Uitgelezen: De jongens van Nickel. Brief aan Colson Whitehead.

Gepubliceerd op 22 januari 2020 13:11

Beste Colson,

 

Ik las uw vorige boek, De ondergrondse spoorweg. Ik was zwaar onder de indruk. Nu had ik uw nieuwste boek in handen. Mijn verwachtingen waren hooggespannen. Dat moet u ook beseft hebben bij het schrijven van uw nieuwste. U moet gevoeld hebben dat uw lezers hoge verwachtingen zouden hebben. Het kon slechts twee kanten uit. U kon onder die verwachtingen blijven of u kon diezelfde verwachtingen ver overtreffen. Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat er nog een derde optie is. U kon de verwachtingen ook gewoon evenaren. Geen vooruitgang. Geen achteruitgang. Dat was ook mogelijk. Het spreekt voor zich dat ik u enkel één optie toewenste. Vóór lezing van uw boek hoopte ik dat het enkel beter zou worden. Ik geef toe, enig eigenbelang was hierin niet vreemd. Ik lees graag een goed boek. Dat zal u als auteur best wel begrijpen.

 

Alvorens ik het over uw boek wil hebben, wil ik u dat ene zeggen. Dat ene waarop u heel waarschijnlijk zit te wachten. U popelt. Daarom dus eerst het belangrijkste. Uw nieuwste boek overtreft alle verwachtingen. Bij het formuleren van vorige zin besef ik dat ik meer bescheidenheid mag betrachten. Ik zal het anders formuleren. Uw nieuwste boek overtreft mijn verwachtingen. Want wie ben ik om in naam van alle anderen te spreken. Een juistere formulering was nodig, dacht ik zo. U zou nu kunnen stoppen met het lezen van mijn brief. U weet wat u moet weten. U weet dat u in mijn ogen een schitterend boek schreef. Dat zou voldoende kunnen zijn. Toch zou ik u willen vragen verder te lezen. Er komt nog meer. Meer dingen die uw ego kunnen en zullen strelen. Ik ga dus verder.

 

Curtis Elwood is een zwarte jongen met hoge ambities. Hij wenst universitaire studies aan te vatten. Niks bijzonders, hoor ik u denken. Toch is het dat wel. Curtis leeft in het Amerika van de rassenwetten. Van de rassensegregatie. In die tijden was kiezen voor universitaire studies niet evident voor een zwarte. Voor dat ene doel moet alles wijken. Hij kiest een eigen richting. Een richting weg van de koers van de jongens uit de buurt. Zijn dromen worden gevoed door tijdschriften, die hem voorzagen van rolmodellen voor de man die hij wilde worden. Niet enkel tijdschriften voeden zijn dromen. Er is die ene langspeelplaat. Een cadeautje van grootmoeder. Die ene plaat, Martin Luther King at Zion Hill, laat hem kennismaken met de burgerrechtenbeweging. Die plaat doet hem geloven dat hij iemand is. Dat hij van waarde is. Stilletjes aan engageert hij zich in de strijd voor gelijkberechtiging terwijl hij ook werkt aan het realiseren van die ene droom.

 

Maar dan komt dat ene moment. Dat ene moment waarop alles in duigen valt. Alle plannen lijken verder weg dan ooit. Die ene wegcontrole verandert alles. Doet alle dromen verdampen. Curtis moet naar een tuchtschool. Op die school gelden andere wetten. Eenzelfde ingesteldheid als buiten is onmogelijk. Aanpassing is noodzakelijk. Voortaan zal hij moeten doen wat van hem verwacht wordt. Low-profile, zo kan het genoemd worden.

Al snel moet hij vaststellen dat rechtvaardigheid op deze plek niet bestaat. Enkel terreur regeert. Terreur van overheidswege. De ogen van Curtis gaan open. Hij leert de verhalen kennen. Stilletjes aan gaat hij inzien dat begrippen een andere invulling krijgen. Een lugubere invulling. Het Witte Huis op de tuchtschool lijkt niet te zijn wat verondersteld zou mogen worden. Black Beauty op de tuchtschool lijkt niet te zijn wat gedacht zou mogen worden. Stilletjes aan komt Curtis tot de vaststelling dat hij murw was gemaakt. Lusteloos. Berustend. Tot dat besef gekomen weet hij dat hij moet reageren. Vele manieren bestaan om Nickel te verlaten. Curtis ontdekt een nieuwe manier. Hij wil Nickel afschaffen. Dat wordt zijn missie. Zijn nieuwe doel. Hij komt tot een plan. Een plan dat hij tot uitvoering brengt.

 

Ik weet niet of het mag. Toch heb ik het gedaan. Ik raasde doorheen uw boek. Ik kon het niet helpen. Het was machtiger en krachtiger dan mijzelf. U dreef mij voort. Bij de eerste kennismaking wist ik het meteen. Curtis en ik zouden beste vrienden worden. Dat gebeurde ook. Wij werden beste vrienden. Ik deed dan ook wat beste vrienden doen. Ik juichte bij meevallers. Ik zat in zak en as bij tegenvallers. Zijn vreugde werd mijn vreugde. Zijn pijn werd mijn pijn. Ik heb gelachen. Ik heb gehuild. Samen met Curtis. Want één ding wilde ik. Slechts één ding. Dat Curtis die ene droom kon realiseren. Dat hij naar de universiteit kon. Dat het hem goed zou gaan. Dat wilde ik. Daarom moedigde ik hem aan. Vroeg ik hem zich enigszins in te houden. Gaf ik hem goede en wijze raad. Daarom troostte ik hem. Liet ik hem uithuilen op mijn schouders. Al die dingen deed ik met dat ene doel voor ogen.

 

Met grote vaart haastte ik mij naar het einde. Ik wou mij wentelen in een happy end. Want dat is wat vrienden doen. Zij wensen het beste voor hun vriend. Dat deed ik ook. Toen ik bij het einde kwam, werd ik knock-out geslagen. Een uppercut sloeg mij tegen de grond. Dit einde had ik niet zien aankomen. Nergens had u mij gewaarschuwd. Of misschien had ik in mijn haast die kleine knipperlichten gemankeerd. Slechts moeizaam kon ik het boek definitief dichtklappen. Omdat ik besefte dat met het dichtklappen van het boek uw geschreven einde een feit zou worden. Door het boek te laten openliggen zou het misschien nog anders kunnen. Helaas. Uw geschreven woorden bleven op hun plaats. Een nieuw einde werd niet geschreven. Dit was een einde dat enkel kon uitgedacht worden door een vakman. Door een meester in de literatuur. Door die ene ‘twist’ moest ik het hele verhaal terugspoelen. Ik moest het hele verhaal herbekijken in het licht van die ene onthulling. Die ene onthulling aan het einde.

 

Lange tijd bleef ik zitten in mijn stoel. Onbewogen. Tranen in de ogen. In die tranerige onbewogenheid ging ik beseffen dat ik net een meesterwerk had gelezen. Een meesterwerk dat aan mij bleef kleven. Een meesterwerk dat mij de nodige vragen stelde. Een meesterwerk dat mij deed achterom kijken. Naar tijden, die voorbij zijn. Naar tijden, die nu nog hun sporen trekken in het leven van velen.

 

Beste Colson. Ik wil u danken voor de reis die ik met u mocht maken. Die ik met Curtis Elwood mocht maken. Het was en is een reis, waarop ik nog heel vaak zal terugkijken. Uw verhaal zit diep in mij. Daar moet het blijven. Het mag niet weg. Nooit. Dank dus voor die wonderlijke reis. Die confronterende reis. Die emotionele reis.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.