Uitgelezen: Antoinette. Brief aan Robbert Welagen.

Gepubliceerd op 26 februari 2020 om 13:12

Beste Robbert,

 

Ik heb geen kinderen. Dit directe begin van mijn brief kan vreemd lijken. Toch acht ik deze directheid noodzakelijk. Op die manier kunnen u en ik mijn positie tegenover uw nieuwste boek beter begrijpen. Beter inschatten. Ik had een hele omweg kunnen maken om tot dat ene te komen. Tijd kost geld, zo wordt wel eens gezegd. Daarom geen omweg maar wel de rechte baan. Mijn vrouw en ik hadden geen kinderwens. Dat maakte ons leven gemakkelijker. Wij hoefden geen antwoord te zoeken op de vraag of wij al dan niet voor kinderen zouden gaan. Een rechtvaardiging voor die keuze hoefden wij evenmin te zoeken. Dat was helemaal niet nodig, zo meenden wij. Indien wij dat toch zouden doen, zou het kunnen overkomen alsof onze keuze als een afwijking zou kunnen beschouwd worden. Dat voelen wij zo niet aan. Helemaal niet. Nu lijkt het wel alsof ik hier een polemiek wil beginnen. Dat is niet zo. Ik wil het enkel hebben over uw nieuwste boek. Maar dat kon enkel via een inleiding. Die inleiding is geschreven. Ik kan verder.

 

Dat het heel wat moeilijker kan lopen lees ik in uw boek. U vertelt het verhaal van een vrouw en een man. Zij leren elkaar kennen op reis. Liefde op het eerste gezicht, zo lijkt het wel. Alhoewel ik besef dat perfectie bijna onbestaande is, durf ik het hier toch te gebruiken. Hun liefde is perfect. Of toch bijna. Laten we het er op houden dat hun liefde de perfectie benadert. Zij keren terug naar Nederland. Nu zou u kunnen denken dat die vakantieliefde al snel uitdooft. Maar dat gebeurt niet. Integendeel. De liefde tussen die man en die vrouw blijft warm en intens. Zij lijken voor elkaar geboren. Zij lijken voor elkaar gemaakt. Zij huwen. Dat lijkt de natuurlijke volgende stap. Zij hoeven er niet over na te denken. Zij doen het gewoon. Dat huwelijkse leven gaat prima. Eén jaar lang gaat het prima. Tot vrouw en man besluiten aan kinderen te beginnen.

 

De vrouw wordt niet zwanger. Wat zij ook proberen, de vrouw wordt maar niet zwanger. Van die strijd brengt u verslag. Want dat is wat het is, een strijd. Een strijd met dokters. Een strijd met de man. Een strijd met de omgeving. Een strijd met niet uitgekomen wensen en verlangens. Alles wordt anders. In alles ziet men dat verlies. De confrontatie met de omgeving is hard. Is moeilijk. Want overal ziet men kinderen. Wegvluchten brengt geen soelaas. Vrouw en man moeten trachten verder te gaan met het leven. Een leven zonder kinderen. Maar toch zal die ene vraag blijven. Die ene vraag zal nooit weggaan. Vrouw en man zullen zich steeds de vraag stellen hoe het leven zou geweest zijn met kinderen. Hoe die kinderen zouden geweest zijn.

 

Wat is de waarde van een leven zonder kind? Is een leven met tweeën genoeg? Die vragen stellen vrouw en man zich. Op die vragen geven beiden een ander antwoord. De man wil zijn leven en huwelijk niet laten kapen. Hij maakt de kinderwens ondergeschikt aan zijn liefde voor zijn vrouw. Die stap kan de vrouw niet zetten. Het voelt als verraad. Als capitulatie. Dat verschil in visie creëert spanningen. Heel geleidelijk drijven vrouw en man uiteen. Wat als een perfecte liefde begon, dreigt nu op de klippen te lopen.

 

Ik had verwacht dat ik voldoende afstand zou kunnen houden. Omdat de thematiek toch ver van mij staat. Het houden van voldoende afstand lukt mij evenwel niet. Ik word meegesleurd. U trekt mij het verhaal in. U bent verantwoordelijk voor het feit dat ik die vrouw en man niet los. Dat ik gedurende het volledige verhaal bij hen blijf. Hoe dat komt? Door de wijze waarop u het verhaal vertelt. U plaats de man in een park. In Boedapest. Voor een thermaalbad. De man heeft daar afgesproken met zijn vrouw. Die daagt evenwel niet op. Om de tijd te doden bezoekt hij het thermaalbad. Een plek van troost, zo noemt hij het. Maar niet enkel de man ervaart die plek zo.  Ook ik waan mij in een plek van troost.  In dat bad denkt de man, samen met mij, na over het leven. Over de dingen. Zijn hoofd tolt. Het denken lijkt niet te stoppen.

 

In dat thermaalbad brengt de man verslag uit. Aan ons. Aan de lezer. Zachtjes aan krijgen wij het verhaal van een romance. Van een liefde. Van een huwelijk. Samen met hem huilen we. Rouwen we. Samen met hem troosten we. Geleidelijk aan zien wij hoe een liefde wordt ontmanteld. Hoe een liefde afbrokkelt. Desondanks blijft de liefde voor zijn vrouw groot. De vrouw blijft aanwezig in zijn verlangen. Het besef dat het definitief voorbij is valt zwaar voor de man. Maar dat besef valt ook zwaar voor de lezer. Want ook de lezer beseft hoe mooi die liefde had kunnen zijn. Met pijn in het hart realiseer ik mij de impact van niet te realiseren wensen en verlangens.

 

Samen met de man zit ik in het thermaalbad. Samen met hem ga ik zwemmen. Samen met hem laat ik mij masseren. Samen met hem ga ik eten. Het voelt alsof wij vrienden zijn. Het feit dat hij mij zijn verhaal toevertrouwt versterkt dat gevoel. Daarom wil ik zo graag zeggen dat het goed komt. Ik doe het niet. Ik zwijg. Valse hoop geven mag niet. De vrouw is weg. Definitief, zo lijkt het mij. Dat is jammer. Bijzonder jammer. Een meisje met een diadeem in het haar en een jongen met een stripboek in de handen hadden alles anders kunnen maken. Helaas. Het mocht niet zijn.

 

Beste Robbert. Met veel plezier verbleef ik in Boedapast. Met veel plezier verbleef ik in het gezelschap van de man. Het waren intense momenten. Het waren emotionele momenten. Het waren warme momenten. U was mijn gids. U voerde mij overal heen. Doorheen de schoonheid. Doorheen de pijn. Daarvoor wil ik u danken. Voor dat dunne boekje. Voor dat pareltje. Dit boekje veroverde een ereplaats. In mijn boekenkast. In mijn hart. Van harte bedankt.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.