Uitgelezen: Kapitalisme voor beginners. Brief aan Vivek Chibber.

Gepubliceerd op 24 december 2019 om 12:48

Beste Vivek,

 

Ik weet niet of Paul De Grauwe u bekend is. Hij is professor aan de London School of Economics and Political Science. In een interview stelde hij ooit dat het kapitalisme zijn eigen graf groef als wij verder doen zoals wij nu bezig zijn. Ik kan u zeggen, Paul De Grauwe is geen communist. Hij is een kritische geest, die de dingen vaak helder ziet en scherp verwoordt. U illustreert die stelling in het begin van uw boek met duidelijke cijfers. U geeft aan dat de financiële onzekerheid bij de Belgen groot is. Eén op vijf heeft het moeilijk de eindjes aan elkaar te knopen. Bij werklozen is dat zelfs één op twee. U gaat verder. De rijkste tien procent wordt almaar rijker en vetter. Acht mensen bezitten evenveel rijkdom als de helft van de wereldbevolking. In 2017 ging tweeëntachtig procent van al de gecreëerde rijkdom op aarde naar de rijkste één procent. Dat zijn hallucinante cijfers. Maar broodnodig als vertrekpunt. Vertrekpunt van uw analyse.

 

Voor die onthutsende cijfers worden vaak twee verklaringen aangedragen. De eerste legt de klemtoon op het individu. Kort gezegd komt die verklaring neer op het gezegde: eigen schuld, dikke bult. De tweede legt de schuld bij de regering. De regering blijft ingrijpen in de markt waardoor die niet kan functioneren zoals die zou moeten en er sociale problemen ontstaan. Beide verklaringen hebben dat ene gemeen. Het kapitalisme kan niet verantwoordelijk gesteld worden. Er zou immers geen alternatief zijn. Zo wordt ons steeds meer gezegd. Zo wordt ons steeds meer wijsgemaakt. Het besef begint evenwel door te dringen dat het systeem het eigenlijke probleem is.

 

Een volgende stap in uw boek is een ontleding van het kapitalisme. Want u vindt begrip noodzakelijk om oplossingen te kunnen formuleren. De grondslag van het kapitalisme is de marktafhankelijkheid. Die afhankelijkheid heeft drie belangrijke kenmerken. De volledige productie is bedoeld om op de markt te verkopen. De arbeid voor de productie wordt geleverd door mensen die werken voor een loon. Een laatste kenmerk is dat de ondernemingen privébezit zijn. Wat ontstaat is een arbeids- en goederenmarkt. Twee klassen onderscheiden zich in het kapitalisme: de kapitalisten en de werkende klasse. Hier ontstaat frictie. Spanning.

 

De drang om de loonkosten tot het minimum te beperken en tegelijk het maximum uit de arbeid te persen, is de kern van de relatie tussen kapitaal en arbeid. De werkgever bepaalt het spel. Hij zit aan de knoppen. De macht van de werkgevers om aan te werven en te ontslaan stelt hen in staat het werk zo te organiseren dat zij de opbrengst binnenhalen. Dit heeft een effect op de inkomensverdeling, de economische onzekerheid en de arbeidsduur.

 

U stelt dat de werkers onmachtig zijn. Daarom gaat u op zoek naar manieren waarop de basisbelangen van de werkende bevolking kunnen vooruitgeholpen worden. Eén van die manieren is de democratische staat. Helaas moet u vaststellen dat de staat structureel verbonden is met de belangen van de kapitalisten. Telkens de beleidsverwachtingen van de armen ingaan tegen die van de rijken, is de kans dat zulk beleid ook daadwerkelijk gevoerd wordt zowat gelijk aan nul. De gewone man gelooft niet meer dat de overheid zijn belangen behartigt. De bewering dat de democratie de machtsverschillen gecreëerd door het kapitalisme neutraliseert, klopt niet. Drie mechanismen zijn hiervoor verantwoordelijk. Rijken hebben meer kans om verkozen te worden. Rijken oefenen meer invloed uit op zij die verkozen zijn. Tenslotte moeten wij vaststellen dat de overheid afhankelijk is van het kapitaal.

 

Bij verkiezingen is het telkens weer zo dat de kandidaten zich achter de opinie van de elite scharen en die als bepalend beschouwen terwijl de publieke opinie iets is wat moet beheerst worden. Politici hebben daartoe enkele ‘middeltjes’. Zij laten thema’s op de voorgrond komen die weinig of geen impact hebben op de economische belangen. U kan hierbij denken aan religieuze conflicten, migratie, veiligheid, … Tegelijk roepen zij het volk op tot realisme en verschuilen zij zich achter de toestand van de begroting of de Europese regels.

 

Eén besluit moet getrokken worden. De echte macht ligt bij de economie, niet bij de overheid. Om de macht te heroveren, zal de economische macht van de kapitalisten moeten gebroken worden. Een samenwerking tussen een gemobiliseerde arbeidersbeweging en een arbeiderspartij kan een oplossing zijn. Tot onze spijt hebben recente ontwikkelingen ons getoond dat de arbeidspartijen aan de kant van de verliezers staan en dat het militant vakbondsactivisme en slagkracht van de vakbonden afneemt.

 

Noodzakelijk in het hele verhaal is dat wij er moeten in slagen de arbeidersbeweging opnieuw moed in te blazen. Dat kan door elke beweging voor sociale rechtvaardigheid op te nemen in de georganiseerde arbeidersklasse. Zonder enige uitzondering. U stelt dat er nood is aan een klassenstrijd tussen de werkende klasse en de kapitalisten om échte verandering teweeg te brengen. Collectief verzet is niet evident maar noodzakelijk.

 

Potentiële lezers kunnen misschien opperen dat alles nogal neigt naar communisme. Naar marxisme. U klinkt inderdaad nogal strijdvaardigheid. Klassenstrijd kan misschien doen denken aan communistische pamfletten. Toch is uw analyse niet extreem. Van uw analyse vind ik echo’s in andere opiniestukken. Zo las ik vandaag in De Standaard het opiniestuk van Dirk Holemans. Daarin verwijst hij naar Winst voor iedereen, een boek van Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz. Daarin schreef hij dat echte verandering pas mogelijk is als voldaan is aan enkele voorwaarden. Het evenwicht tussen de markten, de staat en de civiele samenleving moet hersteld worden. De markten moeten gereguleerd worden. De concentratie van de macht moet aangepakt worden. In datzelfde boek schrijft hij verder dat het kapitalisme het voortdurend heeft over het belang van competitie en efficiënte marktwerking, maar bijna nooit over ongelijkheid, macht en uitbuiting.

 

Ik begon mijn brief met Paul De Grauwe. Ik eindigde mijn brief met Joseph Stiglitz. Twee personen die niet kunnen beschuldigd worden van communistische sympathieën. Wel twee personen die uw analyse bevestigen.

 

U schreef een heldere analyse. Een duidelijke analyse. Uit uw analyse putte ik hoop. Het jaar is bijna voorbij. Een nieuwjaarswens is dus best wel op zijn plaats. Ik wens dat veel politici dit boek zullen lezen. Ik wens dat veel politici in dit boek een inspiratiebron vinden. Veel partijen zijn op zoek naar herbronning. Dit boek kan hierin een helpende hand zijn.

 

Beste Vivek. Ik dank u voor dit interessante, hoopgevende en heldere boek. Dat het vele malen mag gelezen worden.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.