Uitgelezen: Op aarde schitteren we even. Brief aan Ocean Vuong.

Gepubliceerd op 19 februari 2020 om 13:21

Beste Ocean,

 

Het lezen van uw boek was geen evidentie. De titel van uw boek creëerde verwachtingen bij mij. In die titel meende ik een verhaal te mogen verwachten. Een verhaal vol liefde. Vol geluk. Ik meende een verhaal vol positivisme te mogen verwachten. Ik meende te mogen verwachten dat het schitteren een constante zou zijn in uw boek. Het draaide anders uit. U verkoos met uw boek een andere richting in te slaan. Een richting ver weg van mijn verwachtingen. Nu zou u kunnen denken dat ik teleurgesteld ben. Want dat is waar het meestal op uitdraait als verwachtingen niet ingelost worden. Een teleurstelling. Dat is het niet geworden. Integendeel. Ik las een intens verhaal. Een breekbaar verhaal. Misschien kan ik wel zeggen dat ik een hoopvol verhaal las. In het verhaal tracht hoop door te breken. Tussen kommer en kwel is er toch steeds weer dat sprankeltje. Dat sprankeltje waardoor uw hoofdpersonage blijft doorgaan. Waardoor ook ik blijf doorgaan.

 

Het hoofdpersonage schrijft een brief. Net zoals ik doe. Hij schrijft een brief aan zijn moeder. Eén lange brief, waarin de zoon verslag doet van zijn leven. De zoon verzwijgt niks. Vertelt alles. Ook die dingen, die een zoon liever verborgen houdt voor zijn moeder. In de brief etaleert de zoon een ongeziene openheid. Het feit dat zijn moeder analfabete is, kan misschien een verklaring bieden voor die openheid. De zoon kan denken dat de moeder de brief nooit zal lezen. Waardoor de zoon eigenlijk niet echt voor zijn moeder schrijft. Hij schrijft meer voor zichzelf. Om alles op een rijtje te zetten. Om een stand van zaken op te maken. Om terug te blikken op wat geweest is. Het feit dat hij de brief aan zijn moeder richt, dwingt hem tot een grote eerlijkheid. Tegen moeders mag immers nooit gelogen worden. Hoogstens mag iets verzwegen worden. Dat weet de zoon. Dat weet ik.

 

In de brief schetst de zoon een beeld van Amerika. Dat beeld is niet fraai. Zoon en moeder wonen in Hartford. In Connecticut. Zoals zovele oude industriesteden in Amerika is ook dit stadje op zijn retour. Het stadje wordt getekend door verval. Ik lees over verpauperde wijken. Over caravanparken. Ik lees over de problemen die aan dergelijke wijken eigen zijn. Gebroken gezinnen. Armoede. Bendegeweld. Alcoholisme. Ik lees over de opioïdecrisis. Over hoe die crisis vele slachtoffers maakt. Al te jonge mannen en vrouwen gaan ten onder aan die crisis. Uitzichtloosheid maakt wanhopig. In die moeilijke omstandigheden tracht de zoon en weg te vinden. Tracht de zoon een leven uit te bouwen. Voorwaar niet evident.

 

Niet enkel die omstandigheden bezwaren het leven. De zoon is van Vietnamese afkomst. Zijn moeder is Vietnamees. Zijn vader is Amerikaans. Grootmoeder en moeder kwamen vanuit Vietnam naar Amerika. Op die manier dringt ook de Vietnamoorlog het verhaal binnen. Die oorlog dringt ook binnen in het leven van de zoon. Moeder is behoorlijk getekend door de oorlog. Bepaalde gebeurtenissen of beelden kunnen de moeder zomaar terugvoeren naar die oorlog. Die oorlog is een open wonde. Tijd om te helen werd niet gegund. Dat alles heeft zo zijn gevolgen voor de relatie tussen moeder en zoon. Die relatie is niet goed. Een relatie waaruit elke vorm van genegenheid verbannen wordt, kan niet als goed omschreven worden. Enkel de grootmoeder biedt een zekere troost. Een zekere houvast. Niet enkel biedt zij troost. De grootmoeder vraagt ook begrip. Begrip van de zoon voor zijn moeder. Zijn moeder die ondanks alles toch probeert. In dat proberen creëert zij enkele mooie momenten. Mooie momenten die toch eerder schaars zijn.

