In tijden van corona: waarom ik elke avond applaudisseer. Brief aan onze heldinnen en helden van de zorg.

Gepubliceerd op 23 maart 2020 om 12:25

Beste heldinnen,

Beste helden,

 

U zorgt. U verzorgt. U moedigt aan. U troost. U mildert pijn. U luistert. U praat. U verduidelijkt. U relativeert. U knuffelt. U knikt. U knipoogt. U steunt. U ondersteunt. U informeert. U herhaalt. U verhult. U onthult. U roept. U fluistert. U wast. U verschoont. U complimenteert. U waakt. U volgt op. U verwittigt. U grijpt in. U zwoegt. U zweet. U lacht. U huilt. U deelt. U stormt. U raast. U talmt. U houdt zich in. U bevestigt. U ontkent. U begrijpt. U verlicht. U waarschuwt. U geeft hoop. U observeert. U waakt. U stelt vast. U concludeert. Al die dingen doet u. Elke dag opnieuw. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Zo normaal dat u elke keer weer schrikt bij een dankuwel. U doet wat van u verwacht wordt. Wat de maatschappij van u verwacht. U doet wat uw job vraagt te doen. Elke dag opnieuw. Telkens met eenzelfde enthousiasme. Telkens met eenzelfde gedrevenheid. Nooit haakt u af. U gaat door. Onopvallend. Zonder tromgeroffel.

 

Maar dan is er die crisis. De coronacrisis. De media zoomt in op u. Plaatst u op de voorgrond. Uw importante rol in het terugdringen van het virus wordt herhaaldelijk en overdadig belicht. Terecht. Volledig terecht. U bent deel van onze verdedigingslinie. Plots herinneren wij u. Plots denken wij terug aan dat ene moment. Aan die meerdere momenten. Momenten waarop wij afhankelijk waren. Momenten waarop wij zwak en kwetsbaar waren. Momenten waarop wij ons lot in uw handen legden. Momenten waarop wij ons aan u overgaven. Wij herinneren ons die momenten. Wij herinneren ons uw gezichten. Met die herinneringen gaan wij ons realiseren dat wat u doet niet evident is. Eindelijk gaan wij begrijpen dat wat u doet uitzonderlijk is.

 

Nu komen die uitzonderlijke omstandigheden er nog eens boven op.  U schakelt een versnelling hoger.  Een nog hogere versnelling.  U doet het gewoon.  Nochtans had u andere opties. Deze uitzonderlijke omstandigheden had u kunnen aangrijpen om het werk neer te leggen. U had kunnen staken. U had een mars op Brussel kunnen organiseren. U had kunnen postvatten in de Wetstraat. U had onze premier uw eisen kunnen overmaken. Eisen, waarvan u zeker was dat zij zouden ingewilligd worden. Omdat u zich geruggesteund weet. Door ons. Door de maatschappij. U had de regering kunnen vragen uw looneisen in te willigen. Aan diezelfde regering had u kunnen vragen uw eisen inzake personeelsbezetting eindelijk ernstig te nemen. U had kunnen eisen dat het vereconomiseren van de zorg moet teruggeschroefd worden. Dat de zorg opnieuw een sociale sector moet worden, geen economische sector. Een sociale sector waar andere dan economische wetmatigheden gelden. Een sector waar de patiënt centraal staat, niet de winst. Dat alles had u kunnen eisen. De regering zou al uw eisen inwilligen. Omdat het niet anders kon. Deze crisis zou onze regering daartoe dwingen. Eindelijk zouden zij de witte woede ernstig nemen. Eindelijk zouden zij u niet langer afwimpelen. Dat alles had u kunnen doen. Maar u doet het niet. Omdat u beseft dat u datgene moet doen waarvoor u gekozen hebt. Nu meer dan ooit. U moet verplegen. U moet genezen. U moet verzorgen. Dat is uw roeping.

 

U had nog een optie. U had kunnen verzaken aan uw taken. U fronst met de wenkbrauwen. Nochtans zou u hierin niet alleen staan. Er zijn nog anderen die verzaken aan de opdracht waartoe zij werden geroepen. Inderdaad, onze politici. Al vechtend rollen zij over de straatstenen. Hun communicatie beperkt zich tot het uitvaardigen van oekazes tegen deze of gene partij. Politieke spelletjes is wat hen bezighoudt. Er wordt niet gezocht naar kansen op samenwerking. Enkel wordt gekeken naar kansen op tegenwerking. Onze politici lijken zich niet bewust van de impact van deze politieke crisis. Zij modderen maar aan. Zij rommelen maar verder. Net als onze politici had u kunnen verzaken. U had deze crisis kunnen negeren. Dat wij u vanop de zijlijn zouden toeschreeuwen eindelijk aan het werk te gaan, daaraan zou u voorbijgaan. U zou doof blijven voor onze aansporingen tot actie. Net als onze heren en dames politici. Dat alles had u kunnen doen. Maar u doet het niet. Omwille van uw beroepseer. Uw beroepstrots. Omdat u in tegenstelling tot onze politici de ernst van de situatie inziet.

 

Uiteindelijk doet u in deze crisis wat u altijd doet. U gaat aan de slag. Met nog meer inzet. Met nog meer gedrevenheid. U beseft dat de uitdagingen waarvoor u staat groot zijn. Immens zijn. Maar u aarzelt niet. U gaat de confrontatie aan. Het besef dat het virus ook in uw rangen slachtoffers zal maken schrikt u niet af. U beseft dat de maatschappij op u rekent. Op uw moed. Op uw volharding. Op uw onbaatzuchtigheid. U gaat aan de slag. Pauzes zal u overslaan. Dubbele shifts zal u draaien. Slapen zal u enkel doen als het nodig is. Vakantie zal u uitstellen. Verlof zal u intrekken. Inspringen zal u doen waar nodig.  Dat alles zal u doen. Soms met tegenzin. Maar u zal het doen. Omdat u dat ene doel voor ogen hebt. Het virus verslaan. Definitief. Dat doel houdt u op de been. Dat doel doet u dolle dagen draaien.

 

Om al die redenen sta ik elke avond aan mijn deur.  Ik applaudisseer.  Voor wat u gisteren deed.  Voor wat u vandaag doet.  Voor wat u morgen zal doen.  Meer nog applaudisseer ik voor wat komen moet na de coronacrisis.  Want na die crisis komt het moment waarop de solidariteit zal moeten vertaald worden naar het beleid.  Het moment waarop de algehele politieke lofzang zal moeten omgezet worden in daden.  Verloning.  Personeel.  Een juiste balans tussen werk en privé.  Voldoende en aangehouden investeringen in een noodzakelijke sector.  Voor dat alles klap ik in mijn handen.  Luid en overtuigd.  Elke dag weer.

 

Helden zijn geen supermannen. Geen supervrouwen. Helden zijn gewone vrouwen. Gewone mannen. Die in crisissituaties een stap naar voor zetten als anderen ter plaatse trappelen of zelfs een stap achteruit zetten. U zet die stap voorwaarts. U bent onze held. U bent onze heldin. Daarom wil ik u dank zeggen. Ik had u een knuffel willen geven. In deze tijden zal u evenwel begrijpen dat dit onmogelijk is. In ruil geef ik u een welgemeend ‘elleboogsken’.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

De Cock Stefan
5 maanden geleden

THNX a lot !!!!

Kelly Claes
5 maanden geleden

Met het hart op de tong geschreven! Van harte bedankt! x