Terug naar het Gravensteen, met Wouter Deprez als gids. Brief aan Wouter Deprez.

Gepubliceerd op 25 januari 2021 om 12:39

Beste Wouter,

 

Mijn vrouw had een verrassing. Voor mij. Wij zouden iets gaan doen. Een etentje? Een city-trip? Een wellnessweekend? Een film? Een feestje met vrienden? Een theatervoorstelling? Niks van dat alles was mogelijk. Corona, u weet wel. En toch. Toch had zij een verrassing. Ik brak mijn hoofd wat het zou kunnen zijn. Dat heb ik steeds weer met verrassingen. Ik wil achterhalen wat het is. Om dan te kunnen roepen: ik wist het, ik wist het, ik wist het, … Ik deed mijn uiterste best. Helaas. Het lukte mij niet. Ik zou moeten wachten. Tot de dag van de verrassing.

 

Zondag was de dag van de verrassing. Wij gingen met de auto. Naar het centrum van Gent. De auto lieten we achter. Te voet gingen wij verder. Voortdurend keek ik om mij heen. Elke stap dacht ik tegen de verrassing te zullen aanlopen. Ik zou overrompeld worden door de verrassing. Overvallen. Overmeesterd. Niks van dat alles gebeurde. Wij stapten gewoon verder. Rustig. Tot aan het Gravensteen. Aan de poort van het Gravensteen werd het mij duidelijk. Dit was mijn verrassing. Toch was dat nog niet alles. Er was meer. U zou mij rondleiden. U zou mijn gids zijn. Dat was de eigenlijke verrassing. U zou het verhaal vertellen van het Gravensteen. Via de audioguide zou u de geschiedenis in mijn oor fluisteren. Ik was enthousiast. Bijzonder enthousiast. Ik had u al aan het werk gezien. U was een geboren verteller. Een rasverteller. Dit kon niet verkeerd gaan. Daarvan was ik overtuigd. Heel misschien kan u het afleiden uit mijn woorden. Ik ben een fan. Dat wist mijn vrouw. Haar verrassing kon niet beter gekozen worden.

 

Mijn vrouw en ik spraken af dat we niet alles zouden beluisteren. Wij zouden het tempo bepalen. Niet de audioguide. Van bij het begin stelden wij evenwel vast dat van die afspraak niks in huis zou komen. U had ons in een houdgreep. U liet ons niet los. Elke keer dat u sprak, hielden wij halt. Wij zwegen. Wij luisterden. Van begin tot einde. Wij onderbraken u niet. Niet omdat wij niet zouden durven. Wel omdat wij beseften dat het niet hoorde. De mensen laten uitspreken, zo is het ons geleerd. Toch was het niet enkel de etiquette. Het is de manier waarop u vertelt. Die meeslepende manier houdt ons gebonden aan de audioguide. Uw stem maant ons tot rust. Tot kalmte. Uw stem zegt ons niet te haasten. Uw stem vraagt ons de tijd te nemen. Op het einde zal ik besluiten dat deze wandeling bijna een zen-ervaring was. Wij waren in de ban. Totaal in de ban. Voor heel eventjes waren wij weg van de wereld.

 

Tijdens de wandeling verandert uw rol. Terwijl wij u aanvankelijk beschouwden als gids vervelt u tijdens de wandeling. U wordt graaf Filips Van den Elzas. Het lijkt alsof u hem uw stem leent. Via u komt de graaf tot leven. Wandelt hij met ons mee. Toont hij ons de vele kamers van zijn bescheiden optrekje. Ik ga op in uw verhaal. In de getuigenis van de graaf. Ik verlaat de eenentwintigste eeuw. Al wandelend keer ik terug naar de twaalfde eeuw. Ik waan mij tussen de ridders. Tussen de jonkvrouwen. Tussen het personeel. Tussen de gasten. Voor die transformatie bent u verantwoordelijk. U flitst mij terug. Waar ik voorheen dacht dat enkel professor Barabas dat kon bewerkstelligen, dien ik nu vast te stellen dat u hetzelfde realiseert. U doet mij tijdreizen. Dat reizen maakt u mogelijk door de kracht van uw verhaal. U lijkt te beseffen dat u uw verhaal niet mag verstikken met geschiedkundige details. Jawel, de geschiedenis moet verteld worden. Dat doet u ook. In grote lijnen. Om uw verhaal aan kracht te doen winnen, prikkelt u de fantasie van de luisteraar. Waarbij u zoekt naar het juiste evenwicht tussen ernst en humor. Dat lukt u wonderwel. U vertelt op meesterlijke wijze. U vindt het juiste ritme. De juiste cadans. Waar het nodig is, gaat u stilletjes fluisteren. Waar het verhaal dat noodzakelijk acht, verheft u uw stem. U bent de verteller. Dat doet u met verve. Ik ben de luisteraar. Dat doe ik met overgave. Een beter contract kan niet gesloten worden.

 

Terwijl ik mijn audioguide inlever, valt het mij te binnen dat het meer dan veertig jaar geleden moet zijn dat ik nog binnen de muren van het Gravensteen stond. Toen was ik nog een jongetje. Een ventje. Met schoolreis waren we naar Gent gekomen. Naar het Gravensteen. Uw rondleiding herinnert mij aan dat kinderlijke enthousiasme van toen. Ik herbeleef het. Ik weet nu waarom ik toen zo enthousiast was. Ik weet nu waarom ik nu zo enthousiast ben. Omdat in het centrum van Gent een plek is waar de fantasie op een onnavolgbare manier wordt geprikkeld. Omdat in het centrum van Gent een plek is waar het toegestaan is te dromen van prinsen en prinsessen. Van koene ridders. Omdat in het centrum van Gent een plek is waar het mogelijk is u zelf een heldhaftige ridder te wanen. U hebt mij dat opnieuw doen beseffen. U stak mij aan met uw enthousiasme.

 

Beste Wouter. Ik wil u danken voor die fijne zondagmorgen. Ik heb genoten. Ik heb gedroomd. U bracht mij naar de middeleeuwen en voerde mij terug. Voor die buitengewone reis kan ik enkel dankuwel zeggen. Dankuwel, dus.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.