Uitgelezen: Ik ben er niet. Brief aan Lize Spit.

Gepubliceerd op 3 maart 2021 om 13:12

Beste Lize,

 

Een tijdje terug las ik uw debuutroman, Het smelt. Na het lezen van uw debuut wou ik nog één ding doen. Ik wou naar de cinema. Ik wou de film zien. Voor die film waren de nodige plannen en afspraken gemaakt. Veerle Baetens zou de film regisseren. Zodra hij in de zalen was, wou ik hem zien. Helaas. Dat vervelende beestje waarvan ik de naam niet zal zeggen, kwam er tussen. De filmplannen werden uitgesteld. Ik zou het nodige geduld moeten betrachten. Dat zal ik doen. Omdat ik weet dat geduld toch altijd beloond wordt. Althans, dat wordt gezegd. Heel waarschijnlijk om ongeduldige mensen te oefenen in het hebben van geduld. Bij dat oefenen helpt het als een beloning in het vooruitzicht wordt gesteld.

 

Zonet las ik uw tweede boek. Opnieuw had ik datzelfde verlangen. Ik wou naar de cinema. Ik wou de film zien. Helaas. Voorlopig zal ik moeten wachten. Dat ik bij het lezen van uw boek telkens verlang naar de film ligt in de manier waarop u schrijft. U hoeft hierin geen verwijt te lezen. Zo is het niet bedoeld. Eerder zou ik het omschrijven als uw verdienste als auteur. In mijn verlangen lees ik een bewijs van uw vakmanschap. Want voor de tweede keer op rij lukt het u mij mee te sleuren in uw verhaal. Ik raas doorheen uw boek. U jaagt mij naar het einde. Naar de ontknoping. Dat razen ontneemt mij evenwel niet het zicht op uw literaire kwaliteiten. Die zijn er immers. In overvloed. Ik geniet van uw taal. Ik geniet van de manier waarop u situaties schetst. Ik geniet van de manier waarop u op een voortreffelijke manier vergelijkingen maakt. Om zo een toestand klaar en duidelijk te stellen. Met uw nieuwste boek bewijst u alweer dat razen doorheen een boek toch kan samengaan met literair genieten.

 

U neemt mij op. Trekt mij uit de zetel waarin ik uw boek lees. U brengt mij naar Brussel. Laat mij binnen in het appartement van Leo en Simon. Ik loop achter hen aan. Ik ben de bevoorrechte getuige. Het lijkt niet alsof ik lees. Het voelt alsof ik alles vanuit eerste hand heb. Het voelt alsof Leo en Simon mij in vertrouwen nemen. Dat vertrouwen laat hen toe aan mij hun verhaal te vertellen. Laat hen toe mij in hun leven binnen te laten. Het lijkt alsof ik hun beste vriend ben. Vrienden vertellen elkaar geheimen. Dat is wat Leo doet. Dat is wat Simon doet.

 

Bijna meteen heb ik die klik. Al vanop de eerste pagina’s word ik betrokken partij. Van passiviteit is geen sprake meer. Ik word actief betrokken. Ik tel mee af naar een moment dat over precies elf minuten zijn hoogtepunt zal bereiken. Wat dat hoogtepunt moet zijn, weet ik niet. Wel weet ik dat het hevig zal zijn. Dat het erg zal zijn. Dat laat u mij voorvoelen. Dat aftellen is één van de verhaallijnen. Die race doorheen Brussel is één van de momenten waarop ik meen een thriller te lezen. Toch wil ik uw boek geen thriller noemen. Dat is het geenszins niet. Maar de manier waarop u die race beschrijft doet mij denken aan elementen uit de betere thriller.

 

Om te begrijpen hoe het zover is kunnen komen moet u achterom kijken. U moet het verhaal vertellen van Leo en Simon. Twee geliefden. Beiden zijn hun moeder verloren. Beiden hebben een afwezige vader. Ik zou kunnen stellen dat hun leven getekend is. Een ongeschonden jeugd hebben ze niet gehad. Dat verleden schept een band. Hun relatie wordt voor beiden een veilige thuishaven. Een plek waar ze kunnen schuilen. Een plek waar ze kunnen tot rust komen. Zij verblijven op hun eilandje waarop heel onregelmatig iemand op bezoek kwam.

 

