De hoogste berg van Robrecht Vanden Thoren, gezien in de Minard. Brief aan Robrecht.

Gepubliceerd op 21 oktober 2019 16:42

Beste Robrecht,

 

We hadden een mooi avondje gepland. Donderdagavond zouden wij naar de première van uw voorstelling gaan. Met vrienden. Vooraf zouden wij eerst nog iets gaan eten. Bij Ferrara in de Gentse Vlaanderenstraat. Dat was het plan. Onverwachte dingen kunnen evenwel niet ingepland worden. Onverwachte dingen kunnen een strakke planning zelfs doorkruisen. Bij thuiskomst na het werk stelden wij vast dat het inregende in ons tuinhuisje. Nog vóór we vertrokken moest dit eerst aangepakt worden. Snel iets improviseren. Tijdsdruk en de daaraan gekoppelde stress kwamen om het hoekje kijken. Te laat sprongen we in de wagen naar het centrum. Te laat kwamen we aan in het restaurant. Eenmaal aan tafel geïnstalleerd kon de avond beginnen. Bij een heerlijke pasta voelde ik de stress uit mij wegstromen. Ik werd rustig. Ik was volledig zen. Klaar voor uw voorstelling.

 

Sommige acteurs hebben het. Bij sommige acteurs is enkel en alleen de naam voldoende als garantie op een geslaagde avond. Bij sommige acteurs hebben wij geen inleiding nodig. Geen lange uitweidingen over waar het stuk precies om gaat. Enkel en alleen de naam volstaat. U hebt dat. Uw naam is een kwaliteitsgarantie. Toch was het even schrikken bij het begin van de voorstelling. U deed iets wat ik niet verwacht had. U zong. U zong voortreffelijk. In dat ene lied kregen wij eigenlijk een korte samenvatting van wat zou volgen. U zong over de liefde. Over een relatie. In dat lied beschreef u een relatie van het wonderlijke begin tot het pijnlijke einde. Wij hoorden de broosheid van de liefde. De breekbaarheid van de liefde. Die liefde zou het centrale thema van de avond worden.

 

Uw beste vriend en vriendin zouden gaan trouwen. U was gevraagd een speech te schrijven. Een huwelijksspeech. Dat zou u voortreffelijk doen. U had de kracht van het woord. Daarvan waren uw beste vriend en vriendin overtuigd. Alleen u zelf twijfelde. U twijfelde of u wel de geschikte persoon was. Uw relatie was net op de klippen gelopen. Een scheiding zoals dat heet. Uw geloof in de liefde zat op een dieptepunt. U had nog maar net kennisgemaakt met de verwoestende kracht van de liefde. Een medaille heeft twee kanten. Zo is het steeds weer.

 

U had het niet verwacht. U had het niet zien aankomen. Nu was u alleen. Samen met uw dochtertje. U zocht een uitweg. Een uitweg om opnieuw in het leven te staan. Want momenteel was u uitgeteld. Een emotionele uppercut had u gevloerd. U was herstellende. Van die pogingen tot herstel brengt u verslag. U vertelt over uw gedachten aan zelfmoord. U verzwijgt uw moordneigingen niet. Een tot in de puntjes uitgewerkt plan voor het vermoorden van de nieuwe vriend van uw ex hebt u bijeen gedroomd. Dat verzwijgt u niet. U vertelt over uw vrienden. Hoe zij pogen u te reanimeren. U vertelt over feestjes. Over pogingen tot daten. U verliest uw minzaamheid. U gaat twijfelen. Aan alles. Aan iedereen. Overal vermoedt u een verborgen agenda. U lijdt. U hebt pijn. Een pijn, die u meent te kunnen stillen met drank. Zoals ik al zei, u zit diep. Behoorlijk diep.

