Uitgelezen: Vaderliefde. Brief aan P.F. Thomése.

Gepubliceerd op 22 april 2020 om 17:01

Beste P.F.,

 

Het lijkt een beetje vreemd iemand aan te spreken met initialen. Maar zo gaat u door het leven als auteur van uw vele boeken. Mijn nieuwsgierigheid dwong mij evenwel op zoek te gaan naar de namen die achter die initialen schuilen. Pieter Frans, dat zou het moeten zijn. Pieter Frans Thomése, dat zou uw naam moeten zijn. Uw volledige naam. Alweer ben ik een heel klein beetje wijzer geworden. Zouden we dit als een klein wist-je-datje mogen beschouwen? Eéntje waarmee je kan uitpakken als wij weer op straat mogen komen en weer vrienden mogen ontmoeten. Ik hou het in mijn achterhoofd. Om er op het juiste moment mee uit te pakken. Om er op het juiste moment mee te scoren.

 

Uw naam is uiteraard niet de reden waarom ik u deze brief schrijf. Uw boek Vaderliefde is de reden waarom ik mij in een brief tot u richt. Daarover wil ik het hebben. Dat lijkt mij toch wat zwaarder te wegen als basis voor een brief. Althans, dat is wat ik denk. Dat is wat ik hoop.

 

Een paar kartonnen dozen zetten u aan tot het schrijven van uw boek. U beseft dat verhalen nodig zijn omdat zij ons met elkaar verbinden. Als ze niet doorverteld worden eindigt het leven in een doos op zolder. Dat zou u jammer vinden. U gaat aan het werk. In dit boek zal u trachten het verhaal te vertellen van uw vader. Van uw moeder. Van uw familie. Het voelt alsof dit het juiste moment is. Uw vader stierf als u 21 jaar oud was. Uw moeder stierf recent. Pas nu kon u voluit over hen schrijven. U lijkt bevrijd te zijn van de aanwezigheid van de twee mensen met wie u tijdens hun leven weinig kon.

 

Het vertellen van die verhalen is niet zo evident. Uw vader en moeder verschilden nogal hevig. Uw vader was een verhalenverteller. Hij vertelde verhalen die uiteindelijk mythes werden. Familiemythes. Die verhalen werden losgekoppeld van namen en plaatsen. U stelt dat uw vader een liefhebber is van het aangeklede verhaal. Hierbij wordt weinig nadruk gelegd op de feitelijkheid. Wel is er veel aandacht voor de beleving. Die verhalen vertelde uw vader op de rand van uw bed. Als u nog een jong ventje was. U moet erkennen dat u wel luisterde maar niet opnam. Ooit heeft uw vader de bouwstenen voor het verhaal aangereikt. Nu moet u die bouwstenen opnieuw stapelen. Op een juiste wijze. Op een uitgebalanceerde wijze.

 

Terwijl uw vader wel de grondstof aanreikte, was het bij uw moeder anders. Zij vertelde niets. Zij meed emoties. Haar emoties. De emoties van anderen. Haar leven mocht geen verhaal worden. Zij stierf en nam al haar niet-getoonde emoties en niet-vertelde verhalen mee. Bij haar overlijden stelt u vast dat degene die zij moest geweest zijn ongezien was ontkomen. U had een moeder verloren die u nooit gehad had. Er was een intimiteit verdwenen die er nooit geweest was. Pas nu kon zij dan,kzij haar afwezigheid alsnog uw moeder worden. U schuifelt haar kant op. Een dode wordt een ander, iemand die zich postuum opnieuw aan u voorstelt.

 

Terwijl u zachtjes naar uw moeder schuifelt, voelt u ook de noodzaak om dichter bij uw vader te komen. Want tussen uw vader en u is afstand gegroeid. In uw boek moet u bij zichzelf erkennen dat u in uw jonge leven al te druk bezig was u van uw vader te verwijderen. Een kloof ontstond. Uw vader hield koppig vast aan het onhoudbare verleden van een geïdealiseerde jeugd en raakte daardoor achterop op de actuele werkelijkheid. Er niet bij horen beschouwde uw vader als een deugd. Altijd weer was hij net iets anders. Daardoor kon iemand tot het besluit komen dat uw vader faalde in het leven. Dat falen leek u als orgelpunt te nemen van uw vrolijke levensfilosofie. U leek uw vader bovendien te verwijten dat hij niet voluit gefaald had. Hij had toegevingen gedaan. Dat wou u niet. U zou de faalgeschiedenis herhalen. Fataal deze keer. In dat streven kwam u in botsing met uw vader.

