Uitgelezen: Hier is alles veilig. Brief aan Anneleen Van Offel.

Gepubliceerd op 27 januari 2021 om 13:17

Beste Anneleen,

 

Ik wil het over uw boek hebben. Over uw debuut. Maar eerst iets helemaal anders. Omdat ik meen dat het anders niet meer geschreven zal worden. In deze brief. Uw boek doet mij terugkeren naar Israël. Ik was daar. Eén of twee jaar na de moordaanslag op Yitzhak Rabin reisde ik doorheen het land. Ik kwam op plaatsen die ook in uw boek een plaats opeisen. Ik dacht terug aan mijn vragen. Want die had ik. Vóór het afreizen. Tijdens het reizen. Ik dacht terug aan de ontmoetingen. Intense en warme ontmoetingen. Ik denk terug aan de gekke stoten. Want die waren er. Al die dingen kwamen terug bij het lezen van uw boek. Dat wou ik toch even kwijt. Omdat het de kracht van een boek illustreert. Omdat een boek de kracht heeft herinneringen los te weken bij de lezer. Omdat een boek de kracht heeft de lezer te doen stilstaan bij een moment in zijn leven. Daarom wou ik dit toch even geschreven hebben. Vooraf. Bij wijze van inleiding.

 

Een vrouw ontvangt een berichtje. Van haar ex-stiefzoon. Hij vraagt haar te komen. Naar Israël. Meer staat er niet in dat berichtje. Enkel die ene vraag. Het lijkt een eenvoudige vraag. Het antwoord blijkt dat niet te zijn. Want de vrouw aarzelt. Weet niet onmiddellijk te antwoorden. Zij houdt het antwoord in beraad. Want in haar hoofd moet zij in het reine komen. Met een aantal kwesties. Eén daarvan is haar rol als moeder. Zij twijfelt of zij die rol nog kan en mag claimen. Pas als dat alles is uitgeklaard, kan zij antwoorden. De vrouw vertrekt. Om dan vast te stellen dat zij te lang getalmd heeft. Haar ex-stiefzoon is gestorven. Zij kan enkel de dood vaststellen. In een land dat niet het hare is moet zij rouwen. Moet zij het verlies van een dierbare verwerken. Daar, bij dat ziekenbed, begint uw verhaal. De vrouw wordt moeder. De ex-stiefzoon wordt zoon. De rollen worden opnieuw duidelijk.

 

Tien jaar terug zag de moeder haar zoon voor het laatst. Toen was hij dertien jaar. Wat daartussen zat weet zij niet. Zij was niet langer een bevoorrechte getuige. Zij was hem kwijt. Op dertienjarige leeftijd was hij vertrokken naar Israël. Samen met zijn vader. Omdat Israël de plaats was waar zij moesten zijn. Zo meende de vader. Vader en zoon vertrokken. Moeder bleef achter. Over wat in Israël gebeurde, heeft zij het raden. Zij kan enkel gissen. Giswerk is onvoldoende als dat het leven betreft van een kind. Van een zoon. Dan wilt een mens zekerheden. Dus gaat zij op zoek. Naar antwoorden. In Israël begint zij met de reconstructie van een leven. Zij gaat praten met de vriendin. Met de vader. Met soldaten. Zij gaat naar de plaatsen waar haar zoon was. Waar haar zoon gediend heeft. Want dat was wat hij was. Hij was soldaat in het Israëlische leger.

 

Niet enkel een leven wordt gereconstrueerd. In dat land blikt zij ook terug op haar relatie. Met de vader. Zij moet vaststellen dat de liefde nooit volledig was. Tussen beide partners loopt een barst, die zo diep werd dat elk aan een overkant bleek te staan. Opnieuw naar elkaar toegroeien was onmogelijk. De afstand was te groot geworden. Onoverbrugbaar. Net zoals die kloof tussen de politiek en de burger. Maar dat doet hier niet ter zake. Wij dwalen af. Terug naar het boek. Terugkijkend beseft zij dat een land zich tussen de partners wringt. Een land wordt een barrière. Een vader wordt joodser dan hij eigenlijk is omdat de moeder het niet is. De moeder wordt een buitenstaander. Een andere. Zij kan de pijn niet begrijpen die elke jood kent en die alleen joden kennen. Tegen die pijn kan de moeder niet beschermen. De afstand wordt steeds maar groter. De relatie verbrokkelt. Zij stelt zich de vraag wie verantwoordelijk is voor de breuk. Zij vraagt zich af of een land de schuldige kan zijn.

