deze kleine strijd gevoerd worden.  Omdat iedereen liefde verdient.  Zonder voorafgaande goedkeuring.  Elk jaar wordt een verkiezing uitgeschreven voor het woord van het jaar.  Misschien moet elk jaar ook een verkiezing uitgeschreven worden voor het te schrappen woord van het jaar.  Uit de kast komen lijkt mij een mooie kandidaat.

 

Beste David.  Wij kenden elkaar niet.  Wij hebben elkaar nooit ontmoet.  Toch heeft uw dood mij wakker geschud.  Mij alert gemaakt.  Uw dood heeft mij doen inzien dat ik moet opstaan bij onrecht.  Want dat is wat uw dood is.  Uw dood is een onrecht.  Ik hoop met deze brief een bijdrage geleverd te hebben.  Een kleine bijdrage.  Een juiste bijdrage.  Ik zou u nog het allerbeste willen wensen.  Helaas komen die woorden te laat. 

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Ludwig Vandenhove
6 maanden geleden

Moedig

Joris Iven
6 maanden geleden

Dag Wim
Ik ga me ook als lid van de Heilige Kerk laten schrappen. Dat is een zeer concrete daad.
Uw stuk was weer sterk.

Cecile De Wolf
6 maanden geleden

To the point Wim!
Een brief om te publiceren in de Standaard.

Katrien
6 maanden geleden

Volledig mee eens! Weg met al die labels; laat iedereen zijn wie hij is!

D'Herdt Freddy
6 maanden geleden

Knap en moedig . Wel met respect voor ieder zijn mening