Alleen Elvis blijft bestaan, gezien op Canvas. Brief aan Thomas Vanderveken.

Gepubliceerd op 4 november 2020 om 13:15

Beste Thomas,

 

Het zal u vreemd lijken dat ik u nu pas schrijf. U bent net begonnen aan het tiende seizoen. Heel binnenkort is er de honderdste aflevering. Tijdens al die seizoenen nam ik nooit de tijd u een brief te schrijven. Ik was het wel van plan. Vaak nam ik mij voor een brief te schrijven. Ik deed het nooit. Helaas. Droom en daad kunnen al eens ver uit elkaar liggen. Een voornemen kan al eens enkel een voornemen blijven. Maar nu is het anders. Ik onderneem actie. Ik zet mij voor de computer. In dit jubileumjaar schrijf ik u eindelijk die brief. Om datgene te doen wat ik al zo lang had moeten doen. U feliciteren. Dat had al moeten gebeurd zijn. Want laat mij bij het begin van deze brief maar meteen duidelijk zijn. Uw programma is goed. Heel goed.

 

Het beste programma ooit. In lange tijd geen beter programma gezien. Dat weet u nu. U weet evenwel nog niet waarom ik die nogal gedurfde uitspraak doe. Duidelijkheid verschaffen, dat wil ik nu doen. Want stellingen kunnen niet zomaar geponeerd worden. Het zou jammer zijn dat mijn beweringen loos zouden zijn. Dat mijn beweringen zonder inhoud zouden zijn. Dat zou ik betreuren. Heel waarschijnlijk zou u dat jammer vinden. Ik zal dus mijn beweringen staven. Onderbouwen met ter zake doende argumenten.

 

Elke zaterdagavond schuif ik mee aan tafel bij u. Het voelt alsof ik lijfelijk aanwezig ben. Ik zit aan het hoofd van de tafel. U zit links van mij. De gast zit rechts van mij. U zal mij nog niet opgemerkt hebben. Want het is net als vroeger. Toen ik nog een klein ventje was. Bij familiefeesten ging ik ook aan tafel bijschuiven. Bij de grote mensen. Ik zweeg. Zo was het mij geleerd. Als grote mensen spraken, moesten de kleintjes zwijgen. Ik zweeg dus. Ik luisterde. Naar de verhalen. Over ons dorp. Verhalen uit een ver verleden. Uit een recent verleden. Ik luisterde. Naar pogingen om die grote wereld te begrijpen. Om die wereldse politiek te duiden. Ik hing aan de lippen. Te bang om één woord te zeggen. Te bang om één zucht te slaken. Want zo zou ik enkel maar de aandacht op mij vestigen. Dat zou het einde van de avond betekenen. Vader en moeder zouden schrikken dat die kleine nog wakker was. Zij zouden mij naar boven sturen. Dat wilde ik vermijden. Daarom zweeg en luisterde ik. Dat gevoel heb ik ook bij jullie. Ik wil niet storen. Bovenal wil ik dat het gesprek voortgaat. Dat jullie niet worden afgeleid. Ik luister naar de vragen. Ik luister naar de antwoorden. Ik kijk van links naar rechts. Van rechts naar links. Ik geniet.

 

Toch is het niet enkel dat heerlijke gevoel. Dat zou wat minnetjes zijn. Om enkel op basis daarvan uw programma als beste te omschrijven. Er moet dus meer zijn. Inderdaad, er is meer. Veel meer. Er wordt dikwijls wel eens gezegd dat de juiste man ook op de juiste plaats dient te zijn. Dat is zo met u. U bent de juiste man. Op de juiste plek. U weet hoe u een gesprek moet leiden. Of neen, laat het mij anders formuleren. U weet hoe u een gesprek moet voeren. Dat is juister geformuleerd. Want leiden doet u niet. U en uw gast staan op gelijke voet. Als er dan toch een verschil moet zijn, bent u eerder de aangever. Uw interventies zijn enkel bedoeld om de andere te laten schitteren. Die zaterdagavond moet niet uw avond worden. Het moet de avond van uw gast worden. Van uw kijkers. Dat besef maakt u nederig. Doet u de juiste toon aanslaan. Intussen luister ik naar de vragen. Ik luister naar de antwoorden. Ik kijk van links naar rechts. Van rechts naar links. Ik geniet.

