Uitgelezen: De ondankbare vluchteling. Brief aan Dina Nayeri.

Gepubliceerd op 13 mei 2020 om 12:36

Beste Dina,

 

Soms werken boeken door in andere boeken. Onlangs las ik In tijden van besmetting. Van Paolo Giordano. In dat boek schrijft hij dat een gebrek aan solidariteit een gebrek aan verbeeldingskracht is. Aan dat ene zinnetje moet ik bijna constant denken als ik uw boek lees. Dat ene zinnetje flitst bijna constant door mijn hoofd. Dat gebeurt niet zomaar. Dat ene zinnetje sluit perfect aan bij de redenen waarom u meent dit boek te moeten schrijven.

 

U stelt vast dat de wereld de vluchtelingen de rug toekeert. Het Westen, een moeder die ooit ballingen en verschoppelingen adopteerde, krijgt nu steeds meer eeltplekken rond haar hart. Eeuwenlang heeft de beschaafde wereld het recht op asiel gerespecteerd. Het is het recht op een veilige haven voor mensen die in gevaar zijn. In de nieuwe eeuw worden vraagtekens gezet bij deze eenvoudige fundamentele overtuiging. Wij weigeren ons falen te aanvaarden. Wij kijken weg en kloppen ons op de borst. Cijfers, dat is ons beleid. Geen mensen. U wenst tegen de stroom in te gaan. U wenst onze verbeeldingskracht aan te scherpen. Zodat onze bereidheid tot solidariteit wordt geherwaardeerd. Daarom wilt u vertellen. Daarom gaat u reizen. Daarom gaat u ontmoeten. Daarom doet u wat u doet in dit boek. U vertelt verhalen. U vertelt uw verhaal. U vertelt het verhaal van anderen.

 

Om dat verhaal helder te stellen splitst u het verhaal op in vijf delen. Vijf stappen in het verhaal van een vluchteling. Vijf stappen die elke vluchteling moet doormaken. Vluchten. Vluchtelingenkampen. Asiel. Assimilatie. Culturele repatriëring. In elk van die stappen onthult u een deel van uw verhaal. Vertelt u het verhaal van anderen. Uw ervaringen en hun verhalen hebben uw kijk op de vluchtelingenproblematiek getekend. Gevormd. Die kritische blik stopt u niet weg. Die weeft u doorheen de vele verhalen. Op vele gebieden ziet u dingen verkeerd lopen. Die dingen legt u bloot. Scherp en duidelijk.

 

Een eerste punt van kritiek is het nogal geforceerde onderscheid tussen vluchtelingen en economische migranten. Economische migranten zouden gelijkgesteld worden met opportunisten. Met dat onderscheid hebt u het bijzonder moeilijk. Omdat het de vluchtelingen dwingt afstand te nemen van de opportunist. Omdat het de beweegredenen van een economische migrant meteen verdacht maakt. Het onderscheid tussen wat gevaar is en wat opportunisme is kwetsend. In beide gevallen is het de angst. Daar mag niet aan getwijfeld worden. Dat vraagt medeleven. Tegelijk kan u niet begrijpen waarom vluchtelingen en migranten geen ambitie mogen hebben. U kan niet begrijpen waarom ambitie bij hen plots opportunisme wordt.

 

Dat onderscheid heeft consequenties. Nooit is het duidelijk wanneer iemand een economische migrant is en wanneer niet. U vraagt zich af wie dat bepaalt. Wie dat beslist. Bij dat punt aangekomen blijft u stilstaan bij de asielambtenaren. Over hen oordeelt u bijzonder streng. U schrijft dat een asielambtenaar de verbeelding en de verwondering opgeeft. Ambtenaren gaan niet op zoek naar de waarheid. Wel naar tegenstrijdigheden. Niet redden is het doel. Wel afwijzen. Dat doen zij omdat het beleid zich focust op cijfers. Al het andere doet er niet toe. Om aanvaard te worden als vluchteling moet het verhaal niet verteld worden op de manier van de vluchteling. Het moet verteld worden op de manier van het land van aankomst. Dat impliceert dat het verhaal moet gebracht worden op een westerse manier. Omdat het land van aankomst de redenen voor aanvaarden bepaalt. Daar komt nog eens bovenop dat asielambtenaren de logica van een democratie toepassen op wrede dictaturen.

