Uitgelezen: Dagboek van een anker. Brief aan Sigrid Spruyt.

Gepubliceerd op 27 november 2019 16:25

Beste Sigrid,

 

Of je het niet mist. Die vraag werd en wordt u herhaaldelijk gesteld. Een vraag waarbij de vraagsteller verwacht dat enkel een positief antwoord kan volgen. Want enkel een allergie voor schmink kon u weghouden van het scherm. Enkel die allergie maakte een einde aan uw leven als nieuwsanker. Dat dacht en denkt iedereen. Na die vele jaren meent u eindelijk eens orde op zaken te moeten stellen. Die allergie was slechts een excuus. Dat excuus diende een groeiend ongenoegen te vermommen. Een ongenoegen tegenover het medium. Tegenover de media.

 

Het kan bizar klinken maar het was Trump die u aanzette tot het schrijven van uw boek. Met de komst van Trump ziet u een aantal evoluties, die voordien zacht sluimerden, nu echt exploderen. Zo is er de heisa rond fake news en is er de constante discussie over het echtheidsgehalte van het nieuws. Vanuit uw ervaringen als nieuwsanker meent u te moeten reageren. Met een getuigenis. U brengt een getuigenis over uw jaren als nieuwsstem voor de televisie. Want ook toen al had u bij zichzelf kritische bemerkingen bij de evolutie van het nieuws. Bij de manier waarop het journaal gemaakt wordt. Die bemerkingen laat u in een verantwoording de revue passeren. Kort schetst u de kwalijke evoluties, die al dan niet toevallig samenvallen met de komst van de commerciële zender VTM. U ziet hoe het nieuws meer en meer een show wordt. Onder druk van de kijkcijfers. U plaatst vraagtekens bij de ongezonde verstrengeling tussen journalisten en politici. Er is de verleiding van de populist. Een fenomeen dat alsmaar erger wordt omdat er sneller gewerkt moet worden. U waarschuwt voor de verleiding van het sensationele. Van het simplisme. U ziet hoe de kloof tussen werkelijkheid en weergave groter wordt. Hoe het streven om de werkelijkheid weer te geven kleiner wordt. U ziet hoe het denken in zwart-wit steeds meer aan belangrijkheid wint. Steeds meer wordt gewerkt met uitersten en tegenstellingen. Dat is een behoorlijk lijstje aan kritische bemerkingen. Maar daarbij komt er nog eentje. Een heel belangrijke. U hebt het steeds moeilijker met de kwaliteit van de journalisten. Tot uw spijt stelt u vast dat zij minder inhoudelijk-kritisch ingesteld zijn. Nochtans een eigenschap dat u hoogst noodzakelijk vindt voor een journalist.

 

Die zin voor kritiek maakt u tastbaar in een aantal concrete dossiers.  U staat stil bij het aandeel van de VRT in de opgang en het succes van Vlaams Blok/Belang.  U staat stil bij de verslaggeving rond Joe Van Holsbeeck en Hans Van Themsche.  In die verslaggeving moet u helaas besluiten hoe de regels van goede journalistiek geschonden worden.  Hierin wordt u geconfronteerd met een massahysterische media die hypes op gang brengen en draaien op pure emo.  U merkt hoe het geruststellen (o.a. in het klimaatdebat) en het opjutten in ongerichte angst de taak van de media geworden is.

 

Zoals ik al zei zijn die vaststellingen niet nieuw. Tijdens uw professionele journalistieke loopbaan pikte u die evoluties op. Spijtige evoluties omdat u verslingerd was aan het vak van nieuwsgaring. Het deed u dan ook pijn te moeten vaststellen hoe dat vak langs vele kanten wordt aangevreten. Toch zijn het niet enkel die nuchtere vaststellingen die u doen twijfelen. Ook het werk zelf en de omgang met collega’s doen u twijfelen. Uw onbehagen over het leven in de grijze nieuwsfabriek neemt toe. Dat onbehagen en die twijfel worden steeds maar groter. Tot een moment dat het niet langer meer houdbaar is. Tot het moment dat u grijpt naar het excuus van die allergie.

 

Om die groeiende twijfel duidelijk te maken aan de lezer grijpt u terug naar uw dagboek. Via dagboekfragmenten geeft u die twijfel gestalte. U beseft dat die dagboekfragmenten een zeker risico inhouden. Die fragmenten zijn nogal eenzijdig. Het dagboek bevat van u afgeschreven stress en verontwaardiging. In die fragmenten valt er nauwelijks vreugde en plezier op de werkvloer te noteren. Dat is heel misschien eigen aan een dagboek. In uw dagboek kan u ventileren. Zonder de noodzaak te voelen om die gevoelens ook maar enigszins te filteren. Er wordt niet geschaafd. Er wordt niet geschrapt. Er wordt niet herschreven. Omdat een dagboek niet voor publicatie bestemd is. Tot nu.

 

Het siert u dat u die fragmenten ongefilterd publiceert. Omdat die ongefilterde versie nog harder uw gevecht in de verf zet. Uw persoonlijke gevecht. De lezer krijgt een blik achter de schermen. Een ontluisterende blik. Wij zien botsende ego’s. Wij zien onbekwaamheid. Wij zien machogedrag en haantjesgedrag. Wij zien ambitie. Wij zien hoe collega’s achter de rug om dingen willen gerealiseerd zien. Wij zien achterklap. Wij zien zelfoverschatting. Wij zien verkeerde personen op verkeerde plaatsen. Wij zien wauwelen en lallen dat als vergaderen wordt begrepen.  In die optiek zou het voor de lezer een uitdaging kunnen zijn om te achterhalen wie er achter de vele schuilnamen verborgen zitten. Want u werkt niet met de echte namen van uw collega’s. Elk van hen geeft u een ‘troetelnaampje’. Wonderboy. Mustang. Nulman. Bunzing. Spotvogel. Bronstige Bonobo. Struisvogel. Pastoor. Ik heb moeten weerstaan aan die uitdaging. Ik heb het spelletje ‘wie is wie’ niet gespeeld. Omdat ik meen dat het troetelnaampje op zich al voldoende onthult. Omdat ik meen dat de eigenschappen, gelinkt aan het troetelnaampje, al voldoende zeggen. De lezer hoeft de echte naam niet te weten. Zelfs zonder die echte namen kan een helder beeld gevormd worden van de werkvloer.

 

Het moet hard geweest zijn voor u. Dat kan ik besluiten na het lezen van uw verhaal. Van uw getuigenis. Het moet hard zijn te voelen hoe een droom aan u ontglipt. Want dat was wat journalistiek voor u was. Dat vak was een droomjob voor u. U kon zich niks anders voorstellen. U was journaliste. Of u wou dat zijn. Maar dat wordt onmogelijk gemaakt. Door evoluties waarop u geen greep had. Door evoluties buiten u zelf om. De onverzoenlijkheid met schoonheid, die u ervaart in de liefde en de muziek, nestelt zich in u. Daarom rest slechts één ding. Opstappen. Uw allergie voor het door u ooit geliefde vak van journalist wordt verpakt in een allergie voor schmink. Die allergie wordt uw ontsnapping.

 

Beste Sigrid. Ik wil u danken voor uw niks verhullende openheid. Ik wil u danken voor uw zin voor kritiek. Ik wil u danken voor uw oprechtheid. Ik wil u danken voor de uitnodiging even met u mee te mogen stappen in een wereldje, dat ooit uw wereldje was. Ik wil u danken voor uw getuigenis. Voor uw boek. Voor uw dagboek. Het werd een boeiende, ontnuchterende en verrassende reis. Voor dat alles wil ik u danken. Van ganser harte.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.