 

Niet enkel u lijdt. Ook uw dochtertje lijdt onder de gevolgen van de breuk. U voelt dat u tekortschiet in uw rol als vader. U bent die spontane vrolijkheid kwijt. Uw inventiviteit in het vertellen van eigen verhaaltjes lijkt verdwenen. U blokkeert. Uw rol van vader lijkt plots een zware opgave. Die evidentie lijkt plots niet meer te bestaan. U vreest de gevolgen van de relatiebreuk op het verdere leven van uw dochtertje. In een toekomstvisioen gunt u ons een blik op die angst. Een beeld om niet echt vrolijk van te worden. Een beeld waarop geen enkele vader hoopt.

 

Dat alles vertelt u ons. Vertellen is het niet echt. Een tirade, dat lijkt het meer. Het lijkt alsof u alles eens kwijt wil. Alles moet u van het hart. Dus gaat u tekeer. Wild. Onstuimig. U raast. Een woordenvloed krijgen wij over ons heen. Slechts heel af en toe gaat de storm liggen. Op momenten dat u het moeilijk hebt, gaat u even temporiseren. Op die momenten wordt het stil. Heel stil. Om dan weer een versnelling hoger te schakelen. In uw tirade beperkt u zich niet tot de liefde. U gaat ruimer. U kijkt om u heen. U schimpt en beschimpt. Vele thema’s komen aan bod. Thema’s die u tegen de borst stuiten. Dat alles gooit u er uit. Niks wil u ons onthouden. U deelt uw diepste zielenroerselen. U deelt uw diepste gedachten. Al dan niet politiek correct. Het maakt u niet uit. De dijken zijn gebroken. Alles vloeit. Alles stroomt.

 

Alles wat ik zonet schreef zou het vermoeden kunnen voeden dat het een nogal zware voorstelling is geworden. Een zwarte voorstelling. Dat lijkt u te beseffen. Grapjes worden uw verhaal binnengesmokkeld. U wenst ons niet zwaar gedeprimeerd de avond in te sturen. Een juiste balans van een lach en een traan moet dat voorkomen. In die opzet slaagt u. Die momenten waarop gelachen mag worden, lijken wij aan te grijpen om onze tranen te smoren. Te drogen. Wij lachen luidop om die stille tranen te doven. Lachen blijkt in uw voorstelling het noodzakelijke ontluchtingsventiel te zijn.

 

Liefde is geen vanzelfsprekendheid. Dat heb ik die avond beseft. Nog maar eens beseft. Het is een strijd. Een voortdurende strijd. Gemakzuchtig achterover leunen is geen optie. BZN-gewijs zou ik bijna zeggen dat liefde een werkwoord is. Dat doe ik niet. Platitudes wens ik te vermijden. Daaraan wil ik voorbij gaan. U hebt het mij die donderdagavond nog eens meegegeven. U hebt het mij die donderdagavond nog eens in het gezicht gewreven. In een voorstelling, waarbij al eens mag gelachen worden. In een voorstelling, waarbij al eens moet nagedacht worden.

 

Het was niet de eerste maal dat u op het podium stond. Dat deed u al vele keren. Nu stond u alleen op het podium. Dat had ik u nog niet eerder zien doen. Maar net als alle vorige keren slaagde u ook nu met grootste onderscheiding. U was outstanding. U eiste het podium op. U was heer en meester over dat podium. U kroop. U sprong. U lachte. U huilde. U riep. U fluisterde. U vocht. U kroop in een hoekje. U stond op het podium. Overtuigend en wel. Wij hingen aan uw lippen. Wij aten uit uw handen. U greep ons bij het nekvel. Het oorverdovende applaus was dan ook een evidentie. Het was geen verplicht nummertje, dat hoorde bij een première. Het was oprecht. Het was de enige reactie dat wij u als publiek konden geven. Om aan te geven dat u ons had geraakt. Dat u ons diep had geraakt.

 

Beste Robrecht. Ik wil u danken. Voor een wonderlijke, bijna magische avond. Ik wou u die avond in mijn armen sluiten. Ik heb het niet gedaan. Schuchterheid weerhield mij hiervan. In ruil schrijf ik u deze brief. Een brief als warm dankuwel.

 

Met vriendelijke groeten.

De hoogste berg - Robrecht Vanden Thoren:

Speeldata.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.