Uitgelezen: In tijden van besmetting. Brief aan Paolo Giordano.

Gepubliceerd op 6 mei 2020 om 13:03

Beste Paolo,

 

Het zijn gekke tijden. Het zijn vreemde tijden. Het zijn coronatijden. Plots bevindt iedereen zich ineens in een onverwachte leegte. Iedereen zoekt een manier om die leegte op te vullen. Creativiteit en inventiviteit blijken plots een onuitputtelijke bron. Een bron, waaruit allerlei leuke ideeën opborrelen. U zelf leunt ook niet lui achterover. U grijpt die leegte aan om te schrijven. U wil vastleggen. U wil die crisis niet zomaar laten voorbijglijden. U wil vastleggen zodat ons bewustzijn niet verdampt zodra onze angst is overwonnen.

 

In die onverwachte leegte schrijft u een boek. Een dun boekje. Slechts tachtig bladzijden. Maar laat hierover geen enkel misverstand bestaan. Dat dunne boekje bruist van verhelderende inzichten. Van confronterende gedachten. Het is duidelijk, u hebt nagedacht. Grondig nagedacht. Beknopt en compact belicht u de vele facetten van deze crisis. U schrijft over de impact. Over de gevolgen. In uw tekst ontwar ik richtingaanwijzers. Knipperlichten. Geheel vrijblijvend is dit boek niet. U wijst de lezer op zijn of haar verantwoordelijkheid. In de aanpak van deze crisis. In de nieuwe wereld na deze crisis. Wij moeten aan het werk. Dat wordt heel duidelijk.

 

De coronacrisis dwingt ons iets geks te doen. Bij het maken van individuele keuzes moeten we nu rekening houden met de ander. Om vele redenen moeten we in die keuzes geen risico’s nemen. U raadt ons aan geen risico’s te nemen om het zorgsysteem niet te overbelasten. Om anderen te beschermen. U hoopt dat deze nieuwe manier van denken en handelen niet van slechts tijdelijke aard is. U hoopt dat wij deze nieuwe vorm ook met ons meedragen lang na de crisis. Dat zou een pluspunt zijn. Even moet ik denken aan Johan Cruijff. U bent een Italiaan. Heel waarschijnlijk bent u gek van voetbal. U zal dat ‘voetballertje’ dus wel kennen. Eén van zijn beroemdste uitspraken is dat elk nadeel zijn voordeel heb. Dat lijkt hier van toepassing.

 

U nodigt ons uit deze quarantaine aan te grijpen om na te denken. U hoopt dat we verder komen dan enkel e-peritieven. Wij zouden moeten nadenken over de wereld. Die wereld wordt steeds complexer. Wij moeten vaststellen dat het persoonlijke en het mondiale op zo’n raadselachtige manier met elkaar verknoopt zijn. Het zet onze zekerheden op losse schroeven. Dat is nochtans wat we willen. Vanuit een reflex naar veiligheid en geborgenheid willen wij die zekerheden. Maar die kunnen helaas niet geboden worden. Zelfs niet door de wetenschap. We hebben ons vertrouwen in de instituten verloren. We zouden de wetenschappers willen vertrouwen maar die zijn onzeker. Wij zijn allemaal onzeker en daardoor gedragen we ons nog slechter dan anders. Waardoor het onderlinge vertrouwen verder afkalft. Het blijkt een vicieuze cirkel te zijn. Wij blijven in rondjes draaien. Dat veroorzaakt paniek en doet ons uitwijken naar foute informatie. Naar ‘alternatieve wijsheden’. Naar fake news. Die foute informatie is vaak helder en duidelijk. Het biedt ons die zekerheid, waarnaar wij zo verlangen. In dat kluwen is het niet zo eenvoudig een breed gedragen beleid uit te tekenen. Daarom vraagt u de lezer om na te denken. Om alles uit te klaren. Om alles scherp te stellen.

