Geweld tegen de politie. Brief aan onze politieagenten.

Gepubliceerd op 1 december 2020 om 08:13

Beste agente,

Beste agent,

 

De zorgsector? Ik herinner mij het applaus. Elke avond om acht uur. Ik herinner mij de geschenken die aan ziekenhuizen geleverd worden. Taarten. Bloemen. Koeken. Maaltijden. Concerten. Aangeboden door bedrijven. Aangeboden door artiesten. Achterwege blijven bij de vele steunbetuigingen was geen optie. Iedereen moest mee. Werknemers in de sector werden plots helden. Voordien nauwelijks opgemerkt, nu op het ereschavot geplaatst. Volledig terecht. Ik had hierop niks aan te merken. Integendeel. Met veel enthousiasme deed ik mee. Elke avond gingen mijn handen op elkaar. Het was de evidentie zelve. Onze nieuwe helden vochten hun strijd. Voor ons. Een zekere waardering mocht daar tegenover staan. Dus jawel, applaudisseren maar. Terecht.

 

De afvalophalers? Het lijkt zo gewoon. ’s Avonds zetten wij onze vuilnis aan de deur. De volgende morgen wordt het opgehaald. Al jaren gebeurt het zo. Niemand stelt zich hieromtrent vragen. Dit jaar lijkt het anders. Wij zien niet enkel het vuilnis. Voor de eerste keer zien wij de mannen en vrouwen die datzelfde vuilnis ophalen. Het lijkt alsof wij wakker worden geschud. Aan dat wakker schudden wordt dankbaarheid gekoppeld. In die mate dat er een week van de afvalophalers in het leven wordt geroepen. Steunbetuigingen worden voor het venster gehangen. Voor die ene week doen wij ons uiterste best het vuilnis op een ergonomisch verantwoorde manier aan te bieden. Die week lijkt ons de juiste manier om onze appreciatie uit te drukken. Terecht.

 

De politie? Euh, euh, euh, … De politie? Geen applaus. Geen steunbetuigingen. Geen geschenken noch concerten aan de commissariaten. Geen heldenstatus. Geen week van de politie. Absolute stilte. Ik kijk om mij heen. Ik stel vast. Terecht? Ik dacht het niet.

 

Alvorens ik verder ga, wil ik mij toch even voorstellen. Om alles duidelijk te stellen. Om alles uit te klaren. Ik ben geen verbitterde collega, die misnoegd is om de misgelopen attenties en solidariteitsacties. Een politieagent ben ik niet. Ik ben een burger. Een simpele burger. Meer niet. Enkel in die hoedanigheid ben ik betrokken partij. Voorgaande wou ik u even meegeven. Om aan te tonen dat ik buiten het politieapparaat sta. U staat aan de ene kant. Ik sta aan de andere kant. Nu dit alles van de baan is, kan ik verder met mijn brief.

 

Heel waarschijnlijk zal u zich afvragen met welke bedoeling ik deze brief schrijf. Ik beken, de inleiding mocht wat korter. Toch was deze nodig. Om alles even te schetsen. Alvorens ik tot mijn eigenlijke betoog kom. Mijn betoog, dat nu volgt. Dat nu begint.

 

In de krant lees ik over geweld tegen de politie. Met een lichte mate van overdrijving zou ik durven beweren dat ik bijna dagelijks dergelijke meldingen van agressie lees. Het verbaasde mij. Meer nog, het begon mij te ergeren. Te storen. In die mate dat ik even op onderzoek ging. Zo mocht ik lezen dat dit jaar achtduizend vijfhonderd feiten van geweld tegen de politie werden geregistreerd. Omgerekend is dat bijna vijfentwintig keer per dag. Ik begreep het niet. Terwijl andere sectoren overladen werden met bewijzen van solidariteit, moesten jullie als het ware gaan schuilen. Vanuit het publiek kwam geen reactie. Niemand die het geweld veroordeelde. Jawel, vanuit de politiek kwam er reactie. Politici struikelden over elkaar om het geweld te veroordelen. Meer nog, onze minister van Justitie stuurde een omzendbrief waarin hij belooft politiegeweld systematisch te vervolgen. Voortaan zou een nultolerantie voor geweld tegen de politie gelden. Dat is goed. Uiteraard.

 

Toch meen ik te mogen stellen dat een omzendbrief niet voldoende is. Vanuit de maatschappij moet tegelijk het signaal gegeven worden dat geweld tegen onze politiediensten niet getolereerd wordt. Niet aanvaard wordt. In gevallen van agressie horen we telkens actoren uit het maatschappelijke veld. Zij dragen omstandigheden aan, die een verklaring zouden kunnen geven voor diezelfde agressie. Het zoeken naar een verklaring kan best nuttig zijn. Toch mag die mogelijke verklaring nooit een excuus zijn voor geweld. Geweld is een brug te ver. Altijd. In alle gevallen. Dat moet de houding worden. Dat moet de enige houding worden. Als burger moeten we die houding opnieuw laten doorsijpelen in de maatschappij. Als burger moeten we onze stem laten horen. Ik hoop met deze brief hierin een bijdrage te kunnen leveren. Ik hoop dat mijn brief hierin megafoonversterkend kan werken.

 

Kritische stemmen zouden kunnen opperen dat ik mij met deze brief monddood maak. Dat ik mij ontwapen om met een kritische blik te blijven kijken naar de werking van uw politiediensten. Ik ben een andere mening toegedaan. Ik meen dat ik via dit engagement net mijn stem versterk in het debat. Met mijn betrokkenheid plaats ik mij middenin het debat. Ik sta niet langer aan de kant. Ik kan mijn kritische stem laten horen als het gaat over de selectie. Als het gaat over de opleiding. Als het gaat over het functioneren.  Als het gaat over sanctioneren.  Die kritische stem zal op generlei wijze afbreuk doen aan deze brief. Die brief blijft overeind. Want een echt debat kan pas gevoerd worden in alle sereniteit. Respect versterkt enkel die sereniteit.

 

Deze brief is mijn applaus aan u. Mijn concert. Mijn steunbetuiging. Mijn geschenk. Mijn huldebetoon. Mijn dankuwel.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Steven De Plu
5 maanden geleden

Dankuwel

Ludwig Vandenhove
5 maanden geleden

Mooie, evenwichtige reactie.

Ludwig

Toon Verhoeven
5 maanden geleden

Mooi geschreven, Wim!! Geweld is nooit een oplossing.

Federale Politie
5 maanden geleden

Beste Wim! Een welgemeende dankuwel in naam van onze organisatie die jouw steun dubbel en dik apprecieert. Wij hopen samen met jou dat jouw brief inspirerend werkt al beseffen wij ook dat er veel mensen zijn die deze houding reeds aannemen. Het is alleszins een mooie geste. Merci! Vele groeten!

Catherine
5 maanden geleden

Wim, bedankt voor je steun! Je hebt geen idee hoe goed het voelt om eens te lezen dat er wel degelijk nog burgers zijn die respect hebben voor wat we doen! Een welgemeende dikke merci!