 

U bent wel voorbereid. Uiteraard. Dat is zo. Maar die voorbereiding saboteert het gesprek niet. Het zou kunnen gebeuren dat u bewijs wenst te leveren van uw kennis. Om zo te tonen dat u op gelijke hoogte staat. Dat doet u niet. Integendeel. U laat uw voorbereiding niet in de weg van het gesprek staan. U luistert. Dat luisteren bepaalt de richting van het gesprek. Uw voorbereiding houdt u achter de hand. Om het te gebruiken als het gesprek zou stokken. Maar dat doet het niet. Bijna niet. In die zeldzame gevallen hebt u de professionaliteit te schakelen. Over te gaan op een ander thema. Dat doet u gezwind. Nauwelijks merkbaar. Als vanzelf gaat het. Intussen luister ik naar de vragen. Ik luister naar de antwoorden. Ik kijk van links naar rechts. Van rechts naar links. Ik geniet.

 

Een goed gesprek vraagt de juiste gesprekspartners. Van u weten wij intussen dat u een goede gesprekspartner bent. Al tien seizoenen lang levert u hiervan het bewijs. De grootste onzekerheid is dus uw gast. Degene met wie u anderhalf uur een gesprek zal moeten voeren. Ik weet niet hoe u het doet. Maar u doet het. U weet voor elke aflevering een juiste gast te kiezen. Soms is hij mij onbekend. Een onbekendheid die mij doet aarzelen om toch bij te schuiven. Maar ik doe het telkens weer. Zo kom ik tot die slotsom. De bekende namen bevestigen. De onbekende namen verrassen. Elkeen weet zijn vakgebied te overstijgen. Het gesprek beperkt zich niet. Geen van de gesprekspartners laat dat toe. Bovendien weet u op de juiste wijze uw gasten uit hun vakgebied te leiden. Op die momenten worden de gesprekken nog interessanter. Nog intiemer. Nog warmer. De gesprekspartners krijgen een gezicht. Het masker valt af. In al die persoonlijke verhalen word ik telkens weer getroffen door een levenslust. Door een goesting in en voor het leven. Ik voel een passie, die de motor is van hun handelen. Dat te mogen aanhoren is een voorrecht. Meer nog, het is een aansporing. Om op eenzelfde manier volop en voluit te leven. Al die verhalen zijn een ode aan het leven. Intussen luister ik naar de vragen. Ik luister naar de antwoorden. Ik kijk van links naar rechts. Van rechts naar links. Ik geniet.

 

Wat mij ook telkens weer ontroert, is uw betrokkenheid. Wat uw gast vertelt, komt binnen. Het gaat niet aan u voorbij. U gaat niet van vraag naar vraag. U neemt uw tijd. Soms wenst u te begrijpen. Soms wenst u meer verduidelijking. Soms gebeurt het dat u beiden op zoek gaat naar begrip. Naar verduidelijking. Alsof u beiden begrijpt dat het noodzakelijk is. Dus gaan jullie samen zoeken. Naar een antwoord. Naar een juist antwoord. De volgende vraag moet dan maar even wachten. Soms laat u zelfs heel even de stilte toe. Een fractie van een seconde slechts. Een belangwekkende fractie. Want hierin kan de luisteraar begrijpen dat u via die stilte wenst te troosten. Dat u via die stilte rust wilt bieden. Soms moet het ritme even naar beneden. U laat het toe. Omdat alles te dichtbij komt. Opnieuw. Dan laat u toe om even afstand te nemen. U toont interesse. Maar net zozeer toont u compassie. Net zozeer toont u begrip. Intussen luister ik naar de vragen. Ik luister naar de antwoorden. Ik kijk van links naar rechts. Van rechts naar links. Ik geniet.

 

Beste Thomas. Ik heb het geprobeerd. Ik heb geprobeerd te duiden waarom ik een zo grote fan ben van uw programma. Misschien heb ik het nog niet duidelijk genoeg gezegd. Maar ik ben fan van uw programma omwille van u. Niemand anders had dit kunnen doen. Had dit op eenzelfde manier kunnen doen. En ik weet, heel waarschijnlijk ga ik voorbij aan een volledig team, dat achter de schermen het beste van zichzelf geeft. Uiteraard voor hen alle respect. Want zij laten u schitteren. Zij laten uw gesprekspartner schitteren. Daarom, voor u en uw team, een dikke merci.

 

Ik kijk niet enkel uit naar de honderdste aflevering. Ik kijk ook uit naar alle volgende seizoenen.

 

Met vriendelijke groeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.