Rood = stoppen, zo eenvoudig was het, dacht ik. Brief aan elke weggebruiker.

Gepubliceerd op 12 november 2019 08:11

Beste,

 

Het had weinig gescheeld. Bijna was ik er niet meer geweest. U zal wel denken dat ik hierbij neig naar een lichte (of zware) vorm van overdrijving. Dat zou kunnen. Alhoewel. Alhoewel. Laat mij u vertellen wat er gebeurde. Op die manier kan u zelf oordelen. Dat lijkt mij het beste.

 

Ik stond op een kruispunt. Met de fiets. Te wachten. Het verkeerslicht stond op rood voor mij. Ik wist wat dat betekende. Rood betekende stoppen. Zo was het mij geleerd. Dat deed ik ook. Ik hield halt. Plaatste mijn voeten op de grond. Intussen keek ik een beetje om mij heen. Wachttijd moet opgevuld worden. De omgeving in mij opnemen leek mij een nuttig en aangenaam tijdverdrijf. Tegelijkertijd hield ik ook dat verkeerslicht in de gaten. Jawel, heel soms lukt het mij te multitasken. Zoals nu. Vanuit mijn ooghoek zag ik dat licht op groen springen. Het was mijn beurt. Ik mocht opnieuw doorrijden. Ook dat was mij zo aangeleerd.

 

Ik zette mijn beide voeten op de pedalen. Ik zou vertrekken. Ik mocht. Het was groen. Maar dan deed ik dat ene ding. Dat ene ding waarvan ik nog steeds niet kan zeggen waarom ik het deed. Ik aarzelde. Ik hield in. Alsof iets in mij zei toch nog even te kijken alvorens ik de baan overstak. Ik heb altijd getwijfeld aan het bestaan van engelbewaarders. Maar sinds dat moment twijfel ik niet meer. Engelbewaarders bestaan. De mijne leek mij te waarschuwen met zijn vraag toch nog even te kijken. Ik keek links van mij. Een auto kwam aangereden. Snel. Heel snel. Het rode verkeerslicht leek voor die chauffeur niet te tellen. Die chauffeur negeerde dat licht.

 

Mijn voorwiel stond reeds op de baan. Die wagen moest uitwijken. Niet zo evident tegen die hoge snelheid. De banden gierden. Zich niet bewust van de situatie stak die chauffeur kwaad zijn vuist op naar mij. Alsof hij vergeten was dat hij zonet door het rood gereden was. In zijn ogen was ik de schuldige. De onverlaat. Bij dat alles kon ik enkel knipperen met de ogen. Verbouwereerd, dat was ik. Ik besefte, daar op dat kruispunt, wat had kunnen gebeuren. Indien ik dat stemmetje niet had gehoord. Dan zouden ergere dingen gebeurd zijn.

 

Ik stond perplex. Aan de grond genageld. Plots sijpelde dat besef door. Tot voor dat moment had ik gedacht dat iedereen stopte voor het rood. Die naïviteit stond ik mijzelf toe. Uit zelfbehoud. Nu werd ik heftig wakker geschud. Met beide voeten stond ik in de realiteit. In die realiteit stelde ik vast dat de kracht van een verkeerslicht hevig wordt aangetast.

 

Het oplichtende gezag van een rood verkeerslicht wordt ondermijnd. Dat stel ik vast als ik om mij heen kijk. Want na dat incident ging ik alles wat strikter opvolgen. Wat ik zag, was verontrustend. Meermaals zag ik dat rode verkeerslicht genegeerd worden. Nu zou u kunnen denken dat ik als fietser enkel autochauffeurs viseer. Dat ik met een beschuldigend en vermanend vingertje enkel naar hen wijs. Dat doe ik niet. Omdat voetgangers en fietsers net zozeer het rode verkeerslicht negeren. Jawel, iedereen doet het. Of toch velen.

 

Van die laksheid word ik kwaad. Het bewust aan de kant schuiven van één van de meest elementaire verkeersregels, dat maakt mij boos. En oh ja, ik weet het, er loopt wel meer verkeerd in het verkeer. Dat weet ik heus wel. Maar voorlopig beperk ik mij tot dat ene. Laten we daarom vanaf heden afspreken dat wij voortaan stoppen aan het rode verkeerslicht. Dat wij voortaan die aanwezige neiging om toch maar door te rijden onderdrukken. Laten wij vanaf heden in het verkeer wat meer altruïsme en geduld introduceren. Dat zou mooi zijn. Want daarmee komen we tot de kern van het probleem. Wij willen rijden. Wij willen stappen. Enkel rijden. Enkel stappen. Zonder ook maar te moeten halthouden. Zonder ook maar door iemand of door enige regel gehinderd te worden. Het moet vooruit en ikke, ikke, ikke eerst. Die houding keren lijkt de grootste uitdaging.

 

Rood = stoppen. Zo eenvoudig is het. Iedereen kan het. Met de wagen. Met de fiets. Te voet. Het maakt niet uit. Soms vragen problemen om een heel ingewikkelde en moeilijke oplossing. In deze is het niet zo. De oplossing kan niet eenvoudiger zijn. Remmen. Stoppen. Gewoon doen. Geef toe, kan het nog simpeler? Ik dacht het niet.

 

Ik zie u aan het volgende verkeerslicht.

 

Met vriendelijke groeten.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.