 

Die nood aan scherpstelling zullen wij ook nodig hebben bij het beantwoorden van die ene vraag. De schuldvraag. Al te gemakkelijk zou het zijn met een beschuldigend vingertje te wijzen naar China. Wij zouden hierbij enige compassie mogen tonen. U meent dat wij datzelfde vingertje ook naar ons mogen richten. In een opsomming herinnert u ons aan onze agressie tegen het milieu. Aan ontbossing. Aan het uitsterven van diersoorten. Aan de onstuitbare verstedelijking. Aan de intensieve veehouderij. U stelt dat wij de meest invasieve soort zijn in een fragiel en schitterend ecosysteem. We zullen onszelf in vraag moeten stellen. Want één ding acht u zeker. Als we blijven doorgaan als voorheen, zal wat we nu meemaken opnieuw gebeuren. Meer nog, het zal vaker gebeuren. Daarom acht u het noodzakelijk dat wij onderzoek doen naar de oorsprong van het virus. Dat onderzoek is broodnodig. Zodat wij daaruit kunnen leren. Zodat wij daaruit de nodige lessen trekken en ons handelen bijsturen waar nodig is. Dat onderzoek is net zo belangrijk als het indammen van het virus.

 

Het coronavirus lijkt wel alomtegenwoordig. Op alle fronten. Vragen moeten gesteld worden. Antwoorden moeten gezocht worden. Bij het begin van uw boek schrijft u dat het coronavirus niet meer slachtoffers zal gemaakt hebben dan andere epidemieën. Wel heeft dit virus zich het snelst verspreid over de wereld. Het maakt duidelijk op hoeveel niveaus we met elkaar verbonden zijn. Grenzen, regio’s, wijken bestaan niet meer. Deze crisis overstijgt cultuur en identiteit. Om deze crisis te boven te komen, zullen we solidair moeten zijn. Niet enkel met onze buren. Niet enkel binnen onze grenzen. Onze solidariteit zal die grenzen moeten overstijgen. Ook hierover zal moeten nagedacht worden. Maar zoals u reeds schreef, we hebben tijd. Wij zitten opgesloten. Dan is denken over een andere, betere en solidaire wereld best wel een aanlokkelijk idee.

 

U eindigt uw boek met een oproep. Een oproep aan de lezer. U vraagt onze tijd nuttig te besteden. U vraagt bij onszelf na te gaan hoe we hier gekomen zijn. Hoe we de draad weer op willen pakken. U beseft dat wij in die nuttige tijd de abnormaliteit zullen moeten omarmen.

 

U zal misschien de opmerking maken dat ik in mijn brief nogal van de hak op de tak spring. Dat de opbouw van mijn brief nogal rammelt. Dat zou kunnen. Dat is misschien eigen aan een brief. Een brief is vaak een weerslag van wat er op dat ene moment door het hoofd van de briefschrijver gaat. Dan kan het gebeuren dat de heldere structuur wegvalt. Bij u is het anders. U schrijft boeken. U denkt na over de opbouw. U verzamelt alle elementen en zet die elementen op de juiste plaats. In de juiste volgorde. U beseft dat dit noodzakelijk is om tot een helder betoog te komen. Want enkel die helderheid kan de boodschap ingang doen vinden.

 

Laat mij aan het eind van deze brief dan maar heel erg duidelijk zijn. U schreef een helder betoog. Een overtuigend betoog. Uw boodschap is binnengekomen. Twee dingen kan ik slechts hopen. Dat uw boek door velen wordt gelezen. Dat uw boek door regeringsleiders wordt gelezen. Want als u één ding in uw boek hebt aangetoond dan is het dat het anders moet. Op vele vlakken.

 

Beste Paolo. Ik heb uw boek gelezen. Ik kan enkel besluiten dat u uw tijd nuttig hebt besteed. Meer dan nuttig. U hebt niet enkel nagedacht. U hebt het resultaat van uw denkoefening terecht gedeeld. Daarom kan ik u enkel danken. Dank voor uw tijd. Dank voor uw boek. Dank voor uw oproep.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak een Gratis Website met JouwWeb