 

In de reconstructie van de familieverhalen ontdekt u dat iemand meer bestaat uit wat hij of zij niet vertelt. Van datgene wat niet verteld werd moet u nu bewijs aandragen. In dat zoeken naar bewijs botst u op dingen. U delft materiaal op waaruit moet blijken dat uw vader een verzetsheld was. Dat uw vader een kampslachtoffer was. Uw moeder gaat u beter begrijpen als u achterhaalt dat zij lange tijd in armoede heeft geleefd. Armoede tekende haar leven. Zij was angstig dat de grond onder haar voeten er ineens niet meer zou zijn. In die angst meende zij ook haar kinderen te moeten behoeden voor te hoge verwachtingen. In het graven naar verhalen komt u uiteindelijk tot een bijna volledig verhaal. Een volledig verhaal dat tot begrip kan leiden. Begrip voor de wijze waarop vader en moeder hun leven hebben geleid.

 

In het vertellen van uw familieverhalen beperkt u zich niet enkel tot vader. Tot moeder. Andere figuren duiken op. Zo staat u stil bij uw voorvader. Hij was soldaat van Napoleon. U leidt ons binnen in Versailles. Want uw familie zou aanzienlijke contacten hebben gehad aan het hof van Versailles. Net zozeer stappen wij binnen bij het koninklijke hof van Nederland. Uw familie heeft een overtuigend toegangsticket tot het hof. U voert ons naar Canada. Wij gaan op bezoek bij nonkel Verne. Hij is een oorlogsheld. Gevochten in Italië. Gevochten in Normandië. Die oorlogsheld spreekt tot uw verbeelding. Er was ook die andere nonkel. Die nonkel in Amerika. Die autopionier voedde uw dromen. U vertelt over succesvolle zakenmannen. Zakenmannen die imperiums uitbouwden. Maar net zozeer vertelt u over minder succesvolle zakenmannen. Zakenmannen die imperiums te gronde richtten. Jawel, uw familie bied voldoende stof voor fantastische verhalen. Die verhalen brengt u samen in dit boek. Niet enkel families worden in dit boek terugkerend in de tijd tot leven gewekt. Net zozeer worden huizen opnieuw opgetrokken. Net zozeer worden tijden gereconstrueerd.

 

Aan het eind van uw boek beseft u dat u een provisorisch onderkomen zal moeten verzinnen voor de niet vertelde verhalen, de half vertelde verhalen, de onbewust of bewust verzonnen verhalen. U beseft dat u daarin zal moeten ronddolen, radend, vermoedend en nooit iets zeker wetend. Dat is niet het enige wat u beseft aan het eind van uw boek. Tegelijk beseft u dat uw zoons hetzelfde lot wacht. Zij zullen met uw verhaal aan de slag moeten. Een jigsaw puzzle met te weinig stukjes om het plaatje compleet te maken. Dat zullen ook zij moeten leggen.

 

Dat besef dringt ook bij mij binnen. Dat ik zelf ook aan de slag zal moeten. Om het verhaal van mijn moeder te reconstrueren. Om het verhaal van mijn vader te reconstrueren. Angst slaat mij om het hart. Ik hoop dat ik bij leven voldoende bouwstenen zal verzameld hebben. Ik hoop dat ik voldoende zal geluisterd hebben. Ik weet het niet. Ik twijfel. Er moeten nog verhalen verteld worden. Dat weet ik zeker. Ik moet aan het werk. Ik moet gaan verzamelen. Het kan nog. Terwijl ik dat denk, moet ik huilen. Ik huil en sla uw boek dicht. Uw boek waarin ik een opdracht lees. Van u aan mij.

 

Beste P.F. Ik dank u voor de uitnodiging. De uitnodiging om kennis te maken met uw familie. De uitnodiging om samen met uw familie doorheen de tijd te reizen. Ik kan enkel maar blij zijn dat ik die uitnodiging aanvaardde. Het werd een fantastische en emotionele reis. Met u als schitterende begeleider. Bovendien verwoordt u die reis in een beeldrijke taal.  Helder en klaar.  Heel soms bijzonder poëtisch.  U lijkt een woordensmid, die elk gesmeed woord op de juiste plek invoegt.  Om dat alles dus, van harte bedankt.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.