 

Dat alles maakt het asielsysteem vrij oneerlijk. Het houdt geen rekening met klassenverschillen, met laagopgeleiden, met traumaslachtoffers, met slachtoffers van verkrachtingen. U stelt duidelijk dat iedereen een reden heeft om te vertrekken. Om dat heel scherp te stellen verwijst u naar een gedicht van Warsan Shire. Daarin schrijft zij dat niemand zijn huis verlaat tenzij dat huis de bek van een haai is. Hierbij aansluitend schrijft u dat een verspild leven ook een leven in gevaar is. Dat besef zou harder moeten doordringen in het beleid. Bij de asielambtenaren. Uiteindelijk komt u opnieuw uit bij de centrale stelling in dit boek. Dat de mens centraal moet gesteld worden.

 

De reden waarom het niet lukt die mens centraal te stellen is het taalgebruik. De taal zoals die gebruikt wordt door regeringsleiders en politici. In het vluchtelingendebat herhaalt men steeds weer die termen: stroom, zwerm, stortvloed, … Als wij overstelpt worden, moeten grenzen gesloten worden. Moeten mensen geweigerd en teruggestuurd worden. Cijfers zijn dan het bewijs van daadkracht. D mens in dit verhaal moet dan maar eventjes aan de kant gezet worden. Tegenover dat flinke taalgebruik plaatst u de cijfers. Voor één keer valt u terug op cijfers. Omdat u het nodig acht. In 2017 vroegen in de 28 landen van de EU 650.000 mensen voor het eerst asiel aan. Dat is 1.270 op één miljoen Europeanen of 1 vluchteling op 1.000 Europese burgers. Van die aanvragen heeft Europa meer dan de helft afgewezen. Stroom? Zwerm? Stortvloed?

 

In de vijf stappen van uw verhaal houdt u ook halt bij assimilatie. U schrijft dat assimileren geen beleid is dat je kunt aanbevelen op posters of dat je kunt laten meten door statistici. Assimileren is proberen een nieuwe taal meester te worden. Dat proberen kan niet van één kant komen. Voor een blijvende, zich stap voor stap ontwikkelende assimilatie is een wisselwerking nodig. U stelt dat assimilatie wederkerig en nederig is, en vervlochten met de multiculturaliteit.

Hierbij aansluitend benadrukt u dat de waarde van de migrant niet voortkomt uit zijn nut voor de westerling. Het is alsof een migrant een investering is, die rendement moet geven op die investering. U stelt vast dat iedereen zijn best doet om het Westen te laten zien wat een goede investering hij zou zijn. Die drang verdwijnt niet zodra de migrant gesetteld is. Dankbaarheid is een vast onderdeel van het innerlijke leven van een vluchteling.

 

Op die dankbaarheid wordt de migrant vaak aangesproken. In het terugbetalen van de schuld aan het Westen moet een vluchteling afstand nemen van zijn land van oorsprong. Het label van vluchteling verhindert dat je iets goed kan vinden van het oorspronkelijke land. Want indien je dat toch zou doen, word je opnieuw migrant. Maar die dankbaarheid werkt ook andersom. Het uiten van kritiek op het land van aankomst zou bewijs leveren voor ondankbaarheid. Het land van aankomst heeft de vluchteling(e) ontvangen en alles gegeven. Dat zou hem of haar monddood moeten maken. Want indien hij of zij toch rechtop zou staan en kritiek uiten, is het verwijt van ondankbare vluchteling snel gemaakt. Een vluchteling moet afstand doen van zijn land van oorsprong. Moet zijn land van aankomst kritiekloos omarmen. Pas als de vluchteling nergens thuis is, kan diezelfde vluchteling aanvaard worden. Dat is een koord waarop het moeilijk balanceren is.

 

Beste Dina. Ik wil u danken voor uw boek. Voor uw oproep tot meer verbeelding. Tot meer verwondering. Mijn verbeeldingskracht is reeds groot. Diezelfde verbeeldingskracht maakt mij mild. Dat dacht ik steeds. Toch kan er in dit debat nooit genoeg verbeeldingskracht zijn. Uw heldere analyse heeft mij nog alerter gemaakt. Nog waakzamer.  Nog bewuster.  Nog gevoeliger.  Voor dat alles dank ik u graag en uitgebreid.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.