 

De moeder werkt lange dagen. In een nagelsalon. Zij hoopt ooit voorbij het nagelsalon te komen. Zij hoopt die Amerikaanse droom te kunnen leven. Helaas moet zij vaststellen dat die Amerikaanse droom een fabeltje is. Een wortel die de mensen wordt voorgehouden om toch maar te blijven proberen. Om toch maar te blijven ploeteren. Om tegen beter weten in toch maar te blijven hopen. Die vaststelling maakt de moeder ook wanhopig. Want haar leven is een voortdurende strijd om rond te komen. Een voortdurend cijferen. Een voortdurend tellen.

 

In al die kommer en kwel vindt de zoon zijn liefde. Zijn eerste liefde. Die liefde maakt alles nogal verwarrend. Vanuit zijn ervaringen is de zoon gaan denken dat het leven enkel hard kan zijn. Te moeten vaststellen dat er ook tederheid in datzelfde leven kan bestaan, is een openbaring. Een verademing. In zijn relatie met Trevor, zijn eerste liefde, bloeit hij open. Niet vanzelf. Zijn geliefde moet hem hierin sterken. Moet hem in zichzelf doen geloven. Heel geleidelijk zien we de zoon evolueren. Hij wordt zelfverzekerder. Hij krijgt meer zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen, dat hem ook de goede kant zal uitduwen. De goede kant van het leven. Dat is de verdienste van de liefde.

 

Op aarde schitteren we even. Dat is de titel van het boek. Een betere titel had u niet kunnen kiezen. Dat besef ik nu. De vlag dekt de lading. De moeilijkheid van het leven bestaat erin die korte momenten van schittering te grijpen. Die korte momenten vast te houden en aaneen te schakelen. Dat is de uitdaging. Voor de zoon. Voor iedereen. Want die korte momenten kunnen tegenwerk bieden aan de momenten waarop het zwaar wordt of is. Die korte momenten maken het leven draaglijk. In de brief van de zoon aan de moeder worden die momenten beschreven. Tussen de vele momenten, die best wel hard zijn. Die best wel intens en eenzaam zijn. Terugblikkend erkent de zoon dat wij op aarde even schitteren. Die vaststelling kan troost bieden.

 

Met verwachtingen begon ik aan uw boek. Die verwachtingen waren ongegrond. Ik had het boek aan de kant kunnen leggen. Dat heb ik niet gedaan. Ik las verder. Daar ben ik blij om. Want u gaf mij een verhaal. Een verhaal van verlangen. Een verhaal van liefde. Een verhaal van hoop. Een verhaal waarin ik uiteindelijk dan toch die schittering vond.

 

Beste Ocean. Uw boek verwarde mij. Verwart mij nog steeds. Het ene moment zie ik de hoop. Het andere moment zie ik enkel de wanhoop. Nog steeds weet ik niet wat ik precies moet denken. Wat ik precies moet denken van de zoon. Van de moeder. Echt en duidelijk zijn mijn gevoelens nog niet afgelijnd. Die gevoelens fluctueren. Schommelen. Over uw boek ben ik wel eenduidig. Dat boek is prachtig. Terwijl wij op aarde slechts even schitteren, schittert uw schrijfstijl constant. Uw schrijfstijl baadt in een voortdurende schoonheid. Die literaire schoonheid beschermt de lezer. Beschermt mij. Tegen de vaak harde omstandigheden in uw boek. Voor dat alles wil ik u uitermate danken. Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.