U omschrijft die relatie op een treffende manier. U schrijft dat zij de twee scheefgezakte pilaren waren die, zodra je ze tegen elkaar aan deed leunen, steviger zouden staan dan één ongeschonden, op zichzelf staande pilaar ooit kon. U schrijft dat niet enkel. U bewijst dat ook. Met voorbeelden uit hun gedeelde leven. Die charmante, vaak gekke voorbeelden doen mij een sympathie opvatten voor het koppel. Het is ook die warme sympathie die mij voortdrijft in het boek. Ik wil hun verhaal kennen. Hun volledige verhaal. Alle details wil ik kennen. Zodat ik beter zou kunnen begrijpen wat er staat te gebeuren. Mooie liedjes duren niet lang. Dat blijkt ook te gelden voor Leo en Simon. Binnen de relatie gebeurt er iets. Waardoor diezelfde relatie onder hoogdruk komt te staan. Waardoor de veilige thuishaven bedreigd wordt. Ik zou kunnen zeggen wat er staat te gebeuren. U weet het. Ik weet het. Toch doe ik het niet. Omdat ik potentiële lezers het plezier van het ontdekken niet wil ontnemen. Dat ontdekken is net deel van de leeservaring. Dat ontdekken en het benoemen van de bedreiging vormt deel van de zoektocht van Leo. Van Simon. Om het te begrijpen en tot oplossingen te komen moeten zij, net als de lezer, de bedreiging kunnen benoemen. Om het dan te lijf te gaan. Om dan te proberen de relatie te herstellen en terug naar die veilige thuishaven te loodsen.

 

De terugblik en het doldwaze aftellen van die elf minuten komen samen aan het eind van het boek. Aan het eind van het boek valt alles samen. Aan het eind van het boek begrijpen wij alles. Pas als ik aan het eind van uw boek ben, ga ik beseffen dat de titel van uw boek niet beter kon gekozen zijn. Die titel dekt op een perfecte manier de lading. Ik ben er niet. Daaraan moet ik denken als ik het hele boek opnieuw doorloop. De titel kan van toepassing zijn op Leo. In die crisistijd verbergt zij zich. Zij vlucht in haar schrijfselen. In haar nieuwe opdracht als columniste. Zij deelt haar problemen niet rechtstreeks met Simon. Zij deelt het met haar lezers. Waardoor zij er niet is voor Simon. De titel kan van toepassing zijn op Simon. Hij is al te afwezig. Onbereikbaar. Tot hem doordringen is bijna onmogelijk. Door omstandigheden, die ik, zoals reeds geschreven, niet wil verduidelijken uit vrees voor mogelijk spoileralert. Die omstandigheden doen Simon er niet zijn voor Leo. Maar net zozeer kan het van toepassing zijn op de vriendenkring. Al te zeer worden zij in beslag genomen door hun eigen leventjes. Hun eigen leventjes waarin dingen staan te veranderen. Die veranderingen maken hen blind voor de moeilijke strijd die Leo en Simon leveren. Ook zij zijn er niet. Het kan van toepassing zijn op de vaders. De ene vader die al te zeer in beslag genomen wordt door zijn project in Italië. De andere vader waarmee alle contact verbroken werd en dus letterlijk afwezig is. Ook zij zijn er niet. Het kan zelfs van toepassing zijn op de dokters en het verplegende personeel. Ook bij hen meen ik te mogen lezen dat zij er vaak niet zijn. Niet op de juiste wijze. Niet op een betrokken wijze.

 

Die vele invullingen van die ene titel zorgen er voor dat het boek blijft kleven. Het doet mij de vraag stellen wat er precies nodig is om gelukkig te zijn. Wat er maar nodig is om dat bereikte geluk te bedreigen. Het doet mij beseffen dat zelfs de sterkste relaties in stormen de nodige averij kunnen oplopen. Dat beangstigt mij. Al te gemakkelijk ga ik ervan uit dat mijn relatie alles kan overleven. Maar dat kan ik denken vanuit een al te gemakkelijke luxepositie. Ik ben gezegend. Goed werk. Goede gezondheid. Goede vrouw. Goede vooruitzichten. Maar wat als aan één van die elementen geraakt wordt. Die gedachte houdt mij nu bezig. Die gedachte doet mij naar antwoorden zoeken. Antwoorden waarvan ik nu al weet dat zij slechts onvolledig kunnen zijn. Zekerheden zijn er niet. Zullen er nooit zijn. Ik kan enkel maar hopen dat ik er in een mogelijke storm zal zijn. Voor mijn vrouw. Voor mijn vrienden. Voor mijn familie. Ik hoop dat ik in die mogelijke storm zal kunnen zeggen: ik ben er. Maar zoals ik daarnet schreef, dat is niet zeker. Dat is helemaal niet zeker. Dat beklemmende idee doet mij uw boek niet loslaten.

 

Beste Lize. Er wordt altijd gezegd dat het tweede boek het moeilijkste boek is voor een auteur. Vooral als dat tweede boek volgt op een bestseller. Het zou de auteur onzeker maken. Doen twijfelen. Met deze brief wou ik u geruststellen. Met deze brief wou ik u bedanken. Want uw tweede boek heeft mij intens leesplezier bezorgd. Dat tweede boek is alweer een voltreffer. Een voltreffer dat niemand ongevoelig kan laten. Het boek beroert. Ontroert. Voor dat fantastische boek en uw voortreffelijke vakmanschap wil ik u danken.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Katrien
7 maanden geleden

Ik wil dit ook lezen! ben benieuwd!

Rita Willems
7 maanden geleden

helemaal met je eens; ook ik 'raasde' door het boek.
Wat een talent, bedankt voor je brief en bedankt Lize Spit voor je boek, een parel.

Maak een Gratis Website met JouwWeb