 

De reconstructie van een leven. De reconstructie van een relatie. Dat is niet alles wat wordt heropgebouwd. Nog andere dingen worden terug opgebouwd. Tijdens haar verblijf in Israël leert zij het land te begrijpen. Althans, zij leert het land beter te begrijpen. Een land waarover iedereen een mening heeft of moet hebben. Zelfs zonder enige kennis. De moeder moet erkennen dat zij hieraan ook schuldig is. Vanop afstand is het best gemakkelijk kritisch te zijn. Het is zelfs comfortabel. Dat verandert eens zij ter plaatse is. Denkbeelden moeten bijgesteld worden. De nuance doet zijn intrede. Zwart of wit is het bijna nooit. Grijs lijkt in dit land te overheersen. Ik keer nog even terug naar het begin van mijn brief. Naar mijn reis doorheen Israël. Voor mijn afreis was ik bijzonder kritisch voor het land. Ik veroordeelde scherp en hard. Na mijn reis werd het anders. Verhalen van mensen drongen binnen in mijn analyse. Het beeld werd complexer. De heldere klaarheid was weg. Dat ervaart de moeder ook.

 

Een leven. Een relatie. Een land. Dat is al behoorlijk was als thema’s voor een boek. Toch blijft u ook nog even stilstaan bij het leven als soldaat. Doorheen uw boek pik ik uw kritische bemerkingen op over de rol als soldaat. In uw boek schrijft u dat soldaten worden geconfronteerd met de consequenties van een beleid. Soldaten zijn enkel zichtbaar voor wie zij tegenhouden aan de checkpoints maar blijven onzichtbaar in het tandwiel dat zich telkens weer in gang zet. Dat maakt het voor beleidsmakers zo gemakkelijk om te blijven vasthouden aan foute principes. Aan verkeerd beleid. Zij zien de consequenties niet. Zij zien niet hoe die jongeren verpulveren. Vermalen. Zij zien niet hoe die levens verwoesten. Vernielen.

 

Tot slot nog heel even over die barst. Die zich door het land slingert. Niet enkel doet u ons via die barst doorheen het ganse land reizen. U toont tegelijk hoe die barst verdeelt. Hoe die barst scheidt. Hoe die barst plaatsen tot broeihaarden maakt. U beschrijft hoe die barst zich in levens nestelt. Hoe die personen dwingt tot het maken van keuzes. Of het niet maken van keuzes. Terwijl ik die barst volg en terwijl ik uw verhaal lees, merk ik dat die barst uit uw boek loopt. Ik zie hoe die barst doorheen mijn straat, stad en land loopt. Ook hier worden wij gedwongen tot het maken van keuzes. Niet enkel in het persoonlijke leven. Ook daarbuiten. Ver daarbuiten. De barst in uw boek verplicht mij in de spiegel te kijken. Antwoord te zoeken op de vraag of die barst zich door mijn leven een weg heeft gebaand. Het antwoord op die ene vraag heb ik nog steeds niet gevonden.

 

Beste Anneleen. U schreef een machtig debuut. Een krachtig debuut. Uw boek greep mij aan. Omdat zo vele dingen in uw verhaal samenkomen. Ik las uw boek hier in België. In Zwijnaarde. Maar zo voelt het niet. U bracht mij naar Israël. Het voelt alsof ik daar het boek las. U schonk mij een aangrijpende reis. Waarbij u mij confronteerde met heel wat vragen. Levensvragen. Politieke vragen. Op vele heb ik nog geen antwoord. Maar dat is wat het leven is. Een zoektocht. Een constante zoektocht. Dat maakte u mij nog eens duidelijk. Daarvoor wens ik u te danken. Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.